Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:2692

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
1 april 2026
Publicatiedatum
9 april 2026
Zaaknummer
96-309370-25
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 94 SvArt. 552a SvArt. 1 onder ea WVW 1994Art. 1 onder e sub a WVW 1994Verordening (EU) nr. 168/2013
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Teruggave fatbike Phatfour na deskundigenonderzoek classificatie als fiets met trapondersteuning

Op 26 juni 2025 werd een fatbike van het merk Phatfour in beslag genomen op grond van artikel 94 Sv Pro, omdat werd vermoed dat het voertuig een bromfiets was. Klager diende een klaagschrift in tegen het beslag, stellende dat de fatbike in originele staat verkeert en voldoet aan de wettelijke eisen voor een fiets met trapondersteuning.

De rechtbank benoemde een deskundige die een technisch en functioneel onderzoek uitvoerde, waaronder testritten en een rollerbanktest. De deskundige concludeerde dat de fatbike een elektrische hulpmotor heeft met een nominaal continu vermogen van maximaal 0,25 kW, waarbij de trapondersteuning geleidelijk afneemt en stopt bij 25 km/u of eerder bij het stoppen met trappen. Tevens is vastgesteld dat de fatbike voortbewogen kan worden door beperkte pedaalbewegingen zonder volledige rotatie, wat niet in strijd is met de wettelijke definitie van trapondersteuning.

De deskundige stelde vast dat de fatbike voldoet aan de Nederlandse verkeersrechtelijke criteria voor een fiets met trapondersteuning en geen kenmerken vertoont van een bromfiets. De rechtbank oordeelde dat het strafvorderlijk belang bij het voortduren van het beslag ontbreekt en gelastte de teruggave van de fatbike aan klager. Tegen deze beslissing staat beroep in cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank gelast de teruggave van de fatbike Phatfour omdat deze voldoet aan de wettelijke eisen voor een fiets met trapondersteuning.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
parketnummer : 96-309370-25
raadkamernummer : 25-020104
datum : 1 april 2026
beslissing van de enkelvoudige raadkamer op het beklag op grond van artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:
[klager],
geboren op [geboortedatum 1] 2008 te [geboorteplaats 1] ,
wonende aan de [adres] in ( [postcode] ) [woonplaats] ,
hierna te noemen: klager, tevens beslagene.
Wettelijk vertegenwoordiger:
[vertegenwoordiger] ,
geboren op [geboortedatum 2] 1972 te [geboorteplaats 2] ,
wonende op het adres [adres] , [postcode] [woonplaats] .

1.Feiten

Uit de kennisgeving van inbeslagname op grond van artikel 94 Sv Pro blijkt dat op 26 juni 2025 onder klager een fatbike, merk Phatfour, in beslag is genomen.

2.Procedure

2.1
Het klaagschrift is op 28 juli 2025 ter griffie van deze rechtbank ontvangen.
Het openbaar ministerie heeft op voorhand zijn standpunt schriftelijk kenbaar gemaakt.
2.2
De rechtbank heeft op 24 september 2025 de zaak voor het eerst behandeld en vervolgens aangehouden om de fatbike te laten onderzoeken door een deskundige. Die benoemingsprocedure is helaas bepaald stroperig en ineffectief verlopen. De rechtbank heeft op 7 januari 2026 de zaak aangehouden omdat nog geen deskundigenonderzoek voorhanden was.
2.3
Op 25 maart 2026 is het rapport van het deskundigenonderzoek opgemaakt door mr. R. Oldenhuis van RecallDesk B.V., gevestigd te Deventer. [1]
2.4
De rechtbank heeft op 1 april 2026 de inhoudelijke behandeling van het klaagschrift voortgezet waarbij klager, zijn wettelijk vertegenwoordiger en de officier van justitie zijn gehoord. De rechtbank heeft aansluitend uitspraak gedaan.

3.Beklag en standpunt openbaar ministerie

3.1
Het beklag strekt tot teruggave van de inbeslaggenomen fatbike. Door en namens klager is aangevoerd dat klager de fatbike in de originele staat gekocht heeft. Recentelijk is de fatbike bij [bedrijf] voorzien van een nieuw onderdeel voorzien en ook daar is vastgesteld dat de fatbike zich in de originele staat bevond. Phatfour levert fietsen die volgens de wet gewoon de weg op mogen. De fatbike is niet opgevoerd of gemanipuleerd, heeft geen gashendel en de ondersteuning stopt bij 25 kilometer per uur.
3.2
De officier van justitie verzet zich, na kennisneming van het deskundigenrapport, niet langer tegen teruggave van de inbeslaggenomen fatbike aan klager. Uit het rapport van de deskundige blijkt dat de fatbike aan de wettelijke eisen voldoet.

4.Beoordeling

4.1
De rechtbank is bevoegd.
4.2
Het beklag is schriftelijk gedaan en ingediend binnen twee jaren na inbeslagneming. Klager is daarom ontvankelijk in het beklag.
4.3
De rechtbank is aan de hand van de haar ter beschikking staande gegevens nagegaan of een ander dan klager als belanghebbende moet worden aangemerkt. Hiervan is de rechtbank niet gebleken.
4.4
In geval van een beklag tegen een op grond van artikel 94 Sv Pro gelegd beslag dient de rechtbank eerst te beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert. Als het strafvorderlijk belang voortduring van het beslag vordert, wordt geen teruggave gelast. Als er geen strafvorderlijk belang aan teruggave in de weg staat, vindt teruggave plaats aan de beslagene, tenzij een ander redelijkerwijs als rechthebbende ten aanzien van dat voorwerp moet worden beschouwd.
Het belang van strafvordering verzet zich tegen teruggave als het veiligstellen van de belangen waarvoor artikel 94 Sv Pro de inbeslagneming toelaat, het voortduren van het beslag nodig maakt. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer dat voorwerp kan dienen om de waarheid aan de dag te brengen, -ook in een zaak betreffende een ander dan klager-, wanneer dat voorwerp kan dienen om wederrechtelijk verkregen voordeel aan te tonen of indien niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, de verbeurdverklaring of de onttrekking aan het verkeer van dat voorwerp zal bevelen.
4.5
Uit de stukken en hetgeen in raadkamer is besproken, is het volgende gebleken.
4.6
De fatbike is op 26 juni 2025 in beslag genomen. De kennisgeving van inbeslagname vermeldt: “Fatbike accelereerd bij het licht heen en weer bewegen van de trappers. Er hoeft geen ronddraaiende beweging gemaakt te worden om de fiets voort te bewegen.”
En voorts: “ [klager] viel ons op de door de snelheid en doordat hij geen omwentelingen maakte met de trappers ondanks dat hij ongeveer 30 km pu reed. Wij reden zelf op de
politiebrommer achter [klager] en konden zo goed de snelheid inschatten.
Wij hebben [klager] met de fatbike meegenomen naar de Europaweg in Apeldoorn waarbij wij
de fatbike hebben onderworpen aan een rollerbanktest. De fatbike reed op de rollerbank 30 km pu waarbij het niet nodig was om een omwenteling met de trappers te maken. Alleen wiebelen met de trapper langs de sensor was voldoende om tot een snelheid van 30 km pu te komen. In het systeem zagen wij dat [klager] voor hetzelfde feit op 10-04-2024 al een MEOS bon had ontvangen en daarbij een officiële politie waarschuwing voor beslag als de
fatbike niet in orde gemaakt zou worden.”
4.7
Klager houdt vol dat de fatbike voldoet aan de wettelijke eisen, niet is ‘opgevoerd’ en dat het al dan niet ronddraaien van de trappers niet relevant is. Hij wordt hierin bijgevallen door de fabrikant van de fatbike.
4.8
Om helderheid in de duisternis van regelgeving en handhaving daarvan van fatbikes te verschaffen, heeft de rechtbank een deskundige benoemd voor nader onderzoek dienaangaande.
4.9
Deze deskundige, R. Oldenhuis, heeft de relevante wettelijke voorschriften in kaart gebracht (hoofdstuk 3), daarna de in beslag genomen fatbike getest, zowel op de rollerbank als op de weg en vervolgens de daaruit verkregen informatie bij elkaar gebracht en daaruit conclusies getrokken over de centrale vraag of deze fatbike is te classificeren als een fiets met trapondersteuning of als een bromfiets en of deze, in de huidige staat, op de weg mag.
4.1
De deskundige heeft op basis van het door hem verrichte technische en functionele onderzoek bij deze fatbike, kort samengevat, het volgende vastgesteld:
 er is sprake van een trapondersteuning zoals bedoeld in artikel 1 onder Pro ea WVW, d.w.z. een elektrische hulpmotor met nominaal continue vermogen van maximaal 0,25 kW waarvan de aandrijfkracht geleidelijk vermindert en wordt onderbroken wanneer het voertuig een snelheid van 25 km/u bereikt, of eerder wanneer de bestuurder ophoudt met trappen. Daarbij merkt de deskundige op dat een e-bike een hogere snelheid dan 25 km/u mag bereiken (bijv. door eigen spierkracht, uitloop of daling), mits de elektrische ondersteuning dan is beëindigd.
Wanneer dus een snelheid van meer dan 25 km/u wordt geconstateerd leidt dat op zichzelf nog niet tot de conclusie dat de e-bike niet is toegestaan (hoofdstuk 4, vraag 1a)
 er is geen wettelijke eis dat de pedalen bij de voortbeweging volledig roteren. [2] Een zgn. ‘rotatiesensor’ maakt het mogelijk dat de motor ondersteuning levert zonder dat de trappers volledig rond draaien en onderhavige fatbike is daarvan voorzien. Dat is niet in strijd met de wet (hoofdstuk 5, vraag 1b).
4.11
Op grond van het door de deskundige verrichte technische en functionele onderzoek concludeert hij dat de fatbike van klager in de huidige staat, voor zover binnen zijn onderzoek beoordeeld, moet worden aangemerkt als een fiets met trapondersteuning (e-bike) als bedoeld in artikel 1 onder Pro ea WVW waarvoor geen RDW-goedkeuring vereist is en die voldoet aan de Nederlandse eisen voor toelating tot het verkeer (hoofdstuk 8, vraag 1e).
4.12
De deskundige gaat vervolgens nog nader in op de technische mogelijkheden om een toegestane e-bike zodanig op te voeren dat het motorvermogen toeneemt of om de controle op de trapondersteuning te manipuleren zodat deze niet meer aan de wettelijke maatstaven voldoet. Dat doet zich echter niet voor bij onderhavige fatbike.
4.13
Gelet op de uitkomst van het deskundigenonderzoek is de rechtbank van oordeel dat het hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, zal komen tot een verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer zodat er geen strafvorderlijk belang (meer) is om het beslag te handhaven en dat de fatbike moet worden teruggegeven.
Beslissing
De rechtbank verklaart het beklag gegrond en gelast de teruggave van de fatbike, merk
Phatfour aan klager.
Deze beslissing is gegeven door mr. F.J.H. Hovens, rechter, in tegenwoordigheid van G.C.F.J. Derkx, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 1 april 2026.
Tegen de beslissing van deze rechtbank staat voor het openbaar ministerie beroep in cassatie bij de Hoge Raad open, in te stellen bij de griffie van deze rechtbank, binnen veertien (14) dagen na dagtekening van deze beslissing.
VERTROUWELIJK
DESKUNDIGENRAPPORT
Opdrachtgever: Rechtbank Gelderland
Rechter-Commissaris: ---
Parketnummer: 96.309370.25, 4702254028562629
Inzake: Deskundigenonderzoek fatbike
Datum: 25 maart 2026
Auteur: mr. Rutger Oldenhuis | RecallDesk B.V.
Inhoud
1. Inleiding en onderzoeksvragen 2
2. Algemene bevindingen en opzet van het onderzoek 3
3. Algemene juridische kader fatbikes 8
4. Vraag 1a 11
5. Vraag 1b. 13
6. Vraag 1c. 16
7. Vraag 1d. 16
8. Vraag 1e. 18
9. Vraag 1f. 19
Over de auteur 20

1.Inleiding en onderzoeksvragen

1. RecallDesk is een in Nederland gevestigd adviesbureau gespecialiseerd op het gebied van product compliance, productveiligheid, en terugroepacties. Rutger Oldenhuis, oprichter van RecallDesk, is door de Rechtbank Gelderland benaderd en verzocht om als getuige-deskundige op te treden in de zaak betreffende een beklag tegen inbeslagname van een fatbike van het merk/type ‘Phatfour FLB+.
2. Verbalisanten zouden hebben geconstateerd dat de bestuurder geen omwentelingen met de trappers maakte, terwijl de fatbike wel met een snelheid van circa 30 kilometer per uur reed. Ook zou blijkens een door de politie uitgevoerde rollerbanktest de trapondersteuning niet stoppen bij een snelheid van 25 kilometer per uur.
3. De rechter heeft mij, Rutger Oldenhuis, verzocht antwoord te geven op de volgende onderzoeksvraag en deelvragen:
1: Is de inbeslaggenomen fatbike met voorwerpnummer PL0600-2025301109-G3482292 te classificeren als een fiets met trapondersteuning of als een bromfiets?
a. Is bij de te onderzoeken fatbike sprake van trapondersteuning, zoals bedoeld in artikel 1 onder Pro ea van de Wegenverkeerswet 1994 (d.w.z. een elektrische hulpmotor met nominaal continue vermogen van maximaal 0,25 kW waarvan de aandrijfkracht geleidelijk vermindert en wordt onderbroken wanneer het voertuig een snelheid van 25 km/u bereikt, of eerder wanneer de bestuurder ophoudt met trappen)?
b. Is het mogelijk de fatbike voort te bewegen door middel van kortstondige bewegingen van de pedalen, waarbij géén volledige rotatie van de as en/of pedalen plaatsvindt? Als aandrijving op die wijze mogelijk is, is er dan sprake van ‘trapondersteuning’ als bedoeld in artikel 1 onder Pro ea van de Wegenverkeerswet 1994?
c. Moet de onderhavige fatbike worden aangemerkt als een fiets met trapondersteuning (art. 1 onder Pro ea WVW1994) waarvoor geen RDW-keuring en -toelating vereist is of moet de fatbike worden aangemerkt als een bromfiets (als bedoeld in artikel 1 onder Pro e sub a WVW1994) waarvoor wel een RDW-keuring en -toelating vereist is?
d. Uitgaande van de situatie dat de fatbike heeft te gelden als een fiets met trapondersteuning: welke technische aanpassingen kunnen ertoe leiden dat het voertuig niet langer als zodanig kan gelden, maar moet worden aangemerkt als een bromfiets?
e. Voldoet de fatbike in de huidige staat aan de eisen die de Nederlandse regelgeving stelt om aan het verkeer te mogen deelnemen?
f. Heeft de deskundige nog aanvullende opmerkingen die van belang kunnen zijn voor de zaak?
4. Hierbij verklaar ik, Rutger Oldenhuis, dat ik naar waarheid, volledig en naar beste inzicht verslag uitbreng.
5. Alvorens ik bovenstaande vragen beantwoord, bespreek ik eerst mijn algemene bevindingen naar aanleiding van de bezichtiging, de testritten en de rollerbanktest van de betreffende fatbike, alsmede het algemene juridische kader met betrekking tot fatbikes.

2.Algemene bevindingen en opzet van het onderzoek

6. Ter beantwoording van de onderzoeksvragen en deelvragen achtte ik het noodzakelijk de betreffende fatbike te onderzoeken en te testen. De fiets was opgeslagen bij de politie te Apeldoorn, aan de Vosselmanstraat 201. De eigenaar van de fatbike heeft de oplader daar afgegeven, zodat de accu kon worden opgeladen.
7. De te onderzoeken fatbike is van het merk PHATFOUR. Specifiek gaat het om het model FLB+. De fabrikant van PHATFOUR is gevestigd in Nederland. Volgens de fabrikant zijn de fatbikes in Nederland ontworpen en met de hand gebouwd en voldoen aan alle EU normen. [3]
8. Tijdens de bezichtiging heb ik geconstateerd dat de achterwielmotor van het merk BAFANG is, hetgeen overeenkomt met de specificaties van de fabrikant. Volgens de op de achterwielmotor vermelde code RM G060.250.D 09 en de QR-code betreft het een elektrische hulpmotor met een maximaal vermogen van 0,25 kW.
9. Het display op de betreffende fatbike functioneerde niet volledig naar behoren. Buiten was het display door de lichtinval niet goed afleesbaar. De functie om het display helderder in te stellen, zoals omschreven in de algemene handleiding (zie afbeelding hieronder), werkte niet.
10. De snelheidsmeter op het display functioneerde niet naar behoren. Lagere snelheden werden nog wel geregistreerd, maar boven een bepaalde snelheid gaf het display 0 km/u aan.
11. De stand van de (trap)ondersteuning kon met de plus- en minknop op het display worden bediend. Dit functioneerde naar behoren. Ook de loopstand werkte. [4]
12. Er zit geen gashendel op deze fatbike.
13. Op internet zijn filmpjes te vinden waarin wordt uitgelegd hoe bij sommige fatbikes door aanpassing van de instellingen op het display de maximale trapondersteuning kan worden verhoogd, bijvoorbeeld door de plus- en minknop gelijktijdig in te drukken. [5] Het is mij met dit display niet gelukt dit te bewerkstelligen. Er lijkt geen ‘verborgen’ menu aanwezig te zijn waarmee de instellingen van deze fiets kunnen worden aangepast.
14. Ik heb met de betreffende fatbike zowel testritten op de openbare weg gemaakt, als een rollerbanktest gedaan. De testritten vonden plaats op 5 maart 2026 op het fietspad buiten het politieterrein in Apeldoorn. De rollerbanktest vond op 24 maart 2026 plaats bij de politie ter plaatse. De betreffende rollerbank was enige tijd niet beschikbaar omdat deze gekalibreerd werd. Bij de rollerbanktest was van de politie aanwezig de heer [verbalisant] , dienstnummer [dienstnummer] .
15. Omdat het display van de fatbike niet goed werkte, heb ik voor het meten en registreren van de snelheid tijdens de testritten op de openbare weg gebruikgemaakt van mijn smartwatch (Garmin Fenix 8). Ik heb meerdere testritten gemaakt op de openbare weg met een gezamenlijke afstand van ruim 5 kilometer.
16. Op onderstaande foto’s is te zien welke rollerbank is gebruikt en kan worden geverifieerd dat het om de betreffende fatbike gaat. De rollerbanktest betreft een praktische onderzoeksmethode waarmee het feitelijke functioneren van de trapondersteuning onder gecontroleerde omstandigheden kan worden waargenomen. De toepassing van deze methode vergt naar mijn oordeel geen bijzondere specialistische bekwaamheid. Bij de rollerbanktest kon de actuele snelheid van een display worden afgelezen. De rollerbanktest is uitgevoerd in de hoogste ondersteuningstand.

3.Algemene juridische kader fatbikes

17. Ondanks pogingen vanuit de politiek om dit te bewerkstelligen, is een fatbike (nog) geen aparte voertuigcategorie. Zie daarover onder meer uitvoerig het rapport ‘Fatbikes als aparte voertuigcategorie’ van DTV, welke
hier (https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2025/01/15/bijlage-2-rapport-dtv-fatbike-als-een-aparte-voertuigcategorie)is te downloaden.
18. Voor elektrisch ondersteunde fietsen, zoals de onderhavige fatbike, moet onderscheid worden gemaakt tussen enerzijds het Europese productveiligheidsrecht en anderzijds het Nederlandse verkeersrechtelijke toetsingskader.
19. Het productveiligheidsrecht ziet op de vraag aan welke eisen het product als zodanig moet voldoen om rechtmatig op de markt te worden aangeboden. Het Nederlandse verkeersrecht ziet daarentegen op de vraag of het voertuig juridisch kan worden aangemerkt als een fiets met trapondersteuning in de zin van artikel 1, eerste lid, onder ea, Wegenverkeerswet 1994, en daarmee in Nederland als zodanig aan het verkeer kan deelnemen.
20. Elektrisch ondersteunde fietsen vallen in beginsel onder het Europese productveiligheidskader van Verordening (EU) nr. 168/2013. [6] Deze Verordening wordt in Nederland soms aangeduid als de ‘Bromfietsverordening’. [7] Die benaming acht ik minder gelukkig, omdat de verordening niet uitsluitend betrekking heeft op bromfietsen, maar op voertuigen van categorie L in bredere zin, waaronder ook andere twee- en driewielige voertuigen en vierwielers. Voor voertuigen die binnen de werkingssfeer van deze verordening vallen, geldt in beginsel dat zij aan het typegoedkeuringsregime van die verordening moeten voldoen alvorens zij op de markt worden aangeboden of in gebruik worden genomen.
21. Artikel 2, tweede lid, onder h, van Verordening (EU) nr. 168/2013 zondert bepaalde fietsen met trapondersteuning uit van de werkingssfeer van die verordening. Die uitzondering geldt voor voertuigen met een elektrische hulpmotor met een nominaal continu vermogen van ten hoogste 0,25 kW, waarvan de ondersteuning progressief afneemt en uiterlijk bij 25 km/u wordt beëindigd, dan wel eerder zodra de bestuurder ophoudt met trappen. In het normale spraakgebruik wordt dit type fiets veelal aangeduid als een ‘e-bike’, waaronder ook fatbikes kunnen vallen.
22. Indien een elektrisch ondersteunde fiets niet aan deze voorwaarden voldoet, bijvoorbeeld omdat de motor een hoger vermogen heeft dan 0,25 kW, en/of omdat de elektrische trapondersteuning ook boven 25 km/u blijft werken, en/of omdat het voertuig zich door middel van een gashendel zelfstandig kan voortbewegen zonder dat wordt getrapt (behoudens een toegestane loopondersteuning tot 6 km/u), valt die fiets niet onder deze uitzondering. Een dergelijk voertuig valt dan binnen de werkingssfeer van Verordening (EU) nr. 168/2013 en dient in beginsel te zijn typegoedgekeurd. Om die reden valt bijvoorbeeld een zogenoemde speed pedelec, die trapondersteuning biedt tot ongeveer 45 km/u, wel onder de werkingssfeer van deze verordening en dient te worden typegoedgekeurd.
23. Fietsen met trapondersteuning die onder de uitzondering van artikel 2, tweede lid, onder h, van Verordening (EU) nr. 168/2013 vallen, zijn uitgezonderd van de werkingssfeer van die verordening en vallen in beginsel onder het productveiligheidskader van de Machinerichtlijn 2006/42/EG. [8] De
Guide to application of the Machinery Directivebevestigt dat electrically power assisted cycles (EPAC’s/pedelecs) die buiten de werkingssfeer van de Europese voertuigtypegoedkeuring vallen, onder de Machinerichtlijn vallen. Deze Guide is niet juridisch bindend, maar geldt wel als gezaghebbende toelichting van de Europese Commissie. [9]
24. Binnen dit productveiligheidskader speelt voor e-bikes EN 15194:2017 een belangrijke rol. Deze norm is onder de Machinerichtlijn 2006/42/EG geharmoniseerd voor elektrisch ondersteunde fietsen. Indien een e-bike overeenkomstig EN 15194:2017 is ontworpen en met goed gevolg volgens die norm is beproefd, bestaat in beginsel een vermoeden van overeenstemming met de essentiële gezondheids- en veiligheidseisen van de Machinerichtlijn, voor zover die norm die eisen afdekt. EN 15194:2017 bevat in dat verband technische en veiligheidsvoorschriften voor elektrisch ondersteunde fietsen.
25. De technische criteria van artikel 1, eerste lid, onder ea, Wegenverkeerswet 1994 vertonen in belangrijke mate overlap met het Europese productkader voor elektrisch ondersteunde fietsen. Zowel de Nederlandse wettelijke definitie als artikel 2, tweede lid, onder h, van Verordening (EU) nr. 168/2013 hanteren immers dezelfde kernparameters, te weten een elektrische hulpmotor met een nominaal continu vermogen van maximaal 0,25 kW en een ondersteuning die progressief afneemt en uiterlijk bij 25 km/u wordt beëindigd, dan wel eerder zodra de bestuurder ophoudt met trappen. Ook EN 15194:2017 sluit bij deze technische uitgangspunten aan.
26. In zoverre bestaat duidelijke inhoudelijke overeenstemming tussen het Nederlandse verkeersrechtelijke criterium en het Europese productkader. EN 15194:2017 gaat evenwel verder dan deze kerncriteria alleen en bevat daarnaast aanvullende technische en veiligheidsvoorschriften voor elektrisch ondersteunde fietsen, onder meer op het gebied van constructieve veiligheid, elektrische veiligheid, markering, labeling, documentatie en conformiteitsbeoordeling.
27. Voor de beantwoording van de hier voorliggende onderzoeksvragen is in het bijzonder van belang of het onderzochte voertuig voldoet aan het verkeersrechtelijke criterium van artikel 1, eerste lid, onder ea, WVW 1994.

4.Vraag 1a

Is bij de te onderzoeken fatbike sprake van trapondersteuning, zoals bedoeld in artikel 1 onder Pro ea van de Wegenverkeerswet 1994 (d.w.z. een elektrische hulpmotor met nominaal continue vermogen van maximaal 0,25 kW waarvan de aandrijfkracht geleidelijk vermindert en wordt onderbroken wanneer het voertuig een snelheid van 25 km/u bereikt, of eerder wanneer de bestuurder ophoudt met trappen)?
28. Naar mijn oordeel is bij de onderzochte fatbike sprake van trapondersteuning als bedoeld in artikel 1, onder ea, van de Wegenverkeerswet 1994. Ik licht dat hieronder nader toe.
29. De elektrische hulpmotor van BAFANG voldoet qua specificaties aan de vermogenseis van artikel 1, onder ea, van de Wegenverkeerswet.
30. Tijdens de testritten en de rollerbanktest werd duidelijk dat de elektrische ondersteuning alleen actief is wanneer de pedalen worden bewogen. Dit kan zowel door de trappers 360° rond te draaien als door ze op en neer te bewegen. Dat laatste ging niet altijd even gemakkelijk: het vereist een specifieke pedaalstand en een voldoende grote bewegingsuitslag. Het is dus zoeken naar de juiste positie van de pedalen en de marge waarbinnen de beweging wordt herkend.
31. Tijdens de testritten op de openbare weg en de rollerbanktest bij de politie heb ik waargenomen dat de elektrische ondersteuning duidelijk afnam naarmate de snelheid toenam en rond 25 km/u niet langer merkbaar was. Bij de rollerbanktest, die in aanwezigheid van een politiefunctionaris plaatsvond, hebben wij beiden geconstateerd dat de fiets rond 25 km/u geen ondersteuning meer gaf. [10] Voor zover nog enige ondersteuning boven 25 km/u technisch mogelijk zou zijn binnen de in EN 15194:2017 genoemde tolerantiemarge (zie hieronder), heb ik die tijdens mijn onderzoek niet kunnen vaststellen.
32. Een snelheid van meer dan 25 km/u bereikte ik uitsluitend door krachtig door te trappen, zowel op de openbare weg als op de rollerbank. De hoogst gemeten pieksnelheid op de openbare weg bedroeg 28,5 km/u. Het is mij tijdens de testritten en de rollerbanktest niet gelukt een snelheid van 30 km/u te bereiken. Op de rollerbank kwam ik, ondanks aanzienlijke inspanning, niet verder dan ongeveer 26 km/u.
33. Een e-bike mag als voertuig sneller rijden dan 25 km/u, bijvoorbeeld door eigen spierkracht, uitloop of een afdaling, mits de elektrische trapondersteuning bij 25 km/u is beëindigd. Het relevante onderscheid is daarmee dat niet de rijsnelheid als zodanig doorslaggevend is, maar de snelheid tot waarop de motor ondersteuning verleent. In publieksvoorlichting wordt dat onderscheid niet altijd even scherp verwoord. Zo gebruikt de NVWA de formulering dat elektrische fietsen ‘zijn gemaakt om niet harder te gaan dan 25 kilometer per uur’, [11] terwijl de Rijksoverheid spreekt van trapondersteuning tot maximaal 25 km/u. [12] Die laatste formulering sluit naar mijn oordeel nauwkeuriger aan bij het juridisch kader.
34. Daarbij merk ik op dat EN 15194:2017 bepaalt dat de maximale snelheid waarbij de motor nog ondersteuning verleent, niet meer dan 10% hoger mag zijn dan de als maximum aangegeven ondersteuningssnelheid. Bij een maximumsnelheid van 25 km/u betekent dit dat de grens ligt op 27,5 km/u.
35. Ik heb tijdens de testritten op de openbare weg gedurende enige tijd gereden terwijl ik de pedalen uitsluitend op en neer bewoog. Daarbij kwam de snelheid niet boven 25 km/u uit. Deze waarneming ondersteunt de conclusie dat rond 25 km/u geen motorondersteuning meer werd waargenomen en dat de hoger gemeten pieksnelheden zijn bereikt doordat de pedalen volledig werden rondgetrapt op eigen spierkracht, al dan niet in combinatie met een licht dalende weg en/of meewind.
36. In alle gevallen stopte de motorondersteuning van de betreffende fatbike zodra de trappers stil werden gehouden.
37. Op grond van het bovenstaande is naar mijn oordeel bij de onderzochte fatbike derhalve sprake van trapondersteuning als bedoeld in artikel 1, onder ea, van de Wegenverkeerswet 1994.

5.Vraag 1b.

Is het mogelijk de fatbike voort te bewegen door middel van kortstondige bewegingen van de pedalen, waarbij géén volledige rotatie van de as en/of pedalen plaatsvindt? Als aandrijving op die wijze mogelijk is, is er dan sprake van ‘trapondersteuning’ als bedoeld in artikel 1 onder Pro ea van de Wegenverkeerswet 1994?
38. Zoals hierboven al uitgelegd, is het mogelijk om de betreffende fatbike voort te bewegen door middel van het op en neer bewegen van de pedalen, zonder volledige rotatie van de as en/of pedalen.
39. Bij e-bikes worden doorgaans twee typen trapsensoren gebruikt: een krachtsensor (koppelsensor), vaak toegepast bij middenmotoren, en een rotatiesensor (cadanssensor), vaak toegepast bij voor- of achterwielmotoren. Het verschil tussen beide sensoren wordt
hier (https://www.youtube.com/watch?v=4AbldMXguMk)helder uitgelegd in een video van de Fietsersbond. Zie in vergelijkbare zin ook pagina 18 het hierboven aangehaalde rapport ‘Fatbikes als aparte voertuigcategorie’ van DTV.
40. Een cadanssensor (rotatiesensor) maakt het mogelijk dat de motor ondersteuning kan leveren zonder dat de trappers steeds een volledige 360°-rotatie hoeven te maken. In principe kunnen e-bikes die met een dergelijke sensor zijn uitgerust daarom ook in beweging worden gebracht door de trappers beperkt op en neer te bewegen, mits de sensor daarbij voldoende rotatie/pulsen detecteert. De benodigde pedaalstand en de minimale bewegingsuitslag kunnen per type fiets verschillen en hangen af van de technische uitvoering. Daarbij speelt onder meer het aantal magneten/pulsen op de rotatieschijf een rol, omdat dit de gevoeligheid en resolutie van de detectie bepaalt.
41. De onderhavige fatbike lijkt duidelijk te zijn uitgerust met (alleen) een rotatiesensor. De trapondersteuning wordt duidelijk voelbaar geactiveerd kort nadat de trappers in beweging worden gezet. Hierbij maakt het niet uit hoeveel kracht je op de trappers uitoefent. Op de onderstaande foto is te zien waar de rotatiesensor zich op de onderhavige fatbike bevindt:
42. De Wegenverkeerswet 1994 (art. 1, eerste lid, onderdeel ea) definieert een “fiets met trapondersteuning” aan de hand van functionele criteria: de elektrische hulpmotor mag slechts ondersteunen tijdens het trappen en de aandrijfkracht moet geleidelijk verminderen en worden onderbroken zodra 25 km/u wordt bereikt, dan wel eerder zodra de bestuurder ophoudt met trappen. In deze wettelijke omschrijving wordt het begrip “trappen” niet nader gespecificeerd als een bepaalde (minimale) pedaalslag, omwentelingshoek of een verplichte volledige 360°-rotatie.
43. Ik heb geen aanknopingspunten kunnen vinden in de relevante Nederlandse en Europese wetgeving, noch in de relevante wetsgeschiedenis, normen, jurisprudentie en literatuur, dat uit de WVW 1994 de eis volgt dat trapondersteuning uitsluitend kan worden geactiveerd door een volledige 360°-rotatie van de pedalen. Doorslaggevend is dat sprake is van trapactiviteit van de bestuurder en dat de motorondersteuning wordt onderbroken zodra de bestuurder ophoudt met trappen (en dat de ondersteuning bij 25 km/u wordt afgebouwd en beëindigd).
44. Dat een systeem in bepaalde uitvoeringen reageert op pedaalbeweging, bijvoorbeeld een beperkte heen-en-weer beweging die door de toegepaste sensor als “trappen” wordt gedetecteerd, is daarmee naar mijn mening op zichzelf niet in strijd met de wettelijke definitie, zolang de ondersteuning niet autonoom blijft doorlopen zonder trapactiviteit.
45. Ook bij een gewone (niet-elektrische) fiets kan de fiets, afhankelijk van de pedaalstand en de gekozen versnelling, in beweging worden gehouden door de trappers beperkt op en neer te bewegen. Door het vrijloopmechanisme hoeft daarbij niet voortdurend een volledige pedaalomwenteling te worden gemaakt: zolang de ketting en aandrijving bij de neergaande beweging voldoende koppel op het achterwiel overbrengen, kan het wiel blijven doordraaien terwijl de pedalen bij de opgaande beweging (gedeeltelijk) “ontlast” worden. Dit illustreert dat “trappen” in de praktijk niet noodzakelijk samenvalt met een volledige 360°-rotatie, maar ook kan bestaan uit herhaalde beperkte pedaalbewegingen die tot aandrijving leiden.

6.Vraag 1c.

Moet de onderhavige fatbike worden aangemerkt als een fiets met trapondersteuning (art. 1 onder Pro ea WVW1994) waarvoor geen RDW-keuring en -toelating vereist is of moet de fatbike worden aangemerkt als een bromfiets (als bedoeld in artikel 1 onder Pro e sub a WVW1994) waarvoor wel een RDW-keuring en -toelating vereist is?
46. Op grond van het bovenstaande concludeer ik dat de onderhavige fatbike aangemerkt moet worden als een fiets met trapondersteuning (art. 1 onder Pro ea WVW 1994) waarvoor geen RDW-keuring en -toelating vereist is.

7.Vraag 1d.

Uitgaande van de situatie dat de fatbike heeft te gelden als een fiets met trapondersteuning: welke technische aanpassingen kunnen ertoe leiden dat het voertuig niet langer als zodanig kan gelden, maar moet worden aangemerkt als een bromfiets?
47. Ter beantwoording van deze vraag kan worden verwezen naar de Nota van toelichting bij de wijziging van de Regeling voertuigen (Stcrt. 2025, 14637). Daarin is uiteengezet aan de hand van welke technische criteria moet worden beoordeeld of een elektrische fiets nog als fiets met trapondersteuning kwalificeert. Uit die toelichting volgt dat niet de wijze van gebruik beslissend is, maar de objectieve technische kenmerken en mogelijkheden van het voertuig. De beoordeling richt zich derhalve op de constructie, afstelling en technische functionaliteiten van de elektrische fiets. [13]
48. Van een fiets met trapondersteuning is sprake indien het voertuig is uitgerust met een elektrische hulpmotor met een nominaal continuvermogen van maximaal 250 watt, waarbij de motorondersteuning uitsluitend functioneert zolang wordt getrapt. Daarnaast moet de ondersteuning geleidelijk afnemen en uiterlijk eindigen voordat een snelheid van 25 km/u wordt bereikt. Een afzonderlijke voorziening voor loopondersteuning is toegestaan, mits deze niet werkt boven 6 km/u.
49. Een elektrische fiets voldoet niet langer aan deze kwalificatie zodra zij technisch buiten dit kader valt. Dat is onder meer het geval wanneer de motor een hoger nominaal continuvermogen dan 250 watt heeft, en/of wanneer de ondersteuning doorwerkt boven 25 km/u, en/of wanneer het voertuig zich zonder trapbeweging door motorkracht kan voortbewegen. In die gevallen is technisch geen sprake meer van een fiets met trapondersteuning, maar van een voertuig dat in beginsel onder een andere voertuigcategorie valt, zoals een bromfiets.
50. Daarbij is van belang dat niet alleen de actuele afstelling relevant is, maar ook de technische mogelijkheid die het voertuig biedt. Indien een fiets zodanig is ontworpen of ingesteld dat de wettelijke grenswaarden zonder wezenlijke technische ingreep kunnen worden overschreden, is dat reeds van betekenis voor de juridische kwalificatie. Dat geldt bijvoorbeeld wanneer via software, een bedieningsmenu, een app of een andere toegankelijke instelling kan worden bewerkstelligd dat de ondersteuning boven 25 km/u actief blijft. Ook fysieke wijzigingen, zoals het verwijderen van een snelheidsbegrenzer, het monteren van een krachtiger motor of het aanbrengen van een gashendel, maken dat het voertuig technisch niet meer voldoet aan de eisen voor een fiets met trapondersteuning.
51. Sinds 1 juli 2025 geldt bovendien dat op een fiets met trapondersteuning geen voorziening aanwezig mag zijn die kennelijk is bedoeld om controle op het vermogen of de werking van de trapondersteuning te bemoeilijken of te beïnvloeden. Daarbij kan het zowel gaan om hardware als om software. Deze norm bevestigt dat de beoordeling van de voertuigstatus in essentie is gekoppeld aan de technische configureerbaarheid en feitelijke technische mogelijkheden van het voertuig.
52. Op basis van het door mij verrichte technische en functionele onderzoek heb ik bij deze fatbike geen kenmerken vastgesteld die wijzen op een bromfiets. Mijn beoordeling is gebaseerd op de voor mij toegankelijke en onderzoekbare kenmerken van het voertuig en op het feitelijke functioneren van de trapondersteuning tijdens proefritten en een rollerbanktest. Een afzonderlijke software-analyse of uitlezing van de elektronische aansturing viel buiten de reikwijdte van mijn onderzoek.

8.Vraag 1e.

Voldoet de fatbike in de huidige staat aan de eisen die de Nederlandse regelgeving stelt om aan het verkeer te mogen deelnemen?
53. Op grond van het door mij verrichte technische en functionele onderzoek concludeer ik dat deze fatbike in de huidige staat, voor zover binnen mijn onderzoek beoordeeld, voldoet aan de Nederlandse eisen voor toelating tot het verkeer.

9.Vraag 1f.

Heeft de deskundige nog aanvullende opmerkingen die van belang kunnen zijn voor de zaak?
54. In het dossier heb ik een Declaration of Conformity van de fabrikant van de betreffende fatbike aangetroffen. Daarin wordt verklaard dat deze fatbike voldoet aan de Machinerichtlijn en onder meer is getest overeenkomstig EN 15194:2017.
55. Zoals hierboven toegelicht, bevat EN 15194:2017 onder meer voorschriften met betrekking tot de markering en labeling van een e-bike. In hoofdstuk 5 van deze norm is bepaald dat een EPAC zichtbaar, leesbaar en onuitwisbaar moet zijn voorzien van ten minste de daarin genoemde gegevens. Daarbij gaat het onder meer om de naam en het adres van de fabrikant of diens gemachtigde, de aanduiding dat het voertuig overeenkomstig EN 15194 is uitgevoerd, de toepasselijke CE-markering, het bouwjaar, de afschakelsnelheid, het maximale continue nominale vermogen, het maximaal toelaatbare totaalgewicht, de type- of serieaanduiding en, voor zover van toepassing, het individuele serienummer.
56. Bij inspectie van de onderhavige fatbike heb ik evenwel vastgesteld dat de in hoofdstuk 5 van EN 15194:2017 voorgeschreven gegevens niet op de fiets aanwezig zijn. Voor zover door mij kon worden vastgesteld, ontbreekt althans is niet kenbaar aanwezig een volledige en juiste markering met de in die norm bedoelde minimale gegevens.
57. De beoordeling van de aanwezigheid van de voorgeschreven markering en labeling vindt plaats binnen een ander juridisch beoordelingskader dan de beoordeling van de verkeersrechtelijke kwalificatie van deze fatbike op grond van haar technisch-functionele eigenschappen.
Over de auteur
58. Rutger Oldenhuis, oprichter van RecallDesk, is jurist met twee meestertitels en meer dan twintig jaar relevante werkervaring. Daarvan was hij circa zeventien jaar werkzaam als hoofd van de juridische afdeling bij het Europese hoofdkantoor van een internationale fabrikant van fietsonderdelen, waar hij nauw betrokken was bij productconformiteit en wereldwijde terugroepacties. Daarnaast droeg hij gedurende zeven jaar eindverantwoordelijkheid voor een divisie voor roeicomponenten en -schoenen, waardoor hij tevens ervaring heeft opgedaan met productontwikkeling en markttoegangsvereisten.
59. Sinds de oprichting in 2021 heeft RecallDesk cliënten ondersteund in uiteenlopende sectoren, waaronder fietsindustrie, sport- en outdoorartikelen, automotive, speelgoed, batterijen, bouwproducten, consumentengoederen, meubels, tuinartikelen, verlichting, elektronica, tuingereedschap, sierteelt, voedingsmiddelen en muziekinstrumenten.
60. In 2024 heeft Rutger Oldenhuis daarnaast een tweede onderneming opgericht die optreedt als gemachtigd vertegenwoordiger voor fabrikanten van buiten de EU. Vanuit die rol wordt beoordeeld of technische documentatie aan de toepasselijke wettelijke eisen voldoet en wordt geadviseerd over productconformiteit.
61. Voorts treedt Rutger Oldenhuis op als getuige-deskundige in een strafzaak met betrekking tot productveiligheid, publiceert hij regelmatig over productconformiteit, productveiligheid en terugroepacties in vakmedia, en is hij lid van meerdere normcommissies, waaronder een commissie op het gebied van bakfietsen.
Deventer, 25 maart 2026

Voetnoten

1.Omdat in de praktijk veel onduidelijkheid bestaat over de wettelijke eisen waaraan een fatbike moet voldoen om te gelden als fiets met trapondersteuning (art. 1 onder Pro ea WVW) of dat daarentegen sprake is van een bromfiets (art. 1 onder Pro 2 sub a WVW) en de vraag hoe dit moet worden getest en dit deskundigenrapport veel waardevolle informatie bevat op dit punt, wordt het rapport, met toestemming van de auteur, integraal bij de beschikking gevoegd en gepubliceerd.
2.De verbalisant in onderhavige zaak heeft dat wel aangemerkt als reden voor inbeslagneming.
3.Zie
4.De “loopstand” is een afzonderlijke start-/duwondersteuningsfunctie en geen reguliere trapondersteuning; volgens EN 15194:2017 mag deze functie uitsluitend werken tot maximaal 6 km/u en alleen zolang de gebruiker de bediening bewust en voortdurend geactiveerd houdt. Daarmee onderscheidt de loopstand zich van de normale trapondersteuning, die slechts ondersteuning mag geven wanneer de fietser trapt. Zie ook artikel 2 sub a van Pro VERORDENING (EU) Nr. 168/2013 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 15 januari 2013 betreffende de goedkeuring van en het markttoezicht op twee- of driewielige voertuigen en vierwielers.
5.Vgl. Rb. Noord-Nederland 9 oktober 2025, ECLI:NL:RBNNE:2025:5503, waar eveneens is vastgesteld dat bij een fatbike via het display instellingen van de trapondersteuning konden worden gewijzigd.
6.VERORDENING (EU) Nr. 168/2013 VAN HET EUROPEES PARLEMENT EN DE RAAD van 15 januari 2013 betreffende de goedkeuring van en het markttoezicht op twee- of driewielige voertuigen en vierwielers.
7.Vgl. Rb. Amsterdam 28 januari 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:571.
8.De Machinerichtlijn 2006/42/EG is in Nederland geïmplementeerd in het Warenwetbesluit machines.
9.Zie pagina 53 van de Guide, welke hier is te downloaden:
10.De rollerbanktest verliep aanvankelijk niet probleemloos, omdat de fiets tijdens de test meermaals uitviel. Na herhaalde pogingen hebben de aanwezige politiefunctionaris en ondergetekende evenwel beiden geconstateerd dat de elektrische ondersteuning rond 25 km/u niet langer werd waargenomen.
13.Nota van toelichting bij de Regeling van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat van 23 april 2025, nr. IENW/BSK-25556, tot wijziging van de Regeling voertuigen in verband met een verbod op een voorziening waarmee controles bij fietsen met trapondersteuning kunnen worden bemoeilijkt of beïnvloed, Stcrt. 2025, 14637, pp. 2-3.