ECLI:NL:RBGEL:2026:2215
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting wegens verblijf in buitenland
Belanghebbende kreeg een naheffingsaanslag motorrijtuigenbelasting (MRB) opgelegd voor het gebruik van een in het buitenland geregistreerd motorrijtuig op de Nederlandse openbare weg. De inspecteur stelde dat belanghebbende gedurende de gehele periode van 15 september 2023 tot en met 11 januari 2024 hoofdverblijf in Nederland had, waardoor MRB verschuldigd was.
Belanghebbende voerde aan dat zij tot eind december 2023 haar hoofdverblijf in Frankrijk had en pas tijdens de kerstvakantie naar Nederland verhuisde. Zij overlegde bewijsstukken zoals huurspecificaties en schoolgegevens van haar kinderen. De rechtbank oordeelde dat belanghebbende aannemelijk heeft gemaakt dat haar hoofdverblijf tot eind november 2023 in Frankrijk was, maar onvoldoende bewijs leverde voor de periode van 1 december 2023 tot 10 januari 2024.
De rechtbank stelde vast dat de naheffingsaanslag daarom moet worden berekend over de periode van 1 december 2023 tot en met 10 januari 2024 en verminderde de aanslag tot € 305. Ook werd de boete verlaagd tot het wettelijke minimum van € 50. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar en bepaalde dat de inspecteur het griffierecht aan belanghebbende moet vergoeden.
Uitkomst: De naheffingsaanslag en boete worden verminderd vanwege het verblijf van belanghebbende in het buitenland gedurende een deel van de aanslagperiode.