Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:3752

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
30 april 2026
Publicatiedatum
11 mei 2026
Zaaknummer
C/05/462313 / FZ RK 26-200
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 815 RvArt. 816 RvArt. 4.2 Procesreglement Scheiding
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid echtscheidingsverzoek wegens termijnoverschrijding en ontbrekende huwelijksakte

De vrouw diende een verzoek tot echtscheiding in op 27 januari 2026. Volgens artikel 816 lid 1 Rv Pro moet het verzoekschrift binnen veertien dagen na indiening aan de wederpartij worden betekend. In deze zaak vond betekening pas plaats op 10 maart 2026, ruim na de wettelijke termijn. Daarnaast werd het exploot van betekening pas op 25 maart 2026 overgelegd, terwijl dit uiterlijk vier weken na indiening had moeten gebeuren. De vrouw gaf geen klemmende redenen voor deze vertraging.

Verder ontbrak een recent afschrift van de huwelijksakte, terwijl de rechtbank de vrouw in de gelegenheid had gesteld dit alsnog te overleggen of te motiveren waarom dit niet mogelijk was. De vrouw reageerde niet. De rechtbank overwoog dat de termijnoverschrijding aanzienlijk was en dat de vrouw pas na een rappel van de rechtbank tot betekening overging.

Gezien deze omstandigheden verklaarde de rechtbank de vrouw niet-ontvankelijk in haar verzoek tot echtscheiding. Er vond geen zitting plaats en de beschikking werd op 30 april 2026 in het openbaar uitgesproken door rechter B. Krijnen. De vrouw kan binnen drie maanden hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.

Uitkomst: De rechtbank verklaart de vrouw niet-ontvankelijk in haar echtscheidingsverzoek wegens niet tijdig betekening en ontbreken van een recente huwelijksakte.

Uitspraak

beschikking
RECHTBANK GELDERLAND
Familie- en jeugdrecht
Zittingsplaats Zutphen
Zaakgegevens: C/05/462313 / FZ RK 26-200
Datum uitspraak: 30 april 2026
beschikking niet-ontvankelijkheid
in de zaak van
[naam vrouw](hierna: de vrouw),
wonende te [woonplaats] ,
advocaat mr. E.R. Hagenaars te Amsterdam
tegen
[naam man](hierna: de man),
zonder bekende woon- of verblijfplaats.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:
- het verzoekschrift van de vrouw, met bijlagen, ontvangen op 23 januari 2026;
- producties 1 tot en met 10 en het verzoek tot erkenning van een buitenlandse adoptie, van mr. Hagenaars, ontvangen op 2 maart 2026;
- het exploot van betekening van 10 maart 2026;
- de brief van mr. Hagenaars van 20 april 2026.
1.2.
Er heeft geen zitting plaatsgevonden.

2.De beoordeling

2.1.
Op grond van artikel 816 lid 1 Rv Pro moet van het verzoekschrift tot echtscheiding van één der echtgenoten binnen veertien dagen na de indiening van het verzoekschrift, een afschrift worden betekend aan de andere echtgenoot.
2.2.
De vrouw heeft het verzoekschrift ingediend op 27 januari 2026 en uit het betekeningsexploot blijkt dat het verzoek op 10 maart 2026 is betekend aan de man. Het verzoekschrift is dus buiten de hiervoor vermelde termijn van veertien dagen betekend. Hoewel het betekenen van het verzoekschrift na het verstrijken van de in artikel 816 lid 1 Rv Pro genoemde termijn niet zonder meer een goede grond vormt om de verzoeker niet-ontvankelijk te verklaren (zie onder meer Hoge Raad 1 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:481), is de rechtbank gebleken dat in dit geval de vrouw het verzoekschrift pas heeft betekend nadat de termijn die in het familiejournaal was opengesteld voor het indienen van het exploot was verstreken en nadat de rechtbank bij brief van 4 maart 2026 de vrouw heeft gerappelleerd dat het exploot van betekening nog diende te worden overgelegd. Uit deze omstandigheden lijkt te volgen dat de vrouw zich pas na ontvangst van het bericht van de rechtbank van 3 maart 2026 realiseerde dat het verzoekschrift nog betekend diende te worden. Ook weegt de rechtbank mee dat het gaat om een forse termijnoverschrijding, nu het verzoek pas zes weken na indiening van het verzoekschrift is betekend in plaats van binnen de voorgeschreven veertien dagen.
2.3.
Daarnaast schrijft artikel 4.2. van het Procesreglement Scheiding voor dat het originele betekeningsexploot uiterlijk vier weken na de datum waarop het verzoekschrift is ingediend, moet worden overgelegd ter griffie. Bij ontvangst van het verzoekschrift van de vrouw op 27 januari 2026 is via het roljournaal voor de advocaten een termijn verleend voor het indienen van het betekeningsexploot. Het exploot van betekening is echter pas op 25 maart 2026 overgelegd. Niet is gebleken dat de vrouw voor afloop van de hiervoor genoemde termijn voor het overleggen van het exploot van betekening, schriftelijk klemmende redenen heeft medegedeeld waaruit volgde dat het niet mogelijk was om het exploot tijdig over te leggen. Deze klemmende reden volgen naar het oordeel van de rechtbank evenmin uit de toelichting van mr. Hagenaars in de brief van 20 april 2026.
2.4.
Tot slot overweegt de rechtbank dat bij brief van 13 april 2026 aan de vrouw is voorgehouden dat het verzoekschrift niet voldoet aan de vereisten van artikel 815 lid 5 Rv Pro, omdat een recente afschrift van de huwelijksakte ontbreekt. Daarop heeft de rechtbank de vrouw in de gelegenheid gesteld om alsnog een afschrift van de huwelijksakte over te leggen, dan wel toe te lichten waarom dit redelijkerwijs niet mogelijk zou zijn. Deze termijn is inmiddels verstreken, maar de rechtbank heeft op dit punt in het geheel geen reactie van de vrouw ontvangen.
2.5.
Gelet op deze omstandigheden verklaart de rechtbank de vrouw niet-ontvankelijk in het verzoek.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
verklaart de vrouw niet-ontvankelijk in het verzoek.
Deze beschikking is gegeven door mr. B. Krijnen, (kinder)rechter, in tegenwoordigheid van mr. V.D. van der Kooij als griffier en in het openbaar uitgesproken op 30 april 2026.
Indien hoger beroep tegen deze beschikking mogelijk is, kan dat worden ingesteld:
-door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,
-door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.