ECLI:NL:RBGEL:2026:2221
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond: naheffingsaanslag en boete motorrijtuigenbelasting bij gebruik openbare weg tijdens schorsing
Belanghebbende was houder van een personenauto waarvan het kenteken gedurende twee perioden geschorst was. Op 15 augustus 2023 werd vastgesteld dat met deze auto gebruik werd gemaakt van de openbare weg, ondanks de schorsing. De inspecteur legde een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting en een verzuimboete op. Belanghebbende maakte bezwaar en stelde dat de auto op een privéparkeerplaats bij een garage stond, waar hij dacht dat parkeren was toegestaan.
De rechtbank oordeelde dat de doodlopende weg bij de garage een openbare weg is en dat het gebruik van de auto op die weg tijdens de schorsing onrechtmatig was. De naheffingsaanslag en boete zijn daarom terecht en correct vastgesteld. De rechtbank wees het beroep af en overwoog dat zij geen ruimte heeft om de billijkheid van de wet te toetsen.
Verder werd vastgesteld dat de boete passend is en niet gematigd hoeft te worden, ondanks overschrijding van de redelijke termijn voor berechting. Belanghebbende krijgt geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug. De uitspraak is gedaan door rechter L.L. van Benthem op 18 maart 2026.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de naheffingsaanslag en boetebeschikking motorrijtuigenbelasting wordt ongegrond verklaard en de aanslag en boete blijven in stand.