Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van
[eiser], uit [plaats], eiser
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Winterswijk
Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [derde-partij], uit [plaats],
Samenvatting
Procesverloop
Totstandkoming besluit
Beoordeling door de rechtbank
Verder kan aan de laatste controles weinig betekenis worden toegekend nu vanwege de afwezigheid van derde-partij de toezichthouders niet op het perceel zijn geweest (9 en 20 september 2024) en dus ook niet is vastgesteld hoeveel duiven aanwezig waren. Op 8 oktober 2024 heeft derde-partij de toezichthouders de toegang geweigerd en zij hebben dan ook zelf niet kunnen constateren hoeveel duiven aanwezig waren en in hoeverre sprake is van overlast. Dat het college voornemens was aanvullende controles uit te voeren, doet hier niet aan af. Bovendien geven de al eerder uitgevoerde controles al een voldoende duidelijk beeld van de ruimtelijke uitstraling van het houden van duiven over verschillende perioden. Verder had het college, indien het van mening was dat aanvullende controles noodzakelijk waren voor een zorgvuldig besluit, hierover met eiser in overleg moeten treden in verband met de ingebrekestelling.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het besluit van 29 oktober 2024;
- draagt het college op om een nieuw besluit te nemen op het bezwaar van de derde-partij;
- bepaalt dat de begunstigingstermijn van de last onder dwangsom van 1 februari 2024 wordt verlengd tot zes weken na de beslissing op bezwaar;
- bepaalt dat het college het griffierecht van € 187,00 aan eiser moet vergoeden;
- veroordeelt het college tot betaling van in totaal € 1903,64 aan proceskosten.