ECLI:NL:RBGEL:2026:3752
Rechtbank Gelderland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid echtscheidingsverzoek wegens termijnoverschrijding en ontbrekende huwelijksakte
De vrouw diende een verzoek tot echtscheiding in op 27 januari 2026. Volgens artikel 816 lid 1 Rv Pro moet het verzoekschrift binnen veertien dagen na indiening aan de wederpartij worden betekend. In deze zaak vond betekening pas plaats op 10 maart 2026, ruim na de wettelijke termijn. Daarnaast werd het exploot van betekening pas op 25 maart 2026 overgelegd, terwijl dit uiterlijk vier weken na indiening had moeten gebeuren. De vrouw gaf geen klemmende redenen voor deze vertraging.
Verder ontbrak een recent afschrift van de huwelijksakte, terwijl de rechtbank de vrouw in de gelegenheid had gesteld dit alsnog te overleggen of te motiveren waarom dit niet mogelijk was. De vrouw reageerde niet. De rechtbank overwoog dat de termijnoverschrijding aanzienlijk was en dat de vrouw pas na een rappel van de rechtbank tot betekening overging.
Gezien deze omstandigheden verklaarde de rechtbank de vrouw niet-ontvankelijk in haar verzoek tot echtscheiding. Er vond geen zitting plaats en de beschikking werd op 30 april 2026 in het openbaar uitgesproken door rechter B. Krijnen. De vrouw kan binnen drie maanden hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
Uitkomst: De rechtbank verklaart de vrouw niet-ontvankelijk in haar echtscheidingsverzoek wegens niet tijdig betekening en ontbreken van een recente huwelijksakte.