Uitspraak
[naam gedaagd bedrijf]
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
gebaseerd op toeslagen uit de cao PB’zuiver taalkundig niet voor meerderlei uitleg vatbaar. Weliswaar staat tussen partijen vast dat mr. De Hamer de vaststellingsovereenkomst heeft opgesteld, maar [de gedaagde] heeft onbetwist gesteld dat de inhoud van artikel 12.5 letterlijk is overgenomen uit de e-mail van 1 oktober 2024 van mr. Rubens. De stelling van [de eiser] dat [de gedaagde] desondanks de inhoud van die e-mail had moeten begrijpen dat alle vorderingen gebaseerd op de cao PB dienden te worden uitgesloten van de finale kwijting, omdat [de gedaagde] dit uit de meegezonden uitspraak van 3 mei 2024 alsmede uit de daaropvolgende e-mail van 2 oktober 2024 had moeten opmaken, kan hem niet baten. Het ligt immers op de weg van een gemachtigde om de bedoeling van zijn cliënt zo concreet en duidelijk mogelijk weer te geven. Dit heeft zich geuit in de zeer specifiek omschreven aanvullende loonvordering gebaseerd op toeslagen uit de cao PB. Daar komt bij dat na de e-mail van 2 oktober 2024 een aangepaste versie van de vaststellingsovereenkomst aan [de eiser] is gezonden en [de eiser] de tekst met zijn gemachtigde heeft kunnen controleren en bespreken alvorens de vaststellingsovereenkomst te ondertekenen.
.