5.30.[de eiser] vordert in deze procedure – kort samengevat – een verklaring voor recht dat de verschillende gedaagde partijen jegens hem aansprakelijk zijn voor de schade die hij heeft geleden als gevolg van zijn faillissement. Hoewel [de eiser] in deze procedure geen vergoeding van een concreet bedrag vordert, heeft hij wel in zijn dagvaarding ten aanzien van de hoogte van zijn schade een bedrag van € 8 miljoen genoemd. Voor wat betreft het liquidatietarief acht de rechtbank daarom tarief VIII (behorend bij zaken met een geldswaarde boven € 1 miljoen) het meest passend voor het berekenen van de proceskosten.
6. De beslissing
De rechtbank,
6.1. wijst de vorderingen af,
6.2. veroordeelt [de eiser] in de proceskosten,
6.3. begroot de proceskosten aan de zijde van de bank op € 714,00 aan vast recht en € 9.262,00 aan salaris voor de advocaat (2 punten, tarief VIII = € 4.631,00 per punt), en in de nakosten, bepaald op € 189,00, verhoogd met € 98,00 voor het geval dat betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden en nodig is geweest, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf veertien dagen na heden,
6.4. begroot de proceskosten aan de zijde van [gedaagde 1] en [gedaagde 2] op € 331,00 aan vast recht en € 9.262,00 aan salaris voor de advocaat (2 punten, tarief VIII = € 4.631,00 per punt), en in de nakosten, bepaald op € 189,00, verhoogd met € 98,00 voor het geval dat betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden en nodig is geweest, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf veertien dagen na heden,
6.5. begroot de proceskosten aan de zijde van [gedaagde 3] op € 331,00 aan vast recht en € 9.262,00 aan salaris voor de advocaat (2 punten, tarief VIII = € 4.631,00 per punt), en in de nakosten, bepaald op € 189,00, verhoogd met € 98,00 voor het geval dat betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden en nodig is geweest,
6.6. begroot de proceskosten aan de zijde van de Belastingdienst op € 714,00 aan vast recht en € 9.262,00 aan salaris voor de advocaat (2 punten, tarief VIII = € 4.631,00 per punt), en in de nakosten, bepaald op € 189,00, verhoogd met € 98,00 voor het geval dat betekening van het vonnis heeft plaatsgevonden en nodig is geweest,
6.7. verklaart de veroordelingen in de proceskosten uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. E. Schippers, mr. E. Boerwinkel en mr. S.H. Keijzer en in het openbaar uitgesproken op 22 april 2026.