[de eiser in conventie] vordert – samengevat – voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
I. te verklaren voor recht dat ten behoeve van de percelen [kadasternummer 1] en [kadasternummer 2] en ten laste van perceel [kadasternummer 3] een erfdienstbaarheid van overpad is ontstaan om te voet en eventueel met een fiets of kruiwagen aan de hand over het tegelpad te komen en te gaan van en naar de garage en van en naar het woonhuis van [de eiser in conventie] via de daarvoor ter hoogte van het tegelpad aanwezige openingen in de aanwezige heggen,
II. [de gedaagde] hoofdelijk te verbieden om te onder I ontstane erfdienstbaarheid van overpad te blokkeren door de openingen in de heggen en het tegelpad te blokkeren of te vernielen, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 100,00 per dag of dagdeel dat [de gedaagde] daarmee in gebreke zijn met een maximum van € 10.000,00,
III. te verklaren voor recht dat ten behoeve van de percelen [kadasternummer 1] en [kadasternummer 2] en ten laste van perceel [kadasternummer 3] een erfdienstbaarheid is ontstaan tot het hebben van bekabeling en waterleiding onder het tegelpad op perceel [kadasternummer 3] ,
IV. te verklaren voor recht dat [de eiser in conventie] een strook grond gelegen op perceel [kadasternummer 2] lopende vanaf de kadastrale grens tot en met het midden van de aldaar aanwezige haag in eigendom heeft verkregen door verjaring,
V. [de gedaagde] hoofdelijk te veroordelen om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis mee te werken aan de notariële inschrijving van de erfdienstbaarheid onder I en III en de verjaringsgrens onder IV, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 100,00 per dag of dagdeel dat [de gedaagde] daarmee in gebreke zijn met een maximum van € 10.000,00,
VI. [de gedaagde] hoofdelijk te veroordelen om de haag primair aan de zijde van perceel [kadasternummer 3] en subsidiair de gehele haag regelmatig te snoeien, zulks op straffe van verbeurte van een dwangsom van € 100,00 per dag of dagdeel dat [de gedaagde] daarmee in gebreke zijn met een maximum van € 10.000,00,
VII. [de gedaagde] hoofdelijk te veroordelen in de proceskosten, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 dagen na het vonnis, en de nakosten van € 157,00 dan wel, in geval van betekening, € 239,00.