Uitspraak
1.De procedure
2.De feiten
Na een geweldige reis van de afgelopen totaal 14 jaar wil ik per heden mijn officiële ontslag indienen. Mijn oprechte dank voor de hoofdzakelijk fantastische samenwerking. Mooie dingen gedaan met elkaar. Ik zal er alles aan doen om de zaken zo netjes mogelijk af te sluiten.”
Hierbij bevestigen wij dat u ons bij e-mail van 27 januari 2024 in kennis heeft gesteld van uw besluit om uw arbeidsovereenkomst met Wetac Stand-By Nederland B.V. (“Wetac”) per heden op te zeggen.
- Tot het einde van uw dienstverband zult u geen werkzaamheden meer voor ons verrichten (met uitzondering van met uw leidinggevende overeengekomen werkzaamheden “overdrachtswerkzaamheden”). Ook zult u tot de einddatum geen nevenwerkzaamheden mogen verrichten voor zichzelf of voor anderen (vgl. art. 6 van Pro uw arbeidsovereenkomst); wij zullen u daaraan houden.
- U behoudt aanspraak op uw salaris tot het einde van uw dienstverband, met dien verstande dat uw opgebouwde maar niet-genoten vakantiedagen geacht worden te zijn genoten.(…)”
3.Het geschil
per heden’), in welk geval Wetac het loon over de maand februari 2024 onverschuldigd aan [de eiser in conventie] heeft betaald, nu hij die maand (afgezien van enkele overdrachtswerkzaamheden) niet meer heeft gewerkt voor Wetac. Wetac beroept zich op verrekening met de gefixeerde schadevergoeding die [de eiser in conventie] verschuldigd is geworden en/of het onverschuldigd betaalde loon. Na verrekening resteert dan nog een vordering van Wetac op [de eiser in conventie] uit hoofde van onverschuldigde betaling, welk bedrag door Wetac in reconventie van [de eiser in conventie] wordt gevorderd.
4.De beoordeling
per heden’ er op lijken te wijzen dat [de eiser in conventie] de arbeidsovereenkomst per direct wilde opzeggen, hij zelf stelt de bedoeling te hebben gehad de arbeidsovereenkomst met inachtneming van de geldende opzegtermijn te beëindigen. Dat hij deze bedoeling had vindt ook steun in de in diezelfde e-mail opgenomen zinssnede ‘
ik zal er alles aan doen om de zaken zo netjes mogelijk af te sluiten’. Daarbij komt dat ook uit de brief van Wetac van 30 januari 2024 volgt dat zij zich er bewust van was dat de e-mail van [de eiser in conventie] voor wat betreft de datum van beëindiging voor meerdere uitleggen vatbaar was.
wij gaan er echter van uit dat u heeft bedoeld op te zeggen met inachtneming van de toepasselijke (wettelijke) opzegtermijn om voornoemde schadeplichtigheid te voorkomen (zo niet, dan vernemen wij dit graag omgaand van u)’. Niet gebleken is dat [de eiser in conventie] vervolgens (ontkennend) op deze brief heeft gereageerd en vast staat dat hij in de periode van 28 januari 2024 tot en met 29 februari 2024 in ieder geval nog overdrachtswerkzaamheden voor Wetac heeft verricht. Door Wetac is daarnaast ook het loon over de maand februari 2024 aan [de eiser in conventie] uitbetaald. De voornoemde omstandigheden tezamen maken naar het oordeel van de kantonrechter dat er vanuit dient te worden gegaan dat [de eiser in conventie] de wil heeft gehad om de arbeidsovereenkomst per 1 maart 2024 op te zeggen en dat Wetac dit ook zo heeft begrepen. Dit maakt naar het oordeel van de kantonrechter dan ook dat er vanuit dient te worden gegaan dat de arbeidsovereenkomst is geëindigd per 1 maart 2024.