Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:3717

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
7 mei 2026
Publicatiedatum
8 mei 2026
Zaaknummer
05.105603.25 en 05.091728.26 (gev. ttz)
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
  • T.P.E.E. van Groeningen
  • M.A. van Leeuwen
  • S.H.W. Martens
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 36f SrArt. 45 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor meervoudige bedrijfsinbraken, drugsbezit en winkeldiefstal met gevangenisstraf en schadevergoeding

De rechtbank Gelderland heeft verdachte veroordeeld voor meerdere strafbare feiten gepleegd in oktober 2024 en maart 2026, waaronder vier bedrijfsinbraken en een poging daartoe bij tuincentra, het opzettelijk aanwezig hebben van circa 577 gram MDMA in zijn schuur, en een winkeldiefstal bij een supermarkt. De feiten zijn bewezen verklaard op basis van verklaringen van medeverdachten, camerabeelden, aangiftes, en het aantreffen van goederen en drugs bij verdachte.

Verdachte handelde vaak samen met twee medeverdachten, waarbij zij hekken openknipten om toegang te krijgen tot de tuincentra en goederen weg te nemen. De rechtbank achtte de verklaringen van medeverdachte betrouwbaar en vond de modus operandi consistent. Het bezit van MDMA werd bewezen geacht omdat de drugs in de schuur van verdachte werden aangetroffen en het onwaarschijnlijk was dat hij daarvan geen wetenschap had.

De rechtbank legde een gevangenisstraf van 12 maanden op, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaar en bijzondere voorwaarden gericht op begeleiding en behandeling van verslaving. Daarnaast werd verdachte veroordeeld tot betaling van schadevergoedingen aan de benadeelde partijen Intratuin Elst, Intratuin Arnhem en Agruniek Rijnvallei Winkels BV (Welkoop), met wettelijke rente en een schadevergoedingsmaatregel. De rechtbank wees ook de teruggave van in beslag genomen kledingstukken toe.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 12 maanden gevangenisstraf, waarvan 4 maanden voorwaardelijk, en tot betaling van schadevergoedingen aan benadeelde partijen.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummers: 05.105603.25 en 05.091728.26 (gev. ttz)
Datum uitspraak : 7 mei 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1997 in [geboorteplaats],
zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland
met als briefadres [adres 1], [postcode] [plaats].
Raadsman: mr. J.Y. Taekema, advocaat in Den Haag (voor parketnummer 05.105603.25),
en raadsman: mr. Y. ten Tuijnte, advocaat in Arnhem (voor parketnummer 05.091728.26)
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd:
Onder parketnummer 05.105603.25, dat:
feit 1hij op of omstreeks 27 oktober 2024 te Elst, gemeente Overbetuwe tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het door verdachte en/of zijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om geld en/of goederen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Intratuin (Nieuwe Aamsestraat nr. 94), in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn/haar mededader(s) toebehoorde(n), weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik te brengen door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming, heeft / hebben verdachte en/of zijn mededader(s) aldaar een hek(werk) open- en/of doorgeknipt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:
hij op of omstreeks 27 oktober 2024 te Elst, gemeente Overbetuwe tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen opzettelijk en wederrechtelijk een hek(werk), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Intratuin (Nieuwe Aamsestraat nr. 94), in elk geval aan een ander toebehoorde(n), heeft vernield, beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt en/of weggemaakt; (2024 509157)
feit 2hij op of omstreeks 27 oktober 2024 te Arnhem tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een bistroset en/of een of meer sierbeelden en/of ornamenten en/of twee buitenstoelen en/of een (bijbehorende) tafel en/of (houten) sierverlichting en/of een of meer (rieten) manden en/of (bamboe) sierhangers en/of (houten) tuinafzetting rollen en/of een (plastic) kuip en/of een printer- / kopieermachine en/of een vuurkorf (met schoorsteen) en/of 3-4, althans een of meer dozen oppotten tafel / plantenbak, in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan Intratuin (Beverweerdlaan nr. 1), in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat / die weg te nemen goed(eren) onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming; (registratienummer 2024 505777)
feit 3hij op of omstreeks 22 oktober 2024 te Lienden, gemeente Buren tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, 44, althans een of meer flessen butaangas en/of drie, althans een of meer kruiwagens en/of drie, althans een of meer vogelhuisjes, in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan Welkoop (Adelsweg nr. 4), in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat / die weg te nemen goed(eren) onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;(registratienummer 2024 496485)
feit 4hij op of omstreeks 23 oktober 2024 te Wageningen tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, een of meer kruiwagens en/of een of meer planten en/of een of meer gasflessen, in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die geheel of ten dele aan Welkoop (Rijnhaven nr. 14), in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat / die weg te nemen goed(eren) onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;(registratienummer 2024 498982)
feit 5hij op of omstreeks 24 oktober 2024 te Arnhem tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, twee computers en/of een accuboormachine en/of een of meer doosjes schroeven en/of bouten en/of een of meer (tuin)sierbeelden en/of een fontein (Buddha) en/of een koffer (EHBO), in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan Intratuin (Beverweerdlaan nr. 1), in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde(n), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft/hebben verschaft en/of dat / die weg te nemen goed(eren) onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking en/of inklimming;(registratienummer 2024 500334)
feit 6
hij op of omstreeks 27 oktober 2024 te [plaats] opzettelijk aanwezig heeft gehad (in totaal) ongeveer 577,03 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA zijnde MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
Onder parketnummer 05.091728.26, dat:
hij op of omstreeks 12 maart 2026 te [plaats], althans in Nederland, een of meerdere kledingstukken, althans winkelgoederen, in elk geval enig goed, dat/die geheel of ten dele aan de Lidl (Dorpsplein 70 te [plaats]), in elk geval aan een ander toebehoorde(n) heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte die/dat weg te nemen winkelgoederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak en/of verbreking van verpakkingen;

2.Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan alle aan hem ten laste gelegde feiten onder de parketnummers 05.105603.25 en 05.091728.26. Bij feit 1 tot en met 5 onder parketnummer 05.105603.25 is sprake van medeplegen, aldus de officier van justitie.
Het standpunt van de verdediging
Raadsman mr. Taekema heeft bepleit dat verdachte dient te worden vrijgesproken van feit 3 tot en met 6 van parketnummer 05.105603.25, nu er ten aanzien van deze feiten onvoldoende bewijs is. De verklaring van medeverdachte [medeverdachte 1] acht de raadsman onbetrouwbaar, waardoor deze niet voor het bewijs kan worden gebruikt. Ten aanzien van feit 6 heeft de raadsman betoogd dat er onvoldoende bewijs is dat verdachte wetenschap had van de MDMA in zijn schuur of dat hij opzet had op het aanwezig hebben van deze drugs. Ten aanzien van feit 1 en 2 heeft de raadsman aangegeven dat er voldoende wettig en overtuigend bewijs is.
Raadsman mr. Ten Tuijnte heeft ten aanzien parketnummer 05.091728.26 bepleit dat de ten laste gelegde winkeldiefstal kan worden bewezen. Het binnen de winkel openmaken van een verpakking kan volgens de raadsman niet worden gekwalificeerd als braak of verbreking.
Beoordeling door de rechtbank
Parketnummer 05.105603.25 [1]
feit 2
Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van aangifte van [aangever 1], p. 38-39;
- het proces-verbaal van bevindingen, p. 49;
- het proces-verbaal van bevindingen, p. 81-82;
- de verklaring van medeverdachte [medeverdachte 1] (verder: [medeverdachte 1]) p. 115-118;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 16 april 2026.
feit 1
Aangever [aangever 2], bedrijfsleider bij de Intratuin in Elst, heeft verklaard dat op 27 oktober 2024 om 03:40 uur het alarmsysteem van de Intratuin werd geactiveerd. Er werd ontdekt dat er een gat in het hek was geknipt. Vermoedelijk had het alarm de inbrekers afgeschrikt. [2]
In de nacht van 27 oktober 2024 kort na 05:35 uur werden verdachte, [medeverdachte 1] en medeverdachte [medeverdachte 2] (verder: [medeverdachte 2]) aangehouden naar aanleiding van een inbraak bij de Intratuin aan de Beverweerdlaan te Arnhem (de rechtbank begrijpt: ‘Intratuin Presikhaaf’). Verdachte, [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] werden aangehouden in een busje waarin een grote hoeveelheid goederen lag. [3]
[medeverdachte 2] heeft bekend samen met [medeverdachte 1] en verdachte de diefstal bij de Intratuin Presikhaaf te hebben gepleegd. [4]
[medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij met verdachte en [medeverdachte 2] bij de Intratuin in Elst was voordat zij bij de Intratuin Presikhaaf waren.. Ze wilden bij de Intratuin in Elst het hek wegduwen en wegknippen. Eén wilde knippen, maar toen ging gelijk het alarm af. Ze waren bij de Intratuin in Elst hetzelfde van plan als dat wat ze (later) bij de Intratuin Presikhaaf hebben gedaan. [5]
Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat het zou kunnen kloppen dat hij ook in Elst erbij was. [6]
De rechtbank stelt op basis van de bovenstaande bewijsmiddelen vast dat verdachte samen met [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] de poging tot inbraak bij de Intratuin in Elst heeft gepleegd. Uit de verklaring van [medeverdachte 1] blijkt dat de verdachten hetzelfde van plan waren in Elst als dat wat zij uiteindelijk diezelfde nacht bij de Intratuin Presikhaaf hebben gedaan. Net als bij Intratuin Presikhaaf knipten de verdachten bij de Intratuin in Elst het hek door, maar werden zij daar verstoord door een alarm. De rechtbank overweegt dat deze handelingen onmiskenbaar zijn gericht zijn op de voltooiing van een inbraak. De rechtbank komt daarmee tot een bewezenverklaring van de onder feit 1 primair ten laste gelegde poging tot inbraak in vereniging.
feit 5
Aangeefster [aangever 1], werkzaam bij de Intratuin aan de Beverweerdlaan 1 te Arnhem (Intratuin Presikhaaf), heeft verklaard dat in de ochtend van 24 oktober 2024 werd opgemerkt dat er een computer uit de blokhut naast de grote buitendeur was weggenomen. De medewerkers van de Intratuin zagen dat er in het buitenste hek van het terrein was geknipt. Hierdoor was er een opening naar het terrein ontstaan. De volgende goederen bleken te zijn weggenomen:
- Twee computers;
- Eén accuboormachine;
- Doosjes schroeven en bouten;
- Grote sierbeelden tuin;
- Buddha fontein;
- EHBO koffer. [7]
De camerabeelden van het buitenterrein van de Intratuin aan de Beverweerdlaan zijn uitgekeken. Op de camerabeelden was te zien dat drie personen diverse goederen, waaronder de EHBO-koffer en een computerbeeldscherm, wegnamen. [8]
[medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij met [medeverdachte 2] en verdachte op 24 oktober 2024 de hekken van de Intratuin in Arnhem heeft opengeknipt. Ze waren weer met het witte busje. [9]
[medeverdachte 2] heeft verklaard dat hij op 24 oktober 2024 met verdachte en [medeverdachte 1] bij de Intratuin in Arnhem was. Daar werden de hekken geopend en werd een klein aantal goederen meegenomen. Het plan was om het hek open te knippen en te kijken of er iets moois stond voor in de tuin. Ze waren weer met het witte busje. Dit is hetzelfde busje als dat waarin zij later zijn aangehouden. [10]
Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat het zou kunnen dat hij erbij was. [11]
De rechtbank komt op basis van bovenstaande bewijsmiddelen tot het oordeel dat verdachte op 24 oktober 2024 samen met [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] heeft ingebroken bij de Intratuin Presikhaaf. Uit de verklaringen van [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2] blijkt dat zij samen met verdachte de hekken van de Intratuin hebben opengeknipt, vervolgens daar goederen hebben weggenomen en zijn weggegaan met het witte busje. Deze verklaringen, die in belangrijke mate overeenkomen, worden daarnaast ondersteund door de camerabeelden, waaruit blijkt dat er drie personen bij de inbraak betrokken waren. Bovendien heeft verdachte ter terechtzitting aangegeven dat het zou kunnen dat hij erbij was. De rechtbank komt dan ook tot een bewezenverklaring van feit 5.
feit 3 en 4
Inbraak bij de Welkoop Lienden (feit 3)
Aangever [aangever 3], bedrijfsleider bij de Welkoop in Lienden, heeft verklaard dat hij op 22 oktober 2024 zag dat de kooi waar butaangas werd opgeslagen, openstond. Hij zag dat beide kanten van de kooi waren opengebroken. [aangever 3] zag twee kapotte sloten op de grond liggen. Er waren 44 flessen butaangas weggenomen.
[aangever 3] zag op de camerabeelden dat er om 02:00 uur drie personen in beeld kwamen. Hij zag op de beelden dat de drie mannen de kooi openmaakten. De mannen pakten kruiwagens die naast de kooi stonden en vulden deze met de gasflessen om vervolgens met de kruiwagens uit beeld te verdwijnen. Uiteindelijk hebben de mannen de drie kruiwagens niet meer teruggebracht en dus ook meegenomen. Op de camerabeelden was ook te zien dat de mannen drie vogelhuisjes meenamen. [12]
[medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij met verdachte en [medeverdachte 2] was en dat zij in hetzelfde busje reden als tijdens de aanhouding (de rechtbank begrijpt: op 27 oktober 2024). Ze zagen die Welkoop en wilden er beeldjes weghalen. Ze namen er uiteindelijk gasflessen en kruiwagens weg. [13]
Inbraak bij de Welkoop Wageningen (feit 4)
Aangever [aangever 4], werkzaam bij de Welkoop in Wageningen, werd op 23 oktober 2024 omstreeks 09:15 uur door een collega gebeld dat er was ingebroken. Er waren meerdere goederen weggenomen waaronder kruiwagens, planten en gasflessen. Het buitenterrein van de Welkoop is afgesloten met stalen hekken en een schaduwdoek. [aangever 4] zag dat er twee grote openingen in het schaduwdoek waren gemaakt. Een deel van het hek bleek opengebroken te zijn. Op camerabeelden zag [aangever 4] dat er op 23 oktober 2024 omstreeks 02:00 uur drie personen over het buitenterrein liepen. De personen liepen heen en weer met goederen. [14]
[medeverdachte 1] heeft verklaard dat het klopt dat hij heeft ingebroken bij de Welkoop in Wageningen. Hij was samen met [medeverdachte 2] en verdachte, met hetzelfde busje. [15]
Overige bewijsmiddelen feit 3 en 4Op 27 oktober 2024 gingen verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] in verband met de inbraak bij de Intratuin Presikhaaf naar de woning van verdachte aan de [adres 2] te [plaats]. Voor het hekje voor de tuin van de woning zagen de verbalisanten een tuinbeeld en een vogelhuisje staan. Beide voorwerpen waren voorzien van een prijskaartje. De verbalisanten zagen twee bezems en een hark staan die afkomstig waren van de Welkoop. Zij zagen dit aan de letters WELKOOP op de goederen. In de tuin van verdachte zagen de verbalisanten diverse vuurkorven, een tuinbeeld, een barbecue en drie trampolines staan. [16]
Er is onderzoek gedaan aan de telefoon van [medeverdachte 1]. In de veiliggestelde data van de telefoon is te zien dat [medeverdachte 1] rond de ten laste gelegde data meerdere zoekopdrachten op het internet heeft gedaan. Daarbij zijn de volgende zoekresultaten opgevallen:
- Op 24 oktober 2024 om 06.02 uur:
beelden intratuin- Op 25 oktober 2024 om 14.52 uur:
vuurkorf welkoop- Op 25 oktober 2024 om 14.53 uur:
vuurkorf intratuin- Op 25 oktober 2024 om 14.52 uur:
compost welkoop [17]
Betrokkenheid verdachte, [medeverdachte 1] en [medeverdachte 2]
[medeverdachte 1] heeft in zijn verhoor bij de politie verklaard betrokken te zijn geweest bij de inbraken bij de Welkoop in Lienden en de Welkoop in Wageningen. [medeverdachte 1] heeft verklaard dat hij deze inbraken met verdachte en [medeverdachte 2] pleegde en dat zij daarbij gebruik maakten van het busje waarin zij op een later moment werden aangehouden. De rechtbank acht de verklaring van [medeverdachte 1] betrouwbaar, nu deze concreet en specifiek is. [medeverdachte 1] benoemde in zijn verklaring specifiek en op eigen initiatief dat ze bij de inbraak in Lienden gasflessen en kruiwagens hadden gestolen, goederen die daadwerkelijk bij deze inbraak zijn weggenomen. De rechtbank is van oordeel dat de verklaring van [medeverdachte 1] bovendien wordt ondersteund door de andere bewijsmiddelen. Op de camerabeelden van zowel de Welkoop in Lienden als de Welkoop in Wageningen werden steeds drie personen gezien die in het midden van de nacht heen en weer liepen met goederen. Uit onderzoek aan de telefoon van [medeverdachte 1] is daarnaast gebleken dat hij in de dagen na de inbraken in Lienden en Wageningen op het internet heeft gezocht naar goederen van de Welkoop.
De rechtbank stelt daarnaast vast dat de inbraken bij de Welkoop in Lienden en de Welkoop in Wageningen eenzelfde modus operandi hebben als de andere (poging tot) inbraken die door de drie verdachten zijn gepleegd. Kenmerkend voor de werkwijze van verdachte, [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] bij deze bewezenverklaarde inbraken is dat telkens de toegang via een hekwerk werd verschaft door dit hek of sloten hiervan open te knippen en vervolgens goederen van het buitenterrein van het tuincentrum mee te nemen. De goederen werden vervolgens met het busje van verdachte vervoerd. Deze modus operandi komt overeen met hetgeen aangevers [aangever 3] en [aangever 4], en [medeverdachte 1] hebben verklaard over de inbraken in Lienden en Wageningen. Een soortgelijke werkwijze werd gezien bij de inbraak bij de Intratuin Presikhaaf van een paar dagen later, op 27 oktober 2024 (feit 2). Na de inbraak bij Intratuin Presikhaaf werden verdachte en de twee medeverdachten in het busje van verdachte aangehouden.
De rechtbank merkt ten slotte op dat in de tuin van verdachte diverse goederen werden aangetroffen die afkomstig lijken te zijn uit tuincentra, waaronder een vogelhuisje met een aangehecht prijskaartje en goederen van de Welkoop. De rechtbank wijst erop dat bij de inbraak in Lienden ook drie vogelhuisjes zijn weggenomen.
Gelet op het vorenstaande en op grond van de bewijsmiddelen, in onderling verband en samenhang bezien, acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder feit 3 en 4 ten laste gelegde bedrijfsinbraken in vereniging.
feit 6
Op 27 oktober 2024 gingen verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] naar de woning van verdachte aan de [adres 2] te [plaats]. Bij de woning bevond zich een schuurtje. Midden in het schuurtje zag verbalisant [verbalisant 2] een koeltasje staan. In het koeltasje lag een zak hondenbrokken. Onder deze zak zat een doorzichtig plastic bakje met roze pillen. De verbalisanten herkenden de pillen direct als XTC pillen. Toen het bakje werd opgetild, bleek er nog een witte brok in het bakje te zitten. [18]
De in de koeltas aangetroffen pillen en brok zijn onderzocht en getest. Aangetroffen werd:
- Een gripzak met daarin een crèmekleurig kristalachtige brok en poeder met een nettogewicht van 91,66 gram, positief getest op MDMA [19] ;
- Een plastic bak met deksel met daarin twee gripzakken met in totaal 990 roze gekleurde tabletten in de vorm van het hoofd van Kim Jong Un en tekstindruk KJU, met een nettogewicht van 485,37 gram, positief getest op MDMA. [20]
Opzettelijk aanwezig hebben
De rechtbank stelt op basis van de bewijsmiddelen vast dat er in de schuur bij de woning van verdachte in totaal een hoeveelheid van 577,03 gram aan MDMA is aangetroffen.
De vraag die de rechtbank moet beantwoorden is of verdachte deze harddrugs opzettelijk aanwezig heeft gehad. Voor een bewezenverklaring van het aanwezig hebben van verdovende middelen is vereist dat bij verdachte sprake was van wetenschap van de aanwezigheid van de drugs en dat hij daarover de beschikkingsmacht had. Uitgangspunt is dat de bewoner van een perceel bekend moet worden geacht te zijn met de goederen die zich op dat perceel bevinden. Onder omstandigheden kan dit anders liggen, bijvoorbeeld als verdachte een aannemelijke verklaring geeft waaruit volgt dat hij geen wetenschap had van de aanwezigheid van de drugs. De rechtbank is van oordeel dat deze omstandigheden zich hier niet voordoen en overweegt daarover als volgt.
De aangetroffen harddrugs werden gevonden in de schuur bij de woning van verdachte. Verdachte had, als bewoner van de woning, ook toegang tot de schuur. Het koeltasje waar de MDMA in werd aangetroffen stond in het midden van de schuur. In dit tasje bevond zich meer dan een halve kilogram MDMA. De rechtbank acht het niet aannemelijk dat een dergelijke hoeveelheid MDMA, die een behoorlijke waarde vertegenwoordigt, wordt achtergelaten in de schuur van een woning zonder medeweten van de bewoner. Daarnaast is er geen concreet aanknopingspunt dat iemand anders deze harddrugs buiten wetenschap van verdachte in de schuur zou hebben bewaard. De rechtbank is gelet op het voorgaande van oordeel dat het niet anders kan dan dat verdachte wetenschap had van de aangetroffen MDMA, en dat hij, gelet op het feit dat de verdovende middelen zijn aangetroffen in zijn schuur, daar beschikkingsmacht over had.
De rechtbank is dan ook van oordeel dat verdachte de MDMA opzettelijk aanwezig heeft gehad en acht feit 6 wettig en overtuigend bewezen.
parketnummer 05.091728.26 [21]
Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:
- het proces-verbaal van aangifte [aangever 5], namens de Lidl Westervoort, p. 5-6;
- het proces-verbaal aanvullend, p. 9-10;
- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 16 april 2026.
Verbreking
De rechtbank is van oordeel dat verdachte de goederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking. Immers, verdachte kon door de verpakkingen te verbreken de vesten om zijn middel doen, zodat hij deze kon verbergen en daarmee onder zijn bereik kon brengen.

3.De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte alle onder parketnummers 05.105603.25 en 05.091728.26 ten laste gelegde feiten heeft begaan, te weten dat:
parketnummer 05.105603.25
feit 1 (primair)
hij op
of omstreeks27 oktober 2024 te Elst, gemeente Overbetuwe tezamen en in vereniging met
een of meeranderen,
althans alleen,ter uitvoering van het door verdachte en
/ofzijn mededader(s) voorgenomen misdrijf om geld en/of goederen, in elk geval enig goed,
dat/die
geheel of ten deleaan Intratuin (Nieuwe Aamsestraat nr. 94),
in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn/haar mededader(s)toebehoorde
(n
), weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen
en/of dat/die weg te nemen goed/goederen onder zijn/haar/hun bereik te brengendoor middel van braak
en/of verbreking en/of inklimming,
heeft /hebben verdachte en
/ofzijn mededader
(s
)aldaar een hek(werk) open- en
/ofdoorgeknipt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
feit 2
hij op
of omstreeks27 oktober 2024 te Arnhem tezamen en in vereniging met
een of meeranderen,
althans alleen,een bistroset en
/of een of meersierbeelden en
/ofornamenten en
/oftwee buitenstoelen en
/ofeen (bijbehorende) tafel en
/of(houten) sierverlichting en
/of een of meer(rieten) manden en
/of(bamboe) sierhangers en
/of(houten) tuinafzetting rollen en
/ofeen (plastic) kuip en
/ofeen printer- / kopieermachine en
/ofeen vuurkorf (met schoorsteen) en
/of3-4,
althans een of meerdozen oppotten tafel / plantenbak,
in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die
geheel of ten deleaan Intratuin (Beverweerdlaan nr. 1),
in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)toebehoorde(n), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en
/ofzijn mededader
(s
)zich de toegang tot de plaats van het misdrijf
heeft/hebben verschaft
en/of dat / die weg te nemen goed(eren) onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebrachtdoor middel van braak
en/of verbreking en/of inklimming; (
registratienummer 2024 505777)
feit 3
hij op
of omstreeks22 oktober 2024 te Lienden, gemeente Buren tezamen en in vereniging met
een of meeranderen,
althans alleen,44,
althans een of meerflessen butaangas en
/ofdrie
, althans een of meerkruiwagens en
/ofdrie
, althans een of meervogelhuisjes,
in elk geval enig(e) goed(eren), dat/die
geheel of ten deleaan Welkoop (Adelsweg nr. 4),
in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)toebehoorde
(n
), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en
/ofzijn mededader
(s
)zich de toegang tot de plaats van het misdrijf
heeft/hebben verschaft
en/of dat / die weg te nemen goed(eren) onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van braak
en/of verbreking en/of inklimming;
(registratienummer 2024 496485)
feit 4
hij op
of omstreeks23 oktober 2024 te Wageningen tezamen en in vereniging met
een of meeranderen,
althans alleen, een of meer kruiwagens en/of een of meer planten en/of een of meer gasflessen, in elk geval enig(e)goed(eren),
dat/die
geheel of ten deleaan Welkoop (Rijnhaven nr. 14),
in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)toebehoorde
(n
), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en
/ofzijn mededader
(s
)zich de toegang tot de plaats van het misdrijf
heeft/hebben verschaft
en/of dat / die weg te nemen goed(eren) onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebrachtdoor middel van braak
en/of verbreking en/of inklimming;
(registratienummer 2024 498982)
feit 5
hij op
of omstreeks24 oktober 2024 te Arnhem tezamen en in vereniging met
een of meeranderen,
althans alleen,twee computers en
/ofeen accuboormachine en
/of een of meerdoosjes schroeven en
/ofbouten en
/of een of meer(tuin)sierbeelden en
/ofeen fontein (Buddha) en
/ofeen koffer (EHBO),
in elk geval enig goed, dat/die
geheel of ten deleaan Intratuin (Beverweerdlaan nr. 1),
in elk geval aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s)toebehoorde
(n
), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en
/ofzijn mededader
(s
)zich de toegang tot de plaats van het misdrijf
heeft/hebben verschaft
en/of dat / die weg te nemen goed(eren) onder zijn/haar/hun bereik heeft/hebben gebrachtdoor middel van braak
en/of verbreking en/of inklimming;
(registratienummer 2024 500334)
feit 6
hij op
of omstreeks27 oktober 2024 te Westervoort opzettelijk aanwezig heeft gehad (in totaal) ongeveer 577,03 gram
, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattendeMDMA
,zijnde MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I,
dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
parketnummer 05.091728.26hij op
of omstreeks12 maart 2026 te Westervoort,
althans in Nederland, een ofmeerdere kledingstukken,
althans winkelgoederen, in elk geval enig goed, dat/die
geheel of ten deleaan de Lidl (Dorpsplein 70 te Westervoort),
in elk geval aan een andertoebehoorde
(n
)heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte die
/datweg te nemen winkelgoederen onder zijn bereik heeft gebracht door middel van
braak en/ofverbreking van verpakkingen.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
parketnummer 05.105603.25
feit 1 (primair):
poging tot diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak
feit 2, 3, 4 en 5, telkens:
diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige zich de toegang tot de plaats van het misdrijf heeft verschaft door middel van braak
feit 6
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod
parketnummer 05.091728.26
diefstal, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van verbreking

5.De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6.De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7.De overwegingen ten aanzien van straf

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft ter zitting gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 17 maanden, waarvan 7 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. [22] Aan het voorwaardelijk strafdeel dienen de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd in het reclasseringsadvies van 23 maart 2026 te worden verbonden.
Het standpunt van de verdediging
Raadsman mr. Taekema heeft ten aanzien van parketnummer 05.105603.25 bepleit dat aan verdachte geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf dient te worden opgelegd, nu die de opgestarte hulpverlening en het ‘detoxtraject’ zou doorkruisen. De raadsman heeft voorgesteld dat aan verdachte een werkstraf en een voorwaardelijke gevangenisstraf dient te worden opgelegd. Nu verdachte handig is, kan hij bij het uitvoeren van de eventuele werkstraf zijn vaardigheden inzetten om de schade die hij aan de maatschappij heeft toegebracht, te herstellen. De raadsman heeft de rechtbank in overweging gegeven de zaak drie maanden aan te houden en eventueel dan uitspraak te doen, nu over drie maanden meer duidelijk is over de behandeling en het eventuele herstel van verdachte.
Raadsman mr. Ten Tuijnte heeft ten aanzien van parketnummer 05.091728.26 erop gewezen dat de winkeldiefstal van beperkte aard was. Verdachte pleegde de diefstal uit wanhoop, omdat hij schone kleding wilde hebben. De raadsman heeft gevraagd de straf voor het feit te verdisconteren met de straf voor de feiten van parketnummer 05.105603.25.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
Verdachte heeft zich in een periode van een aantal dagen samen met steeds de zelfde twee medeverdachten schuldig gemaakt aan het plegen van meerdere inbraken en een poging daartoe bij verschillende tuincentra. Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan een winkeldiefstal. Verdachte heeft daarmee blijk gegeven geen respect te hebben voor het eigendom van anderen en de getroffen ondernemingen steeds overlast, extra werk en schade toegebracht. Dergelijke feiten veroorzaken bovendien gevoelens van onveiligheid in de samenleving en met name bij de benadeelden en hun werknemers. Ook heeft verdachte een aanzienlijke hoeveelheid MDMA in de schuur van zijn woning aanwezig gehad. Het is een feit van algemene bekendheid dat met name harddrugs grote gevaren opleveren voor de gezondheid van gebruikers. Bovendien gaat de handel in en het gebruik van verdovende middelen gepaard met verschillende vormen van (zware) criminaliteit, waardoor de samenleving in ernstige mate schade wordt berokkend.
Uit het uittreksel uit het justitiële documentatieregister van 8 april 2026 van verdachte blijkt dat hij in de afgelopen jaren eerder is veroordeeld voor vermogensdelicten.
In het reclasseringsadvies van 23 maart 2026 van Leger des Heils Jeugdbescherming & reclassering merkt de reclassering op dat zij het sociaal netwerk, de verslaving en financiën van verdachte als delictgerelateerd ziet. De reclassering kan echter nog niet spreken van een delictpatroon. Wel constateert de reclassering dat sprake is van instabiliteit op alle leefgebieden. Verdachte heeft geen huisvesting, geen zinvolle dagbesteding, geen inkomen en schulden. Er is sprake van verslavingsproblematiek en een negatief sociaal netwerk. Door zijn problemen is verdachte verwijderd geraakt van zijn familie, vrouw en kind. De reclassering ziet momenteel weinig beschermende factoren. Positief is dat verdachte begeleiding krijgt vanuit Rewind Care. De begeleiders van Rewind Care zijn momenteel bezig met het regelen van een detox behandeling. Verdachte heeft veel vertrouwen in zijn begeleider. De reclassering wil om die reden deze begeleiding opnemen in de bijzondere voorwaarden. Verdachte lijkt een dieptepunt te hebben bereikt en er is een duidelijke lijdensdruk. Verdachte is gemotiveerd om zijn problemen aan te pakken. Een belangrijke drijfveer hierbij is de vrouw en het zoontje van verdachte. Het is nu dan ook zaak om daar zo snel mogelijk op in te haken. Verdachte zegt mee te willen werken met het plan van aanpak van de reclassering. De reclassering schat het risico op recidive in als hoog. De reclassering adviseert een (deels) voorwaardelijke straf op te leggen met de volgende bijzondere voorwaarden: een meldplicht bij de reclassering, een ambulante behandeling met mogelijke kortdurende opname, verblijf in begeleid wonen of maatschappelijke opvang, een verbod op verdovende middelen (met urinecontroles) en praktische begeleiding van Rewind Care.
De rechtbank neemt dit advies over.
In de LOVS-oriëntatiepunten wordt voor één bedrijfsinbraak, waarbij er sprake is van recidive, een gevangenisstraf vermeld voor de duur van 10 weken. In dit geval gaat het om 4 inbraken en een poging daartoe. Strafverzwarend is hier nog dat verdachte steeds in groepsverband opereerde en dat het steeds gaat om een aanzienlijke buit en/of schade. Ook voor het drugsbezit geldt als een uitgangspunt een gevangenisstraf, hier, gelet op de omvang, van 4 maanden. Voor de winkeldiefstal een geldboete.
Gelet op enerzijds de ernst van de feiten en anderzijds het belang van maatregelen om het herhalingsgevaar te beperken acht de rechtbank al met al een gevangenisstraf van 12 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren passend en geboden. Aan het voorwaardelijke strafdeel worden de bijzondere voorwaarden uit het reclasseringsadvies van 23 maart 2026 verbonden. De rechtbank zal de zaak niet drie maanden aanhouden, zoals door de raadsman is verzocht, nu er met oplegging van het voorwaardelijk strafdeel met de bijzondere voorwaarden de hulpverlening van verdachte voldoende wordt gewaarborgd.
Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire Pro beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek Pro van Strafvordering, aan de orde is.

8.De beoordeling van de civiele vorderingen

De benadeelde partij Intratuin Elst heeft in verband met feit 1 onder parketnummer 05.105603.25 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 2.007,88 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente.
De benadeelde partij Intratuin Arnhem heeft in verband met feit 2 en 5 onder parketnummer 05.105603.25 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 10.571,00 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente.
De benadeelde partij Agruniek Rijnvallei Winkels BV (Welkoop) heeft in verband met feit 4 onder parketnummer 05.105603.25 een vordering tot schadevergoeding ingediend. De benadeelde partij vordert € 1.540,00 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente.
Door de benadeelde partijen is om oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en hoofdelijke toewijzing verzocht.
Standpunten
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen van de benadeelde partijen Intratuin Arnhem en Intratuin Elst kunnen worden toegewezen, met toekenning van de wettelijke rente, en vordert oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. Ten aanzien van de schadepost ‘Schade hekwerk’ van de vordering van de benadeelde partij Agruniek Rijnvallei Winkels BV (Welkoop) heeft de officier van justitie gesteld dat deze post kan worden toegewezen tot een hoogte van € 408,00. De schadepost ‘diefstal’ kan volledig worden toegewezen, aldus de officier van justitie. Beide schadeposten kunnen worden toegewezen met toekenning van de wettelijke rente en oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. De officier van justitie heeft gesteld dat de vorderingen van de benadeelde partijen hoofdelijk dienen te worden toegewezen.
Raadsman mr. Taekema heeft zich primair op het standpunt gesteld dat de benadeelde partijen Agruniek Rijnvallei Winkels BV (Welkoop) en Intratuin Arnhem vanwege de bepleite vrijspraak niet-ontvankelijk in de vordering moeten worden verklaard. Subsidiair heeft de raadsman betoogd dat de volmachten voor de Intratuin Arnhem en de Intratuin Elst zijn opgemaakt nadat de vorderingen zijn ingediend. Volgens de raadsman zijn de vorderingen daarom onbevoegd ingediend, wat moet leiden tot niet-ontvankelijkheid. Meer subsidiair heeft de raadsman betoogd dat de vordering van de Intratuin Arnhem niet-ontvankelijk is, nu deze onvoldoende onderbouwd is. De raadsman heeft er daarbij op gewezen dat de onderbouwing van de vordering bestaat uit offertes, en geen facturen. Ook is er onvoldoende onderbouwd wat de schade is. De raadsman heeft ten slotte betoogd dat er uitgegaan dient te worden van de bedragen ex btw, nu de Intratuin Arnhem een rechtspersoon is die btw kan verrekenen. Ten aanzien van de vorderingen van Agruniek Rijnvallei Winkels BV (Welkoop) en Intratuin Elst heeft de raadsman betoogd dat deze vorderingen onvoldoende onderbouwd zijn. Ten aanzien van de vordering van de Intratuin Elst heeft de raadsman zich aangesloten bij het verweer dat uit de offerte naar voren lijkt te komen dat het herstel van de beukenhaag heeft plaatsgevonden door een aan de Intratuin gelieerd bedrijf. De raadsman heeft tot slot betoogd dat er dient te worden afgezien van het opleggen van de schadevergoedingsmaatregel, nu de benadeelden franchises van grotere ketens betreffen die zelf in staat zouden moeten zijn de bedragen te vorderen.
Overweging van de rechtbank
Algemene overweging ten aanzien van de volmachten
Door ieder van de benadeelde partijen is een volmacht en/of een uittreksel van het Handelsregister aangeleverd. Daaruit blijkt, zoals ook verder niet is weersproken, dat de indieners van de vordering de benadeelde rechtspersonen bevoegd vertegenwoordigden. Dat de volmachten en uittreksels pas zijn aangeleverd nadat de formulieren waarin de schadevergoeding werd gevorderd, zijn ingediend, doet daaraan niet af, nu eventuele gebreken in (de onderbouwing van) de vertegenwoordingsbevoegdheid nog ter terechtzitting kunnen worden hersteld (Hoge Raad 17 december 2019 ECLI:NL:HR:2019:1963; ECLI:NL:PHR:2019:813).
Benadeelde partij Intratuin Elst
Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij Intratuin Elst als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden, bestaande uit schade aan de haag en het hekwerk. De schadepost ‘vervangen beukenhaag’ is voldoende onderbouwd en komt de rechtbank redelijk voor. De offerte voor het vervangen van de haag, die ter onderbouwing van deze schadepost is aangeleverd, is afkomstig van Uwtuin.nl Hoveniers. Hoewel het Intratuin logo op deze offerte is vermeld, betekent dit niet dat de schade door de benadeelde partij zelf is hersteld noch dat daarin geen reëel bedrag van de schade, te weten de herstelkosten, is genoemd. De rechtbank zal deze schadepost ex btw toewijzen (€ 173,55).
Ten aanzien van de schadepost ‘herstelwerkzaamheden hekwerk’ is een offerte overgelegd van BTG Beveiligingsinstallaties van € 1.397,84, exclusief btw, die ziet op “Plaatsen detectiedraad in herkwerk incl levering na eerste inbraak” en op “Herstelwerkzaamheden draad na inbraak poging”. Ten aanzien van de eerst genoemde post ‘na eerste inbraak’ kan zonder nadere onderbouwing – waarvoor hier geen plaats is, nu dat een onevenredige belasting van het strafproces zou opleveren - niet worden vastgesteld dat die ziet op schade die rechtstreeks verband houdt met de onder feit 1 bewezenverklaarde inbraakpoging.
Nu het geoffreerde bedrag ziet op beide posten kan dat bedrag ook niet worden overgenomen als de herstelkosten van het hek. Voor de begroting van die post zal de rechtbank daarom gebruik maken van haar schattingsbevoegdheid en het schadebedrag vaststellen op de helft van dat geoffreerde bedrag, € 698,92 (€ 1.397,84/2). Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk. Ten aanzien van de post “Plaatsen detectiedraad in hekwerk incl levering na eerste inbraak” is de vordering gelet op het vorenstaande niet-ontvankelijk.
De rechtbank zal de vordering ook ten aanzien van de schadepost ‘spandraad’ niet-ontvankelijk verklaren, nu gelet op de datum van de offerte, ook hiervan zonder nadere onderbouwing niet kan worden vastgesteld of er een rechtstreeks verband bestaat tussen de schade en het bewezenverklaarde en nu ook hier geldt dat nadere onderbouwing en zonodig bewijslevering een onevenredige belasting van het strafproces oplevert.
De rechtbank is bij toewijzing van de schadebedragen uitgegaan van de herstelkosten ex btw, nu de benadeelde partij een rechtspersoon is die de btw kan verrekenen.
De vordering zal daarom tot een totaalbedrag van € 872,47 worden toegewezen. Voor het meerdere is de vordering niet-ontvankelijk. Benadeelde kan dit deel van de vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.
Verdachte is vanaf 27 oktober 2024 wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd.
Benadeelde partij Intratuin Arnhem
Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij Intratuin Arnhem als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden. De schadeposten ‘Gestolen goederen op 24 okt 24 en niet teruggevonden’(€ 4.731,00) ‘besteedde uren medewerkers’ (€ 767,00) en ‘schade hekwerk’ zijn voldoende onderbouwd zijn en komen de rechtbank redelijk voor (€ 2.104,00). Uit de overgelegde offertes blijkt genoegzaam wat de hoogte van de geleden schade is. Uit de onderbouwing bij de vordering blijkt dat de gevorderde bedragen steeds ex btw zijn gevorderd. Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk.
De conclusie is dat de vordering tot een totaal bedrag van € 7.602,00 kan worden toegewezen.
Ten aanzien van de schadepost ‘Gestolen op 27-10-2024, beschadigde goederen’ kan zonder nadere onderbouwing, die ontbreekt, niet worden vastgesteld waaruit die schade precies bestaat. Een verdere onderbouwing, standpuntuitwisseling en, zo nodig, bewijslevering op dit punt levert een onevenredige belasting van het strafproces op. De vordering is wat betreft deze schadepost niet-ontvankelijk. Benadeelde kan dit deel van de vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.
Verdachte is vanaf 27 oktober 2024 wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd.
Benadeelde partij Agruniek Rijnvallei Winkels BV (Welkoop)
Uit het onderzoek ter terechtzitting is voldoende gebleken dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen van verdachte rechtstreeks schade heeft geleden.
De rechtbank overweegt dat uit de onderbouwing van de schadepost ‘schade hekwerk’ blijkt dat er (slechts) een bedrag van € 337,50 ex btw is betaald voor de herstelwerkzaamheden aan het hek. De rechtbank zal deze schadepost daarom tot een bedrag van € 337,50 toewijzen en voor het meerdere afwijzen. De schadepost ‘Diefstal’ (€ 1040,00) is voldoende onderbouwd en komt redelijk voor.
Voor deze schade is verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk.
De rechtbank is van oordeel dat de vordering tot een hoogte van € 1.377,50 kan worden toegewezen. Voor het meerdere zal de vordering worden afgewezen.
Verdachte is vanaf 23 oktober 2024 wettelijke rente over het toegewezen bedrag verschuldigd.
Hoofdelijke toewijzing
De rechtbank overweegt dat verdachte en zijn medeverdachte(n) ieder voor het hele schadebedrag (hoofdelijk) kunnen worden aangesproken. Verdachte hoeft niet meer te betalen indien en voor zover zijn medeverdachte(n) de schade heeft/hebben vergoed.
Oplegging schadevergoedingsmaatregel
De rechtbank ziet aanleiding om op grond van artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de schadevergoedingsmaatregel aan verdachte op te leggen. Immers betreffen de benadeelde partijen kleine rechtspersonen, waarvan niet zonder meer kan worden aangenomen dat zij mogelijkheden hebben tot het incasseren van de vorderingen. Verdachte wordt verplicht de aan de benadeelde partijen toegewezen bedragen aan de Staat te betalen. Eventueel toegekende proceskosten zijn daar niet bij inbegrepen.

9.De beoordeling van het beslag

De rechtbank zal de teruggave van het in beslag genomen vest (merk Crivit), shirt (merk Crivit), trui (merk Crivit) en bundel met drie paar sokken (merk Cat) aan de rechthebbende gelasten, omdat geen strafvorderlijk belang zich daartegen verzet.

10.De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen:
- 14 a, 14b, 14c, 36f, 45, 57, 63 en 311 van het Wetboek van Strafrecht;
- 2 en 10 van de Opiumwet.

11.De beslissing

De rechtbank:
 verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
 veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van
12 maanden;
  • bepaalt dat een gedeelte van deze gevangenisstraf, te weten
  • stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
 stelt als bijzondere voorwaarden dat:
verdachte zich gedurende de proeftijd meldt op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt. De reclassering bepaalt op welke dagen en tijdstippen deze afspraken zijn. Voor de eerste afspraak meldt verdachte zich binnen vijf dagen nadat de proeftijd is ingegaan bij de Reclassering Leger des Heils op het adres Van Pallandtstraat 11, 6814 GM Arnhem of hij meldt zich telefonisch op telefoonnummer 026-4430146;
verdachte zich laat behandelen door Rewind Care of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering, zolang de reclassering de behandeling nodig vindt. De zorgverlener bepaalt de wijze van behandeling. De behandeling is gericht op verslaving. Gelet op de problematiek kan onderdeel van de behandeling zijn dat verdachte voorgeschreven medicatie zal gebruiken. Indien er sprake is van een terugval in middelengebruik/bij overmatig middelengebruik en/of een zodanige verslechtering van de psychische toestand van verdachte dat een kortdurende klinische opname voor detoxificatie / stabilisatie / observatie / diagnostiek / crisisbehandeling noodzakelijk is, kan de reclassering een indicatiestelling aanvragen voor een dergelijke kortdurende klinische opname voor de duur van maximaal 7 weken. Indien de voor indicatie verantwoordelijke instantie een kortdurende klinische opname indiceert, nadat dit door de rechter is bevolen, laat verdachte zich opnemen in een zorginstelling te bepalen door de justitiële instantie die verantwoordelijk is voor plaatsing;
verdachte gedurende de proeftijd of zoveel korter als de reclassering dat nodig vindt, verblijft in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang, te bepalen door de reclassering. Verdachte houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering opstelt. Dit is bedoeld als slag om de arm indien het vinden geschikte huisvesting niet lukt;
verdachte gedurende de proeftijd geen verdovende middelen genoemd in lijst I (harddrugs), en/of lijst II (softdrugs) en/of geen middelen die vallen onder een stofgroep genoemd in lijst IA in de Opiumwet gebruikt, tenzij de reclassering toestemming heeft gegeven voor het gebruik. Verdachte moet gedurende de proeftijd meewerken aan controles. Dit kan zijn: urineonderzoek, ademonderzoek of een speekseltest. De reclassering bepaalt hoe vaak en met welk controlemiddel wordt gecontroleerd;
verdachte meewerkt aan de praktische begeleiding vanuit Rewind Care, zolang de reclassering dit nodig acht, en houdt zich hierbij aan de afspraken die zijn gemaakt met zijn begeleiding;
 geeft opdracht aan de reclassering tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;
 beveelt dat verdachte ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage biedt;
 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
 gelast de teruggave van het in beslag genomen vest (merk Crivit), shirt (merk Crivit), trui (merk Crivit) en bundel met drie paar sokken (merk Cat) aan de rechthebbende;
  • veroordeelt verdachte in verband met feit 1 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij Intratuin Elst van € 872,47 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 oktober 2024 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;
  • veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;
 verklaart de benadeelde partij Intratuin Elst voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering tot materiële schade;
  • veroordeelt verdachte in verband met feit 2 en 5 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij Intratuin Arnhem van € 7.602,00 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 27 oktober 2024 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;
  • veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;
 verklaart de benadeelde partij Intratuin Arnhem voor het overige niet-ontvankelijk in de vordering tot materiële schade;
  • veroordeelt verdachte in verband met feit 4 tot betaling van schadevergoeding aan de benadeelde partij Agruniek Rijnvallei Winkels BV (Welkoop) van € 1.377,50 aan materiële schade, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 oktober 2024 tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald;
  • veroordeelt verdachte in de kosten die de benadeelde partij in deze procedure heeft gemaakt en de kosten die de benadeelde partij mogelijk nog moet maken om het toegewezen bedrag betaald te krijgen, tot vandaag begroot op nul;
 wijst de vordering van Agruniek Rijnvallei Winkels BV (Welkoop) voor het meerdere af;
 legt aan verdachte de verplichting op om aan de Staat ten behoeve van de volgende benadeelde partijen de hier na te noemen bedragen aan materiële schade te betalen. Dit wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf genoemde datum tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald. Als het bedrag niet wordt betaald, kan gijzeling worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;
Benadeelde partij Bedrag Datum wettelijke rente Gijzeling

1. Intratuin Elst € 872,47 27 oktober 2024 8 dagen;

2. Intratuin Arnhem € 7.602,00 27 oktober 2024 76 dagen;

3. Agruniek Rijnvallei € 1.377,50 23 oktober 2024 13 dagen;

 bepaalt daarbij dat met betaling aan de benadeelde partijen in zoverre de betaling aan de Staat vervalt en omgekeerd;
 bepaalt dat als de medeverdachte(n) (een deel van) het schadebedrag betaalt/betalen dat bedrag op de betalingsverplichting van verdachte in mindering wordt gebracht.
Dit vonnis is gewezen door mr. T.P.E.E. van Groeningen (voorzitter), mr. M.A. van Leeuwen en mr. S.H.W. Martens, rechters, in tegenwoordigheid van mr. V. Buscop, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 7 mei 2026.

Voetnoten

1.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 3] van de politie Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2024506617, gesloten op 18 februari 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
2.Proces-verbaal van aangifte [aangever 2], namens Intratuin Elst, p. 96.
3.Proces-verbaal van bevindingen, p. 47.
4.Proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeverdachte 2], p. 134-135 en 139.
5.Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1], p. 116-117.
6.De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 16 april 2026.
7.Proces-verbaal van aangifte [aangever 1] namens Intratuin Arnhem, p. 31-32.
8.Proces-verbaal van bevindingen, p. 74-75.
9.Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1], p. 120.
10.Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 2], p. 138-139.
11.De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 16 april 2026.
12.Proces-verbaal van aangifte [aangever 3] namens Welkoop Lienden, p. 26-27.
13.Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1], p. 119-120.
14.Proces-verbaal van aangifte [aangever 4] namens Welkoop Wageningen, p. 29-30.
15.Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1], p. 120.
16.Proces-verbaal van bevindingen, p. 55.
17.Proces-verbaal van bevindingen, p. 88.
18.Proces-verbaal van bevindingen, p. 55-56.
19.Aanvullend proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, p. 4, in combinatie met aanvullend Nfident-rapport d.d. 20 november 2024, p. 3.
20.Aanvullend proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, p. 5, in combinatie met aanvullend Nfident-rapport d.d. 20 november 2024, p. 2.
21.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 4] van de politie Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2026119799, gesloten op 22 maart 2026 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
22.In de na de zitting overgelegde schriftelijke vordering staat, kennelijk abusievelijk, 17 maanden waarvan 10 voorwaardelijk.