Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:2958

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
25 maart 2026
Publicatiedatum
15 april 2026
Zaaknummer
10784391
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:629 BWArt. 7:629a lid 1 BWArt. 7:625 BWArt. 6:119 BWArt. 21 lid 1 sub a Verordening (EU) nr. 1215/2012
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Loonvordering buitenlandse werknemer tijdens arbeidsongeschiktheid toegewezen

Een buitenlandse werknemer was sinds 25 augustus 2022 arbeidsongeschikt en vorderde loonbetaling van Flexwork Uitzendbureau over deze periode. De arbeidsovereenkomst en de NBBU-cao gaven recht op doorbetaling van 90% van het loon tijdens ziekte. Flexwork betwistte de arbeidsongeschiktheid en stelde dat een deskundigenoordeel van het UWV ontbrak, wat volgens artikel 7:629a lid 1 BW tot niet-ontvankelijkheid zou moeten leiden.

De werknemer overlegde diverse medische verklaringen en verwees naar een arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch dat voor buitenlandse werknemers een artsenverklaring volstaat. De rechtbank oordeelde dat Flexwork dit verweer onvoldoende motiveerde en ging over tot inhoudelijke beoordeling. De loonvordering werd verminderd tot het minimumloon vermeerderd met vakantiedagen en vakantiegeld, wat Flexwork niet betwistte.

De rechtbank wees de loonvordering toe, inclusief de wettelijke verhoging van 50%, wettelijke rente vanaf de vervaldata, en een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten tot het wettelijke tarief. Ook werden proceskosten toegewezen aan de werknemer. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde werd afgewezen.

Uitkomst: De loonvordering van de buitenlandse werknemer wordt toegewezen inclusief wettelijke verhoging, rente en incassokosten.

Uitspraak

RECHTBANKGELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: 10784391 \ CV EXPL 23-7971
Vonnis van 25 maart 2026
in de zaak van
[naam eiser],
wonende te [woonplaats] ( [land] ),
eisende partij,
hierna te noemen: [de eiser] ,
gemachtigde: mr. H.H. Jansen,
toevoegingsnummer: 2GO5732,
tegen
FLEXWORK UITZENDBUREAU B.V.,
gevestigd te Ulft,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Flexwork,
gemachtigde: mr. S.J. Snellenburg.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 8 oktober 2025 en de daarin genoemde processtukken,
- akte wijziging van eis en overlegging producties van [de eiser] .
1.2.
De mondelinge behandeling heeft plaatsgevonden op 4 maart 2026, waarbij [de eiser] met zijn gemachtigde en de gemachtigde van Flexwork aanwezig waren. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van hetgeen ter zitting is besproken.
1.3.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Flexwork exploiteert een uitzendbureau.
2.2.
[de eiser] woont in [land] . Hij is op 5 mei 2022 bij Flexwork in dienst getreden voor bepaalde tijd op basis van een uitzendovereenkomst. Flexwork heeft [de eiser] te werk gesteld bij Compaxo in Zevenaar, aanvankelijk in de functie van vleesverwerkend medewerker. De arbeidsomvang bedroeg 40 uur per week tegen een uurloon van € 12,20 bruto per uur, inclusief de ATV-compensatie van 8,8%. Op de arbeidsovereenkomst is de NBBU-cao van toepassing (hierna: de cao).
2.3.
In artikel 8 van Pro de arbeidsovereenkomst is het volgende opgenomen:
“Bij ziekte informeert de uitzendkracht onverwijld, doch in ieder geval vóór 08.00 uur, de opdrachtgever alsmede de uitzendonderneming. De uitzendkracht heeft tijdens zijn arbeidsongeschiktheid gedurende de eerste 52 weken recht op doorbetaling van 90% van het naar tijdsruimte vastgestelde loon en gedurende de 53e tot 104e week 80% van het naar tijdruimte vastgestelde loon. Het wettelijk minimumloon geldt hierbij als ondergrens. Het bovenstaande geldt conform artikel 25 van Pro de NBBU-cao.”
2.4.
In artikel 25 lid 6 van Pro de cao is het volgende opgenomen:
“De uitzendkracht heeft bij arbeidsongeschiktheid, zolang de uitzendovereenkomst voortduurt, recht op:
• 90% van het naar tijdruimte vastgestelde loon gedurende de eerste 52 weken van de arbeidsongeschiktheid en ten minste het voor hem geldende wettelijke minimumloon.
• 80% van het naar tijdruimte vastgestelde loon gedurende de 53ste t/m de 104e week.”
2.5.
Sinds 25 augustus 2022 heeft [de eiser] geen werkzaamheden meer verricht.
2.6.
Op 19 september 2022 schreef [de eiser] aan mevrouw [medewerker Flexwork] van Flexwork (hierna: [medewerker Flexwork] ) via Whatsapp het volgende:
“Hallo Ik heb net UWV gesproken, ze vertelden me dat ze me niet ziek hadden gebeld, ik kreeg te horen dat ik jou moest bellen, ze moesten dringend UWV bellen om me ziek te melden. Groeten [de eiser] ”
Op 30 september 2022 schreef [de eiser] aan Flexwork:
“Goedermorgen, ik ben weer aan het werk op 03.10.22 [de eiser] ”
Op 2 oktober 2022 schreef [de eiser] aan Flexwork:
“I was not allowed to return to work and was referred for further hospital treatment.”
Op 3 oktober 2022 schreef [medewerker Flexwork] aan [de eiser] :
“Good morning, oohww I’m making a note of this. Would you like to keep us informed about this.”
2.7.
Met ingang vanaf 8 mei 2023 ontvangt [de eiser] een Ziektewetuitkering.

3.Het geschil

3.1.
[de eiser] vordert bij vonnis, na eiswijziging, uitvoerbaar bij voorraad:
  • Flexwork te veroordelen om aan hem te betalen de netto-equivalent van € 18.564,07 bruto, zijnde het loon vermeerderd met 8,33% vakantiegeld en 9,6% vakantiedagen, binnen veertien dagen na dit vonnis, onder gelijktijdige verzending van een deugdelijke bruto/netto specificaties,
  • Flexwork te veroordelen om aan hem te betalen de wettelijke verhoging van 50% ex artikel 7:625 BW Pro over het bedrag van € 18.564,07,
  • Flexwork te veroordelen om aan hem te betalen € 1.274,69 aan buitengerechtelijke incassokosten,
  • Flexwork te veroordelen om aan hem te betalen de wettelijke rente over voornoemde bedragen vanaf de verzuimdatum, althans de datum van de dagvaarding totdat alles is betaald,
met veroordeling van Flexwork in de proces- en nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente.
3.2.
[de eiser] legt aan de vorderingen ten grondslag dat hij sinds 25 augustus 2022 arbeidsongeschikt is en op grond van de arbeidsovereenkomst en de cao recht heeft op doorbetaling van 90% van zijn loon en ten minste het voor hem geldende minimumloon. Omdat Flexwork het loon niet tijdig heeft voldaan, is zij in verzuim. [de eiser] vordert daarom tevens de wettelijke verhoging en de wettelijke rente. [de eiser] maakt eveneens aanspraak op de buitengerechtelijke incassokosten.
3.3.
Flexwork voert verweer. Flexwork betwist dat er sprake is van ziekte en dat sprake is van een loondoorbetalingsverplichting. Ook heeft [de eiser] geen deskundigenverklaring als bedoeld in artikel 7:629a lid 1 BW overgelegd, hetgeen tot niet-ontvankelijkheid dient te leiden.
3.4.
Op de standpunten van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Rechtsmacht en toepasselijk recht
4.1.
[de eiser] woont in [land] . Dat betekent dat als eerste moet worden beoordeeld of de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft en zo ja, welk recht van toepassing is.
4.2.
Op grond van artikel 21 lid 1 sub a Verordening Pro (EU) nr. 1215/2012 kan Flexwork voor het gerecht van de lidstaat waar zij haar woonplaats heeft worden opgeroepen. De Nederlandse rechter heeft daarom rechtsmacht. Op grond van artikel 100 Rv Pro is in arbeidszaken mede bevoegd de rechter van de plaats waar de arbeid laatstelijk gewoonlijk werd verricht. De arbeid werd verricht in Zevenaar, zodat de kantonrechter van de rechtbank Gelderland, zittingsplaats Arnhem, bevoegd is van de vorderingen kennis te nemen.
4.3.
De vraag welk recht van toepassing is op de overeenkomst wordt bepaald door de Verordening (EG) nr. 593/2008. Artikel 8 lid 1 van Pro deze Verordening bepaalt dat de arbeidsovereenkomst wordt beheerst door het recht dat partijen overeenkomstig
artikel 3 van Pro de Verordening hebben gekozen. Artikel 14 van Pro de tussen partijen gesloten uitzendovereenkomst bevat een rechtskeuze voor Nederlands recht. Daarom is Nederlands recht van toepassing.
Ontvankelijkheid, arbeidsongeschiktheid
4.4.
In geschil is of Flexwork gehouden is het loon van [de eiser] over de periode
25 augustus 2022 tot 8 mei 2023 te voldoen. De kantonrechter oordeelt als volgt.
4.5.
Volgens artikel 7:629 BW Pro heeft een werknemer recht op loondoorbetaling bij ziekte. Indien partijen van mening verschillen over de vraag of een werknemer wegens ziekte arbeidsongeschikt is dient daarover een deskundigenoordeel te worden aangevraagd. Artikel 7:629a, eerste lid BW bepaalt dat de rechter een vordering tot betaling van loon tijdens ziekte afwijst, indien geen verklaring is overgelegd van een deskundige, benoemd door het UWV.
4.6.
Flexwork heeft voor het eerst bij haar conclusie van antwoord de arbeidsongeschiktheid van [de eiser] betwist en daarbij aangevoerd dat een deskundigenoordeel ex artikel 7:629a lid 1 BW ontbreekt. In reactie daarop heeft [de eiser] voorafgaand aan de mondelinge behandeling bij akte diverse verklaringen overgelegd van artsen over zijn ziekenhuisopnames in de periodes 25 augustus 2022 tot en met 6 september 2022 en 4 tot en met 14 oktober 2022. Ook heeft [de eiser] facturen overgelegd waaruit blijkt dat hij in de periode 21 oktober 2022 tot en met 31 maart 2023 medische zorg heeft gehad. Voorts blijkt uit de door hem overgelegde Arbeitunfähigkeitbescheinigungen over de periode 17 oktober 2022 tot en met 4 april 2024 dat hij arbeidsongeschikt is. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [de eiser] verwezen naar een arrest van het gerechtshof
’s-Hertogenbosch van 18 februari 2014, ECLI:NL:GHSHE:2014:451, waaruit volgt dat een buitenlandse werknemer kan volstaan met het overleggen van een arbeidsongeschiktheidsverklaring van zijn arts in plaats van een deskundigenoordeel ex artikel 7:629a lid 1 BW. Met het oog op de door [de eiser] overgelegde stukken en de verwijzing naar voornoemd arrest, heeft Flexwork tijdens deze mondelinge behandeling dit verweer laten gaan. Desgevraagd heeft Flexwork tijdens de tweede mondelinge behandeling (na een rechterswissel) dit verweer weer aangevoerd. Flexwork heeft dit echter niet nader gemotiveerd, terwijl dat, in het licht van het voorgaande, wel op haar weg lag. De kantonrechter gaat daarom aan dit verweer voorbij en komt daarmee toe aan een inhoudelijke beoordeling van de loonvordering.
Loonvordering
4.7.
Door Flexwork is bij antwoord verweer gevoerd tegen de hoogte van de loonvordering. Tijdens ziekte zouden geen adv-uren worden opgebouwd en dus ook niet worden uitbetaald. Volgens Flexwork heeft [de eiser] enkel recht op uitbetaling van het minimumloon, vermeerderd met vakantiedagen en vakantiegeld.
4.8.
Voorafgaand aan de tweede mondelinge behandeling heeft [de eiser] zijn vordering verminderd tot het minimumloon, vermeerderd met vakantiedagen en vakantiegeld over de periode tot 8 mei 2023. Hiertegen is door Flexwork geen verweer meer gevoerd, zodat de verminderde loonvordering wordt toegewezen. Flexwork wordt dan ook veroordeeld tot betaling van de netto-equivalent van € 18.564,07 bruto.
4.9.
Flexwork heeft verzocht de wettelijke verhoging te matigen, omdat zij niet bekend was met de arbeidsongeschiktheid van [de eiser] . Naar het oordeel van de kantonrechter had Flexwork in ieder geval uit het whatsappcorrespondentie in de periode 19 september en
3 oktober 2022 tussen [de eiser] en [medewerker Flexwork] moeten afleiden dat [de eiser] arbeidsongeschikt was. De kantonrechter ziet dan ook geen aanleiding om de wettelijke verhoging te matigen. De gevorderde wettelijke verhoging zal dan ook worden toegewezen.
4.10.
De wettelijke rente over het achterstallig loon en de wettelijke verhoging wordt toegewezen vanaf de diverse vervaldata.
4.11.
Naar het oordeel van de kantonrechter staat voldoende vast dat er incassohandelingen zijn verricht. [de eiser] heeft dan ook recht op vergoeding van de buitengerechtelijke incassokosten. Het gevorderde bedrag is hoger dan het in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten bepaalde tarief. Hoewel niet direct van toepassing, geldt dat deze tarieven geacht worden redelijk te zijn. Het bedrag wordt toegewezen tot het wettelijke tarief zijnde € 960,64.
4.12.
De vordering tot afgifte van bruto/netto specificaties van de door Flexwork te betalen bedragen, is niet afzonderlijk betwist en wordt dan ook toegewezen.
Proceskosten
4.13.
Flexwork is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. Omdat [de eiser] heeft geprocedeerd op basis van een toevoeging, zal Flexwork niet worden veroordeeld tot betaling van de explootkosten en betekeningskosten
.De proceskosten van [de eiser] worden begroot op:
- griffierecht
86,00
- salaris gemachtigde
1.512,00
(3,5 punten × € 432,00)
- nakosten
144,00
Totaal
1.742,00
4.14.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
veroordeelt Flexwork om binnen veertien dagen na dit vonnis aan [de eiser] te betalen het netto-equivalent van € 18.564,07 bruto, onder gelijktijdige verzending van een deugdelijke bruto/netto specificatie, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro met ingang van de diverse vervaldata totdat alles is betaald,
5.2.
veroordeelt Flexwork om aan [de eiser] te betalen de wettelijke verhoging van 50% over het bedrag van € 18.564,07, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro met ingang van de diverse vervaldata totdat alles is betaald,
5.3.
veroordeelt Flexwork om aan [de eiser] te betalen een bedrag van € 960,64 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro, vanaf de dag van dagvaarding totdat alles is betaald,
5.4.
veroordeelt Flexwork in de proceskosten van € 1.742,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
5.5.
veroordeelt Flexwork tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.6.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.7.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.C. van Leeuwen en in het openbaar uitgesproken op 25 maart 2026.
44356 \ 560