ECLI:NL:RBGEL:2026:3038
Rechtbank Gelderland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen weigering VOG voor taxichauffeur wegens verdenking zedenmisdrijf
Verzoeker, werkzaam als taxichauffeur, vroeg op 21 oktober 2025 een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) aan. De staatssecretaris weigerde deze op 9 januari 2026 definitief vanwege een verdenking van een zedenmisdrijf gepleegd tijdens het werk, waarvoor verzoeker een dagvaarding ontving. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening om voorlopig als houder van een VOG te worden behandeld.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de staatssecretaris bij de beoordeling van het objectieve criterium terecht uitgaat van de gegevens in het Justitieel Documentatiesysteem (JDS), ook al is de strafzaak nog niet inhoudelijk beoordeeld. De verdenking vormt, indien herhaald, een risico voor de samenleving dat niet verenigbaar is met het werk als taxichauffeur. Het subjectieve criterium, waarbij het belang van verzoeker wordt afgewogen tegen het maatschappelijk belang, is eveneens niet in het voordeel van verzoeker beslist. De recente verdenking, de ernst van het feit en het besluit tot vervolging door het Openbaar Ministerie wegen zwaarder dan de persoonlijke omstandigheden en risicobeperkende maatregelen van verzoeker.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af omdat het bezwaar geen redelijke kans van slagen heeft. De uitspraak is voorlopig van aard en bindt niet in een bodemprocedure. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep mogelijk.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af tegen de weigering van de VOG vanwege een recente verdenking van een zedenmisdrijf.