Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:3639

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
6 mei 2026
Publicatiedatum
7 mei 2026
Zaaknummer
05/184396-24 en 05/184418-24 (gev. ttz)
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 57 SrArt. 63 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Voorwaardelijke gevangenisstraf wegens bezit en verwerking van harddrugs en precursoren explosieven

De rechtbank Gelderland heeft op 6 mei 2026 uitspraak gedaan in een zaak tegen verdachte, die werd verdacht van diverse drugshandel- en bezitfeiten en het bezit van precursoren voor explosieven. Wettig en overtuigend bewezen is dat verdachte op 15 januari 2022 speed heeft verwerkt en aanwezig gehad, en op 11 juli 2023 in Lathum cocaïne, mdma, hasj en precursoren voor explosieven in bezit had. Verdachte werd vrijgesproken van het bezit van een vuurwapen, munitie en witwassen wegens gebrek aan bewijs.

De rechtbank baseerde haar oordeel op onder meer chatberichten, forensisch onderzoek van aangetroffen drugs en poeders, en verklaringen van verdachte en medeverdachte. De precursoren bestonden uit kaliumchloraat en een mengsel met zwavel, stoffen die verboden zijn voor particulieren volgens EU-verordening 2019/1148. Verdachte gaf toe poeders te mengen om explosief materiaal te maken.

Gezien de ernst van de feiten, waaronder het gevaar voor de veiligheid op een camping, achtte de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend. Vanwege een overschrijding van de redelijke termijn met ruim negen maanden werd de straf echter voorwaardelijk opgelegd met een proeftijd van drie jaar. Het in beslag genomen geldbedrag werd teruggegeven aan de rechthebbenden omdat niet kon worden vastgesteld dat het van verdachte was.

De rechtbank sprak verdachte vrij van de overige ten laste gelegde feiten en veroordeelde hem tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden met aftrek van voorarrest. Het vonnis werd gewezen door de meervoudige kamer van de rechtbank Gelderland te Arnhem.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een voorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden wegens bezit en verwerking van harddrugs en precursoren explosieven.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummers: 05/184396-24 en 05/184418-24 (gev. ttz)
Datum uitspraak : 6 mei 2026
Verstek
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedag] 1989 in [geboorteplaats] ,
zonder vaste woon- en of verblijfplaats hier ten lande.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
05/184396-24
1.
hij op een of meer tijdstippen in de periode van 25 november 2021 tot en met 20 juni 2023 in de gemeente Zevenaar, althans (elders) in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad,
- een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of
- een hoeveelheid van een materiaal bevattende speed,
zijnde (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
2.
hij op of omstreeks 20 juni 2023 te Lathum, gemeente Zevenaar, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad (in een pand aan [adres] te Lathum) ongeveer 95,25 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
3.
hij op of omstreeks 20 juni 2023, te Lathum, gemeente Zevenaar, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een pistool van het merk GSG, type Sig Sauer P226, kaliber 9x19mm, zijnde een vuurwapen in de vorm van pistool, voorhanden heeft gehad;
4.
hij op of omstreeks 20 juni 2023 te Lathum, gemeente Zevenaar, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten een hoeveelheid van (ongeveer) 15 kogelpatronen van het kaliber 9x19mm, voorhanden heeft gehad;
05/184418-24
1.
hij op of omstreeks 11 juli 2023 te Lathum, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 6,17 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en/of ongeveer 0,8 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde MDMA en/of cocaïne (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
2.
hij op of omstreeks 11 juli 2023 te Lathum, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 31,34 gram, in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gram van een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd (hasjiesj), zijnde hasjiesj een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
3.
hij op of omstreeks 11 juli 2023 te Lathum, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen een voorwerp, te weten een geldbedrag van (ongeveer) 11,500.- euro heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet en/of gebruik heeft gemaakt terwijl hij verdachte, en/of zijn mededader(s) wist(en), althans redelijkerwijs moest(en) vermoeden dat dat voorwerp - onmiddellijk of middellijk - geheel of gedeeltelijk afkomstig was uit enig misdrijf;
subsidiair
hij op of omstreeks 11 juli 2023, te Lathum, gemeente Zevenaar, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen een voorwerp, te weten een geldbedrag van (ongeveer) 11.500 euro, althans een of meer voorwerpen heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad terwijl hij, verdachte, wist dat dat/die voorwerp(en) onmiddellijk afkomstig was/waren uit enig eigen misdrijf;
4.
hij op of omstreeks 11 juli 2023 te Lathum, in de gemeente Zevenaar als particulier, heeft gehandeld in strijd met artikel 5 van Pro de Verordening (EU) 2019/1148 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019, immers heeft verdachte, al dan niet opzettelijk een precursor voor explosieven, te weten kaliumchloraat en/of een mengsel van kaliumchloraat en zwavel, waarvoor een beperking geldt, in bezit gehouden en/of gebruikt.

2.Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het feit 1 van parketnummer 05/184396-24 (medeplegen van de handel in harddrugs) en de feiten 1 t/m 4 van parketnummer 05/184418-24 (het bezit van harddrugs, het bezit van softdrugs, opzetwitwassen en het opzettelijk bezitten van een precursor voor explosieven, waarvoor een beperking geldt). Zij heeft vrijspraak verzocht van het medeplegen van de feiten onder parketnummer 05/184418-24.
Beoordeling door de rechtbank
Parketnummer 05/184396-24 [1]
Feit 1
Aan verdachte is ten laste gelegd dat hij in de periode van 25 november 2021 tot en met 20 juni 2023 samen met een ander opzettelijk speed en/of cocaïne heeft bereid, bewerkt, verwerkt, verkocht, afgeleverd, verstrekt, vervoerd en/of aanwezig heeft gehad.
Op 20 juni 2023 heeft een doorzoeking plaatsgevonden in een chalet met het kadasternummer [nummer] (hierna chalet [nummer] ) , gelegen op de camping [camping] , gevestigd aan [adres] in Lathum. Tijdens de doorzoeking werd een telefoon aangetroffen, een grijze Apple Iphone. [2] De gegevens in de telefoon zijn doorzocht. Aan het toestel is een MasterCard op naam van [verdachte] gekoppeld. Verdachte heeft verklaard dat hij de betreffende telefoon in gebruik heeft gehad. [3] In de telefoon zijn bovendien WhatsApp-berichten aangetroffen tussen ‘ [verdachte] ’ (owner) en ‘ [medeverdachte] ’. Op [geboortedag] 2022 vraagt ‘ [verdachte] ’ aan [medeverdachte] of hij naar Arnhem komt om zijn verjaardag te vieren. [4] Verdachte is geboren op [geboortedag] 1989 en zijn voornaam begint met een ‘ [verdachte] ’. Gelet op het voorgaande stelt de rechtbank vast dat verdachte in de tenlastegelegde periode de gebruiker van de telefoon was en de verzender van de berichten verstuurd door ‘ [verdachte] ’.
De rechtbank neemt de volgende berichten uit de telefoon in aanmerking:
Op 15 januari 2022 om 20:37 uur stuurt [medeverdachte] :
“had vraagje bro, heb jij pep meegenomen bij [naam] ? Wanr er mist een halve kilo”.
Op 16 januari 2022 om 20:30 uur reageert ‘ [verdachte] ’:
“Joo maar! Dr is niks weg ligt bij mij in de vriezer! Helemaal vergeten man kker! Lagen toen geen zakkies dus ff thuis klaar gemaakt alleen nooit meer terug gebracht. Leg t morge weer terug”. [5]
Op grond van deze berichten stelt de rechtbank vast dat verdachte omstreeks 15 januari 2022 een halve kilo pep, waarmee in straattaal speed wordt bedoeld, aanwezig heeft gehad én dat hij deze speed heeft verwerkt, immers heeft hij de speed in zakjes gedaan.
In het dossier zitten verder berichten verstuurd tussen 25 november 2021 en 9 juli 2022. Er wordt gesproken over het rondrijden met ‘handel’, over het afbetalen van ket (waarmee in straattaal ketamine wordt bedoeld). Ook wordt gesproken over wiet en een ‘ons’ van die ‘groen’. Er worden prijzen besproken, zodat ze allemaal kunnen ‘eten’. Er wordt gevraagd hoeveel ‘suiker’ er nog ligt en gezegd dat er een kilo ‘suiker’ geregeld wordt (het is de rechtbank ambtshalve bekend dat suiker wordt gebruikt als versnijdingsmiddel voor bepaalde soorten drugs). Er wordt gesproken over poes (waarmee in straattaal 2, 3 of 4-MMC (designerdrugs) wordt bedoeld), cmc (waarmee chloormetcathionen wordt bedoeld, zijnde stoffen voor het maken van de designerdrugs 3 en 4-CMC) en g (waarmee in straattaal GHB wordt bedoeld). De berichten zijn veelal geschreven in versluierend taalgebruik. Ook wordt door verdachte onder meer opgemerkt, “Bespreken we morgen ochtend. Niet hier”.
Uit het voorgaande leidt de rechtbank sterk
het vermoedenaf dat verdachte samen met een ander heeft gehandeld in (hard- en soft-) drugs. Aan verdachte is echter
nietten laste gelegd dat hij heeft gehandeld in
wiet, ketamine, ghb of een van de genoemde designerdrugs(of dat hij deze drugs heeft bewerkt, verwerkt, vervoerd (etc.) of aanwezig heeft gehad).
Verder wordt in een bericht van 25 november 2021 aan verdachte gevraagd of hij een kilo pep (speed) kan regelen. Een reactie hierop bevindt zich niet in het dossier. Op basis van alleen dat bericht kan de rechtbank daarom hooguit vermoeden, maar niet boven redelijke twijfel vaststellen, dat verdachte daadwerkelijk speed heeft verkocht, bewerkt, verstrekt, vervoerd of aanwezig gehad op of omstreeks 25 november 2021, ook niet in samenhang met de overige bewijsmiddelen in het dossier.
Op grond van de stukken in het dossier kan de rechtbank evenmin vaststellen dat verdachte (al dan niet samen met een ander) cocaïne heeft verkocht, bewerkt, vervoerd (etc.) en/of aanwezig heeft gehad.
Gelet op het voorgaande acht de rechtbank enkel wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op of omstreeks 15 januari 2022 een hoeveelheid speed aanwezig heeft gehad en heeft verwerkt. Voor het overige wordt verdachte vrijgesproken van wat hem onder 1 van parketnummer 05/184396-24 ten laste is gelegd.
Feit 2, 3 en 4
In het chalet [nummer] is 95,25 gram cocaïne (feit 2), een vuurwapen (feit 3) en munitie (feit 4) aangetroffen op 20 juni 2023. Op basis van de stukken in het dossier blijkt dat medeverdachte [medeverdachte] in dat chalet verbleef. Verdachte wordt verweten dat hij deze goederen (al dan niet samen met een ander) opzettelijk in bezit heeft gehad. De rechtbank is met de officier van justitie van oordeel dat het dossier onvoldoende bewijs bevat om vast te stellen dat verdachte beschikkingsmacht over, en wetenschap had van, de aangetroffen drugs, het vuurwapen en de munitie. De rechtbank zal verdachte daarom van deze feiten vrijspreken.
Parketnummer05/184418-24 [6]
Feit 1 en 2
Op 11 juli 2023 heeft een doorzoeking plaatsgevonden in een chalet met het kadasternummer [nummer] (hierna: chalet [nummer] ), gelegen op de camping [camping] , gevestigd aan [adres] in Lathum. Bij het binnentreden in dat chalet was medeverdachte [medeverdachte] daar aanwezig, die verklaarde dat hij op bezoek was en dat verdachte in het chalet woont. [7] Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij sinds drie of vier maanden in het chalet woont. [8]
In het chalet werden allerlei verdachte goederen aangetroffen en in beslag genomen. Daarvan zijn de volgende goederen door de forensische opsporing specifiek onderzocht en indicatief getest op de aanwezigheid van verdovende middelen. Vervolgens heeft nader onderzoek aangetoond dat die goederen drugs zijn of bevatten:
- Op de salontafel werd
een gripzakjemet bovenaan een gele rand met daarin
wit poeder/brokken(afbeelding 7 [9] ) aangetroffen. [10] De
witte brokjes(SIN AAR3705NL, goednummer 3017902), met een totaal netto gewicht van
0,80 gram, testte indicatief positief op cocaïne. [11] Nader onderzoek van het NFiDENT bevestigt dat de brokjes
cocaïne bevatten. [12]
- Op de salontafel werd
een gripzakje met roze poeder van 1,67 gram(afbeelding 7 [13] en foto 11 t/m 13 [14] ) aangetroffen. [15] Het
roze poeder(SIN AARA3709NL, goednummer 3014446) met een totaal netto gewicht van
0,87 gram, testte indicatief positief op MDMA. [16] Nader onderzoek van het NFiDENT bevestigt dat het poeder
MDMA bevat. [17]
- In de dressoirkast, rechtsboven, werd daar in een doorzichtig
gripzakje met twee pillen(afbeelding 24 [18] en foto 20 en 21 [19] ) aangetroffen. [20] De twee grijs gekleurde pillenmet een Audi logo (SIN AARA3703NL, goednummer 3014460) met een totaal netto gewicht van
0,88 gram, testte indicatief positief op MDMA. [21] Nader onderzoek van het NFiDENT bevestigt dat de pillen
MDMA bevatten. [22]
- Op de salontafel werd in een zilverkleurige sigarettendoos
een brok hasj [23] (foto 2 en 3) [24] én negen pillen aangetroffen [25] (afbeelding 21 [26] , waaronder
vier grijze pillen [27] (foto 18 en 19 [28] ) en
vijf roze pillen [29] (en foto 14 en 15 [30] ).
o De
vijf roze pillen(SIN AARA3707NL, goednummer 3014439) met een totaal netto gewicht van
2,63 gram, testte indicatief positief op MDMA. [31] Nader onderzoek van het NFiDENT bevestigt dat de pillen
MDMA bevatten. [32]
o
De vier grijze pillenmet een Audi logo (in een doosje) ( SIN AARA3708NL, goednummer 3014438) met een totaal netto gewicht van
1,79 gram, testte indicatief positief op MDMA. [33] Nader onderzoek van het NFiDENT bevestigt dat de
pillen MDMA bevatten. [34]
o Over het aangetroffen
blok hasjheeft verbalisant [verbalisant] verklaard dat hij op grond van zijn kennis en ervaring heeft geconstateerd dat het hasj betrof, gezien de waargenomen uiterlijke kenmerken, kleur en vorm en daarnaast de herkenbare geur. Het blokje hasj had een gewicht van
31.34 gram. [35]
Uit deze bewijsmiddelen blijkt dat de drugs zijn aangetroffen in het chalet waar verdachte woonde, waarbij de hasj, de vijf roze en 4 grijze MDMA pillen in een zilverachtig doosje op de salontafel zaten en de twee grijze pillen in de dressoirkast lagen. Over het gripzakje met wit poeder en het gripzakje met roze poeder heeft verdachte verklaard dat het wel eens van hem zou kunnen zijn. Verder heeft verdachte verklaard dat het zilverkleurige sigarettendoosje van hem is. De daarin aanwezige pillen zouden van hem kunnen zijn. [36] Het bezit van de hasj ontkent hij.
Gelet op verdachtes verklaring dat het zilverkleurige doosje van hem is en dat de daarin aanwezige pillen van hem kunnen zijn, acht de rechtbank de verklaring van verdachte dat de hasj, die ook in datzelfde doosje zat, níet van hem is, niet aannemelijk en schuift die terzijde.
De rechtbank acht gezien het voorgaande wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 11 juli 2023 in Lathum opzettelijk aanwezig heeft gehad:
  • 31,34 gram hasj (feit 2);
  • 0,80 gram cocaïne (feit 1);
  • (0,87 + 0,88 + 2,63 + 1,79 gram=) 6,17 gram mdma (feit 1).
Feit 3
In het chalet werd op de salontafel een gele plastic Jumbo tas met daarin een geldbedrag van € 11.400,- aangetroffen. De rechtbank kan niet met voldoende zekerheid vaststellen dat verdachte wist, dan wel zich bewust was, van de aanwezigheid van die Jumbo tas én van de inhoud daarvan. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat ten tijde van de binnentreding en de doorzoeking enkel medeverdachte [medeverdachte] aanwezig was en dat verdachte ontkent dat het geld van hem was of dat hij wetenschap had van de aanwezigheid van de Jumbo tas en het geld wat zich in die tas bevond. Verder neemt de rechtbank in aanmerking dat zonder de tas te openen de inhoud (het geldbedrag) niet zichtbaar was. Ook neemt de rechtbank in aanmerking dat verdachte heeft verklaard dat [medeverdachte] met twee koffers bij het chalet van de verdachte was aangekomen en daar een nachtje heeft gelogeerd (p. 150). Dat verdachte wist wat er in die koffers zat, is niet gebleken en kan niet zonder meer worden aangenomen.
Dat verdachte (tezamen en in vereniging met een ander) het aangetroffen geldbedrag voorhanden heeft gehad, kan dan ook naar het oordeel van de rechtbank niet worden bewezen. De rechtbank zal daarom verdachte vrijspreken van het medeplegen van opzettelijk witwassen (primair) en eenvoudig witwassen (subsidiair) van een geldbedrag van € 11.400,-.
Feit 4
Onder feit 4 is aan verdachte ten laste gelegd dat hij, al dan niet opzettelijk, poeder, bestaande uit een mengsel van kaliumchloraat en zwavel, heeft gebruikt en/of in bezit heeft gehad, waarvan de totale concentratie kaliumchloraat in het mengsel hoger was dan toegestaan.
In de schuur bij het chalet werd een grijze tas met diverse zakken poeder aangetroffen (blauwe en geel/oranje plastic zak; afbeelding 26 [37] ). [38] Verdachte heeft over de inhoud van die tas verklaard dat er knalpoeder voor oud en nieuw in zat voor de knalhamer. [39] Verbalisant [verbalisant] heeft gerelateerd dat verdachte tijdens zijn verhoor heeft gezegd dat hij poeders bij elkaar mixte en dat hierdoor dan een explosief poeder ontstond dat hij gebruikte in combinatie met de klaphamer. Verbalisant [verbalisant] heeft verder gerelateerd dat vanwege de grote hoeveelheid onbekende poeders de Explosieve Opruimings Dienst van Defensie ter plaatse is gekomen die onderzoek heeft gedaan en dat van alle aangetroffen poeders monsters zijn genomen die zijn aangeboden bij het NFI voor onderzoek. [40]
Uit het rapport van het NFI [41] blijkt dat het aangetroffen witte materiaal (SIN AAFI3870NL) kaliumchloraat betreft. Verder blijkt dat het aangetroffen licht gele poeder een mengsel van zwavel en kaliumchloraat in een verhouding van circa 14 gewicht% zwavel en circa 86 gewicht% kaliumchloraat. [42]
In bijlage I van de Verordening (EU) 2019/1148 staan negen stoffen vermeld waarvoor op zichzelf of in mengsels een beperking geldt. Kaliumchloraat is één van die negen stoffen. Dit houdt in dat kaliumchloraat –zoals onderzoeksmateriaal [AAFI3870NL]– niet mag worden aangeboden aan, of binnen de landgrenzen worden gebracht, in bezit gehouden of gebruikt worden door particulieren. Gezien de resultaten van de chemische analyses, wordt de grenswaarde voor kaliumchloraat overschreden (meer dan 40 gewicht%) en dus mag de kaliumchloraat –zoals [AAFI3870NL]–niet door particulieren in bezit worden gehouden.
Onderzoeksmateriaal [AAFI3870NL] is (vrijwel zuiver) kaliumchloraat, terwijl onderzoeksmateriaal [AAFI4074NL] een mengsel is van zwavel en kaliumchloraat in een verhouding van circa 14 gewicht% zwavel en 86 gewicht% kaliumchloraat. Dit houdt in dat de onderzoeksmaterialen [AAFI3870NL en AAFI4074NL] precursoren zijn als bedoeld in art 3, lid 1 Wet precursoren voor explosieven, waarvoor dus geldt dat deze niet mogen worden aangeboden aan, of binnen de landgrenzen worden gebracht, in bezit gehouden of gebruikt worden door particulieren. [43]
Gelet op deze bewijsmiddelen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte precursoren (als bedoeld in art 3, lid 1 Wet precursoren voor explosieven) opzettelijk in bezit heeft gehad terwijl voor die stoffen een beperking geldt. Daarmee heeft verdachte in strijd gehandeld met artikel 5 van Pro de Verordening (EU) 2019/1148 van het Europese Parlement en de Raad van 2 juni 2019. Dat verdachte deze stoffen opzettelijk in bezit heeft gehad, leidt de rechtbank af uit zijn verklaring dat hij zelf poeders mengde om daar een explosief poeder van te maken.

3.De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder feit 1 van parketnummer 05/184396-24 en het onder feit 1, 2 en 4 van parketnummer 05/184396-24 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat:
parketnummer 05/184396-24
1.
hij op
of omstreeks 15 januari 2022een of meer tijdstippen in de periode van 25 november 2021 tot en met 20 juni 2023in de gemeente Zevenaar, althans (elders) in Nederland
, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,opzettelijk heeft
bereid en/of bewerkt en/ofverwerkt en
/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval (telkens)opzettelijk aanwezig heeft gehad,
- een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of
- een hoeveelheid van een materiaal bevattende speed,
zijnde (een) middel(en) als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
parketnummer05/184418-24
1.
hij op
of omstreeks11 juli 2023 te Lathum,
althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleenopzettelijk aanwezig heeft gehad
ongeveer6,17 gram,
in elk geval een hoeveelheidvan een materiaal bevattende MDMA en
/of ongeveer0,8 gram,
in elk geval een hoeveelheidvan een materiaal bevattende cocaïne, zijnde MDMA en/of cocaïne (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
2.
hij op
of omstreeks11 juli 2023 te Lathum,
althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleenopzettelijk aanwezig heeft gehad
ongeveer31,34 gram,
in elk geval een hoeveelheid van meer dan 30 gramvan een gebruikelijk vast mengsel van hennephars en plantaardige elementen van hennep waaraan geen andere substanties zijn toegevoegd (hasjiesj), zijnde hasjiesj een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
4.
hij op
of omstreeks11 juli 2023 te Lathum, in de gemeente Zevenaar als particulier, heeft gehandeld in strijd met artikel 5 van Pro de Verordening (EU) 2019/1148 van het Europees Parlement en de Raad van 20 juni 2019, immers heeft verdachte,
al dan nietopzettelijk een precursor voor explosieven, te weten kaliumchloraat en
/ofeen mengsel van kaliumchloraat en zwavel, waarvoor een beperking geldt, in bezit gehouden
en/of gebruikt.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
parketnummer 05/184396-24, feit 1:
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro B van de Opiumwet gegeven verbod
en
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod;
parketnummer 05/184418-24, feit 1:
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;
parketnummer 05/184418-24, feit 2:
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod;
parketnummer 05/184418-24, feit 4:
het misdrijf: overtreding van een voorschrift gesteld bij artikel 3, eerste lid, van de Wet precursoren voor explosieven, opzettelijk begaan.

5.De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6.De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7.De overwegingen ten aanzien van straf

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
Ernst van de feiten
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het bezit van een grote hoeveelheid hasj en van een (beperkte) hoeveelheid cocaïne en mdma op 11 juli 2023. Daarnaast heeft hij zich schuldig gemaakt aan het bezit en het verwerken van een grote hoeveelheid speed omstreeks 15 januari 2022.
Het is algemeen bekend dat verdovende middelen, mede vanwege de zeer verslavende werking ervan, schadelijk zijn voor de gezondheid van de gebruikers. De samenleving ondervindt daarbij ook overlast van de handel in en het gebruik van harddrugs, omdat hierdoor veelal weer nieuwe strafbare feiten worden gegenereerd. De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij aan deze drugscriminaliteit een bijdrage heeft geleverd.
Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan een misdrijf op grond van de Wet economische delicten. Hij heeft als particulier opzettelijk een precursor voor explosieven in zijn bezit gehad terwijl dat verboden is. Verdachte heeft zelf stoffen gemengd om er een explosieve stof van te maken en was bestemd om het met oud en nieuw te gebruiken met een klaphamer.
In het NFI-rapport dat zich in het dossier bevindt, staat vermeld dat uit diverse literatuur volgt dat het vervaardigen van mengsels met kaliumchloraat en zwavel zoveel mogelijk vermeden moet worden, omdat bekend is dat dergelijke mengsels zeer gevoelig zijn voor onbedoelde ontsteking door mechanische actie (wrijving en stoten). Zelfs spontane zelfontbranding komt voor. Volgens Europese normen over vuurwerk (NEN-EN15947 en NEN-EN16261) is de combinatie van een chloraat met zwavel in ladingen van vuurwerk dan ook niet toegestaan. Ook volgt uit het NFI-rapport dat van kaliumchloraat bekend is dat het op zichzelf al gevoelig is voor impact. Met andere woorden, kaliumchloraat kan al exploderen als gevolg van een krachtige impact (bijvoorbeeld wanneer men op een hoeveelheid kaliumchloraat op een aambeeld zou slaan met een hamer). [44]
Kortom: dit soort mengsels is uiterst explosief en levensgevaarlijk. Een camping is een plek waar mensen individueel maar ook met kinderen voor hun plezier en ontspanning komen en waar het dus vanzelfsprekend juist veilig moet zijn. Dergelijke stoffen horen daar niet thuis: verdachte heeft, voor een pleziertje tijdens oud en nieuw, al dan niet om daar ook nog geld aan te verdienen, de levens en de gezondheid van die campingbezoekers op het spel gezet.
Deze feiten zijn bijzonder ernstig en verdienen als uitgangspunt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.
Oriëntatiepunten LOVS
Voor de bepaling van de straf heeft de rechtbank onder meer gekeken naar wat rechters vaak opleggen voor dit soort feiten. De ‘Oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS)’ vormen daarvan een weerslag. Daarin wordt voor het aanwezig hebben van hennep tot een hoeveelheid van 100 gram een geldboete van € 200,- als uitgangspunt genomen. Voor het aanwezig hebben van 10-50 gram harddrugs wordt een onvoorwaardelijke taakstraf van 80 uur als uitgangspunt genomen, voor het verwerken van 500 gram harddrugs een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie tot vier maanden, en voor het aanwezig hebben van diezelfde hoeveelheid een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van twee tot drie maanden.
Voor het aanwezig hebben van precursoren voor explosieven zijn weliswaar geen oriëntatiepunten voorhanden, maar de ernst van dit feit kan worden afgeleid uit het oriëntatiepunt voor het voorhanden hebben van explosieven in een woning op grond van de Wet Wapens en munitie: daar geldt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van twaalf maanden als uitgangspunt. Ook hier gaat het immers om (uiterst) explosief materiaal dat is aangetroffen in een omgeving waar mensen aanwezig zijn.
Redelijke termijn
Verdachte is op 14 juli 2023 in verzekering gesteld. Op dat moment is de redelijke termijn aangevangen. Een eindvonnis dient vervolgens binnen twee jaren te volgen. In de zaak van verdachte is op 6 mei 2026 vonnis gewezen. Dit is twee jaar, negen maanden en 23 dagen later. Daarmee is de redelijke termijn met negen maanden en 23 dagen overschreden. Deze overschrijding is niet te wijten aan de ingewikkeldheid van de zaak dan wel aan de proceshouding van verdachte of door onderzoekswensen van de verdediging.
De op te leggen straf
Gezien de ernst van de feiten acht de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vier maanden passend. Gelet op de overschrijding van de redelijke termijn zal de rechtbank deze straf voorwaardelijk opleggen. De rechtbank zal dus aan verdachte een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van vier maanden opleggen. De tijd die verdachte in verzekering heeft doorgebracht, zal daarop in mindering worden gebracht.

8.De beoordeling van het beslag

Onder verdachte zijn geldbedragen in beslag genomen, te weten:
- een geldbedrag van € 11.440,- (Omschrijving: PL0600-0023316809-G3024397) [45] ;
- een geldbedrag van € 100,- (Omschrijving: PL0600-2023316809-G3015747) [46] ;
- een geldbedrag van € 5,- (Omschrijving: PL0600-2023316809-G3014508) [47] .
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft verbeurdverklaring van het totaalbedrag van € 11.545,- gevorderd. Het geldbedrag heeft volgens de officier van justitie blijkens het dossier geen legale herkomst; het bedrag is uit misdrijf afkomstig.
De beoordeling door de rechtbank
€11.440,-
Verdachte heeft ontkend dat het geldbedrag van €11.440,- van hem was. De rechtbank heeft geen aanknopingspunten die die ontkenning ontkrachten, zodat ervan uit moet worden gegaan dat iemand anders of anderen dan verdachte rechthebbende(n) zijn tot dat geldbedrag.
De rechtbank neemt verder in ogenschouw dat zij verdachte zal vrijspreken van het witwassen van dat geldbedrag (ten laste gelegd onder feit 3 van parketnummer 05/184418-24). Ook zal de rechtbank, hoewel er sprake is van
een sterk vermoedenvan de handel in verschillende soorten hard- en softdrugs, verdachte wegens gebrek aan bewijs vrijspreken van het ten laste gelegde onder feit 1 van parketnummer 05/184396-24, met uitzondering van het bezit en het verwerken van een halve kilogram speed op of omstreeks 15 januari 2022.
De rechtbank is van oordeel dat de inbeslaggenomen geldbedragen niet vatbaar zijn voor verbeurdverklaring, nu niet is voldaan aan een van de vereisten van artikel 33a van het Wetboek van Strafrecht.
Vatbaar voor onttrekking aan het verkeer zijn
de aan verdachte toebehorende voorwerpendie zijn aangetroffen tijdens het onderzoek naar het feit waarvan hij wordt verdacht, als die van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang, voor zover de voorwerpen kunnen dienen tot het begaan of de voorbereiding van soortgelijke feiten. Geldbedragen komen naar hun aard in het algemeen niet in aanmerking voor onttrekking aan het verkeer, omdat het wettige betaalmiddelen zijn. [48]
De rechtbank zal daarom de teruggave van het geldbedrag van € 11.440,-
aan de rechthebbendegelasten, omdat geen strafvorderlijk belang zich daartegen verzet.
€ 100,- en € 5,-.
De rechtbank zal voorts de teruggave van de geldbedragen van € 100,- en € 5,-
aan de rechthebbendegelasten, omdat geen strafvorderlijk belang zich daartegen verzet.
Wie deze rechthebbende (wel) is, is onbekend gebleven.

9.De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf is gegrond op de artikelen:
  • 14a, 14b, 14c, 57 en 63 van het Wetboek van Strafrecht;
  • 2, 3, 10 en 11 van de Opiumwet;
  • 6 van de Wet op de economische delicten.

10.De beslissing

De rechtbank:
 spreekt verdachte vrij van de onder 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten van parketnummer 05/184396-24 en van de onder 3 van parketnummer 05/184418-24;
 verklaart bewezen dat verdachte de overige ten laste gelegde feiten, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
 veroordeelt verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
vier maanden;
 bepaalt dat
deze gevangenisstraf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat verdachte zich voor het einde van de
proeftijd van drie jarenschuldig heeft gemaakt aan een strafbaar feit;
 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
ten aanzien van het beslag:
 gelast de teruggave van de inbeslaggenomen geldbedragen aan de rechthebbende, te weten, te weten:
o € 11.440,- (Omschrijving: PL0600-0023316809-G3024397);
o € 100,- (Omschrijving: PL0600-2023316809-G3015747);
o € 5,- (Omschrijving: PL0600-2023316809-G3014508.
Dit vonnis is gewezen door mr. M. Rietveld (voorzitter), mr. A. Tegelaar en mr. C.J.M. Vijftigschild, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.M.P. van der Meulen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 6 mei 2026.
mr. A. Tegelaar en mr. C.J.M. Vijftigschild zijn buiten staat om dit vonnis mede te ondertekenen.

Voetnoten

1.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de politie Eenheid Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2023278327, gesloten op 6 juni 2024 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
2.Proces-verbaal van bevindingen, p. 22-24; proces-verbaal van bevindingen, p. 30 en kennisgeving van inbeslagneming, p. 171.
3.Proces-verbaal van verhoor van de verdachte [verdachte] d.d. 6 mei 2024, p. 132.
4.Chatgesprekken (maken geen deel uit van het doorgenummerde dossier), p. 203.
5.Proces-verbaal van bevindingen, p. 92.
6.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de politie Eenheid Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2023316809, gesloten op 6 juni 2024 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
7.Proces-verbaal van bevindingen, p. 10-13.
8.Proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] , p. 149.
9.Fotoblad bij proces-verbaalnummer 2023316809, p. 7 van 33 (aanvullend, niet doorgenummerd).
10.Proces-verbaal van bevindingen, p. 60; kennisgeving van inbeslagname, p. 185.
11.Proces-verbaal van bevindingen, p. 84-85.
12.Rapport NFiDENT, p. 94.
13.Fotoblad bij proces-verbaalnummer 2023316809, p. 7 van 33 (aanvullend, niet doorgenummerd).
14.Proces-verbaal van bevindingen, p. 67-68.
15.Proces-verbaal van bevindingen, p. 11; kennisgeving van inbeslagname, p. 181.
16.Proces-verbaal van bevindingen, p. 88-89.
17.Rapport NFiDENT, p. 97.
18.Fotoblad bij proces-verbaalnummer 2023316809, p. 24 van 33 (aanvullend, niet doorgenummerd)
19.Proces-verbaal van bevindingen, p. 71 en 72.
20.Proces-verbaal van bevindingen, p. 12; Proces-verbaal van bevindingen, p. 57 en 60; kennisgeving van inbeslagname, p. 190.
21.Proces-verbaal van bevindingen, p. 83.
22.Rapport NFiDENT, p. 93.
23.Proces-verbaal van bevindingen, p. 10; Proces-verbaal van bevindingen, p. 56 en 59.
24.Proces-verbaal van bevindingen, p. 61 en 62.
25.Proces-verbaal van bevindingen, p. 10; Proces-verbaal van bevindingen, p. 56 en 59.
26.Fotoblad bij proces-verbaalnummer 2023316809, p. 21 van 33 (aanvullend, niet doorgenummerd)
27.Proces-verbaal van bevindingen, p. 57 en 59; kennisgeving van inbeslagname, p. 196.
28.Proces-verbaal van bevindingen, p. 70 en71.
29.Proces-verbaal van bevindingen, p. 56 en 59; kennisgeving van inbeslagname, p. 183.
30.Proces-verbaal van bevindingen, p. 68 en 69.
31.Proces-verbaal van bevindingen, p. 86-87.
32.Rapport NFiDENT, p. 95.
33.Proces-verbaal van bevindingen, p. 87-88.
34.Rapport NFiDENT, p. 96.
35.Proces-verbaal van bevindingen, p. 56.
36.Proces-verbaal aanhouding van de verdachte [verdachte] d.d. 13 juli 2023, p. 151.
37.Fotoblad bij proces-verbaalnummer 2023316809, p. 7 van 33 (aanvullend, niet doorgenummerd).
38.Proces-verbaal van bevindingen, p. 12.
39.Proces-verbaal aanhouding van de verdachte [verdachte] d.d. 13 juli 2023, p. 152.
40.Proces-verbaal van bevindingen, p. 58.
41.Opgemaakt ten behoeve van politieregistratienummer PL0600-2023316809.
42.NFI-rapport, p. 102.
43.NFI-rapport, p. 104.
44.NFI-rapport, p. 103.
45.Kennisgeving van inbeslagname, p. 203 (dossier met registratienummer PL0600-2023316809).
46.Kennisgeving van inbeslagname, p. 174 (dossier met registratienummer PL0600-2023316809).
47.Kennisgeving van inbeslagname, p. 172 (dossier met registratienummer PL0600-2023316809).
48.Hoge Raad 8 maart 2005 (ECLI:NL:HR:2005:AR7626).