Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:2451

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
30 maart 2026
Publicatiedatum
27 maart 2026
Zaaknummer
ARN 25/2501
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:2 AwbArt. 7:1 AwbArt. 8:1 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling niet-ontvankelijkheid bezwaar wijziging woonplaatsgrens Nijmegen-Lent

Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de raad van de gemeente Nijmegen waarin zijn bezwaar tegen de wijziging van de woonplaatsgrens tussen Nijmegen en Lent niet-ontvankelijk werd verklaard. De raad oordeelde dat eiser geen belanghebbende was omdat hij geen persoonlijk en rechtstreeks belang had bij het besluit.

De rechtbank heeft beoordeeld of eiser als belanghebbende kan worden aangemerkt. Hoewel eiser zich sinds 1988 bezighoudt met straatnaamgeving en een Numaga penning ontving voor zijn inzet voor het Nijmeegse culturele erfgoed, woont hij niet in het gebied waarop de grenswijziging betrekking heeft en kan hij zich niet onderscheiden van andere inwoners. Hierdoor ontbreekt een voldoende objectief, actueel en persoonlijk belang dat rechtstreeks bij het besluit betrokken is.

De rechtbank wijst ook het standpunt van eiser af dat de wijziging van de woonplaatsgrens de plaats van openbare ruimten in de Basisregistratie Adressen en Gebouwen zou beïnvloeden, omdat dit geen rechtstreeks belang oplevert. Andere formele bezwaren worden niet inhoudelijk behandeld vanwege het ontbreken van belang.

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, waardoor eiser geen recht heeft op terugbetaling van griffierecht of vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter G.H.W. Bodt en griffier C.M.J.C. Rooding op 30 maart 2026.

Uitkomst: Het beroep van eiser wordt ongegrond verklaard wegens gebrek aan belang, waardoor het bezwaar terecht niet-ontvankelijk is verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 25/2501

uitspraak van de enkelvoudige kamer van

in de zaak tussen

[eiser], uit [plaats], eiser

en

de raad van de gemeente Nijmegen

(gemachtigde: mr. G.T. Pfennings).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over het beroep van eiser tegen de beslissing op bezwaar van de raad van 28 mei 2025. Met dit besluit heeft de raad het bezwaar van eiser niet-ontvankelijk verklaard. Eiser is het hier niet mee eens. Hij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank of de raad het bezwaar van eiser terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de raad het bezwaar van eiser terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard, omdat eiser geen belang heeft bij een inhoudelijke beoordeling van zijn bezwaar. Eiser krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit heeft.

Procesverloop

2. Met het besluit van 29 januari 2025 heeft de raad de woonplaatsgrens tussen Nijmegen en Lent aangepast. Met de beslissing op bezwaar van 28 mei 2025 heeft de raad - na advies van de commissie voor bezwaarschriften - het bezwaar van eiser tegen het besluit van 29 januari 2025 niet-ontvankelijk verklaard, omdat eiser geen belang heeft dat rechtstreeks is betrokken bij het besluit.
2.1.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de beslissing op bezwaar.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 10 maart 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben eiser en de gemachtigde van de raad deelgenomen.

Beoordeling door de rechtbank

Is eiser belanghebbende in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)?
3. Alleen een belanghebbende kan bezwaar maken tegen een besluit. [1] Om belanghebbende in de zin van artikel 1:2, eerste lid, van de Awb te zijn, moet eiser een voldoende objectief en actueel, eigen en persoonlijk belang hebben dat rechtstreeks betrokken is bij het besluit. [2]
3.1.
Eiser stelt dat hij als belanghebbende moet worden aangemerkt omdat hij zich sinds 1988 bezighoudt met straatnaamgeving in de gemeente Nijmegen. Ter onderbouwing daarvan voert eiser aan dat hij in 2024 een Numaga penning heeft ontvangen, omdat hij een bijzondere prestatie heeft geleverd op het gebied van ofwel de bevordering van de kennis van het verleden van Nijmegen en omstreken en/ofwel van het behoud van het Nijmeegse culturele erfgoed. Eiser stelt dat hij hierdoor een rechtstreeks bij het besluit betrokken belang heeft.
3.2.
Het betoog van eiser slaagt niet. Van een belang van eiser dat rechtstreeks is betrokken bij het besluit is de rechtbank niet gebleken. Zo woont eiser zelf niet in het gebied waarop de wijziging van de woonplaatsgrens tussen Nijmegen en Lent ziet, maar op geruime afstand daarvan. Eiser kan zich niet onderscheiden van andere inwoners van de gemeente Nijmegen en heeft dan ook geen persoonlijk belang dat rechtsreeks is betrokken bij het besluit. Ook het feit dat eiser de raad voorafgaand aan het besluit heeft gevraagd naar de motivering voor de wijziging van de woonplaatsgrens, maakt eiser geen belanghebbende. In het standpunt van eiser dat de plaats van openbare ruimten in de Basisregistratie Adressen en Gebouwen als gevolg van het bestreden besluit niet meer goed is aangeduid, ziet de rechtbank evenmin aanleiding voor de conclusie dat eiser een rechtstreeks bij het besluit betrokken belang heeft. Dat eiser – zoals de rechtbank begrijpt – erg betrokken is bij de straatnaamgeving in de gemeente Nijmegen maakt niet dat eiser daarmee wel een persoonlijk en rechtstreeks betrokken belang heeft bij dit besluit tot het wijzigen van de woonplaatsgrens.
4. In de beroepsgronden heeft eiser gewezen op - volgens hem - andere (formele) gebreken in de besluitvorming. Aan die gronden komt de rechtbank niet toe nu is geoordeeld dat eiser geen belanghebbende is en het bezwaar daarom terecht niet-ontvankelijk is verklaard.

Conclusie en gevolgen

5. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. G.H.W. Bodt, rechter, in aanwezigheid van
mr. C.M.J.C. Rooding, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Dit volgt uit de artikelen 7:1 en 8:1 van de Awb.
2.Vergelijk ABRvS 28 juni 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2503.