Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
[derde-partij] V.O.F.uit [plaats] (de veehouderij)
I. Totstandkoming van het bestreden besluit
III. De beroepsgronden
“het bevorderen van alle aktiviteiten en maatregelen die dienen ter bescherming en verbetering van het leefmilieu in de ruimste zin, in eerste instantie gericht op het gebied van de gemeente Ede”en
“het bestrijden van alle aantastingen van het leefmilieu in de gemeente Ede en voor zoveel nodig of wenselijk haar omgeving; met name ook die aantastingen welke veroorzaakt worden door lawaai, lucht-, water- en bodemverontreiniging.” [8]
de overschrijding is alleen toelaatbaar voor zover plaatsing in het bouwvlak niet mogelijk of niet doelmatig is;
de overschrijding mag niet meer bedragen dan 5 meter;
het overschrijden van het bouwvlak mag niet leiden tot onevenredige aantasting van de gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van de naastgelegen percelen;
er is sprake van een zorgvuldige landschappelijke inpassing op basis van een landschapsinpassingsplan.
“en andere gevelopeningen”omdat voorkomen moet worden dat het bedrijf gebruik maakt van geperforeerde wanden, of iets dergelijks. In voorschrift 5.2 is daarnaast volgens eiseres ten onrechte niet opgenomen gedurende maximaal hoeveel uren incidentele afwijkingen zijn toegestaan. Het college neemt dit in andere omgevingsvergunningen wel op. Tot slot verzoekt eiseres om een bodem-bepaling toe te voegen die wel in andere vergunningen zit.
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit;
- draagt het college op om een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak;
- veroordeelt het college tot vergoeding van de proceskosten van eiseres van € 1.868,- ;
- draag het college op het griffierecht van eiseres van € 385,- te betalen.