ECLI:NL:RBGEL:2026:1884

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
12 maart 2026
Publicatiedatum
11 maart 2026
Zaaknummer
AWB-24_5416
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 16 AOW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing postume toekenning AOW met terugwerkende kracht van meer dan één jaar

De moeder van eiseres is overleden in 2024 zonder ooit een AOW-aanvraag te hebben ingediend. Eiseres, als enig erfgenaam, diende postuum een aanvraag in voor het ouderdomspensioen met terugwerkende kracht. De SVB kende het pensioen toe met terugwerkende kracht van maximaal één jaar, conform beleidsregels.

Eiseres betwistte deze beperking en stelde dat het onredelijk was dat betrokkene het pensioen zelf moest aanvragen, terwijl anderen dit automatisch kregen. De rechtbank oordeelde dat de SVB terecht heeft afgezien van een terugwerkende kracht van meer dan één jaar, omdat bij postume aanvragen geen sprake kan zijn van bijzondere gevallen die een ruimere terugwerkende kracht rechtvaardigen.

Daarnaast was er geen aanleiding voor de SVB om het pensioen ambtshalve toe te kennen, omdat betrokkene geen uitkeringsrelatie had, er geen relevante gegevens waren en zij niet had aangetoond dat zij niet in staat was de aanvraag in te dienen. Het beroep van eiseres werd daarom ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand.

Uitkomst: Het beroep tegen de beperking van de terugwerkende kracht van de postume AOW-toekenning wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Zutphen
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 24/5416

uitspraak van de enkelvoudige kamer van

in de zaak tussen

[eiseres], uit [plaats], eiseres

en

de Raad van bestuur van de Sociale Verzekeringsbank, de SVB

(gemachtigde: mr. A. Marijnissen).

Samenvatting

1. De moeder van eiseres (betrokkene) is overleden op [datum 1] 2024. Betrokkene heeft nooit een aanvraag voor een ouderdomspensioen op grond van de Algemene Ouderdomswet (AOW) gedaan. Eiseres is enig erfgenaam. Op 23 april 2024 heeft eiseres postuum een aanvraag voor ouderdomspensioen ingediend. De SVB heeft met terugwerkende kracht een ouderdomspensioen toegekend, over de periode van 1 april 2023 tot en met maart 2024. Eiseres is het niet eens met de beperking in duur van de terugwerkende kracht. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank het bestreden besluit.
2. De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de SVB terecht heeft afgezien van het postuum toekennen van een ouderdomspensioen met een terugwerkende kracht van meer dan één jaar. Daarnaast komt de rechtbank tot het oordeel dat er voor de SVB, op het moment dat betrokkene de leeftijd van 66 jaar en vier maanden bereikte, geen aanleiding bestond om over te gaan tot het ambtshalve toekennen van een ouderdomspensioen. Eiseres krijgt geen gelijk en het beroep is daarom ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

3. Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor de toekenning van een ouderdomspensioen met terugwerkende kracht. De SVB heeft deze aanvraag met het besluit van 30 april 2024 toegewezen. Met het bestreden besluit van 19 juni 2024 is het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard.
3.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
3.2.
De SVB heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
3.3.
De rechtbank heeft het beroep op 23 februari 2026 op zitting behandeld. Eiseres en de gemachtigde van de SVB zijn, respectievelijk zonder en met voorafgaand bericht, niet ter zitting verschenen.

Beoordeling door de rechtbank

De feiten
4. Betrokkene, geboren op [geboortedatum] 1953, is op [datum 2] 2019 66 jaar en vier maanden oud geworden. Betrokkene heeft vanaf laatstgenoemde datum recht op een ouderdomspensioen. Op 30 juni 2022 heeft betrokkene telefonisch contact opgenomen met de SVB over haar ouderdomspensioen. Vervolgens is met de brief van 1 juli 2022 aan betrokkene een aanvraagformulier toegestuurd, met het verzoek om die vóór 12 augustus 2022 ingevuld terug te sturen. Betrokkene is op [datum 1] 2024 overleden. De SVB heeft op 23 april 2024 postuum een AOW-aanvraag van eiseres ontvangen.
Totstandkoming van het bestreden besluit
5. Met het besluit van 30 april 2024 is postuum een AOW-pensioen aan eiseres toegekend over de periode van 1 april 2023 tot en met [datum 1] 2024.
5.1.
Met het besluit van 19 juni 2024 wordt het bezwaar van eiseres (kennelijk) ongegrond verklaard. Artikel 16, tweede lid, van de AOW schrijft voor dat de uitkering met niet meer dan één jaar terugwerkende kracht kan worden toegekend vanaf de datum waarop de aanvraag is ingediend. De SVB kan hier in bijzondere gevallen van afwijken. Echter, in de situatie waarbij een aanvraag is ingediend na het overlijden van een uitkeringsgerechtigde kan geen sprake zijn van een bijzonder geval. Dit volgt uit de beleidsregel SB1403.
Toekenning ouderdomspensioen met terugwerkende kracht vanaf moment bereiken pensioenleeftijd?
6. Eiseres heeft aangevoerd dat het onredelijk is dat betrokkene haar ouderdomspensioen moest aanvragen, terwijl de stiefvader van eiseres zijn ouderdomspensioen automatisch kreeg toegekend van de SVB. Er zijn geen duidelijke processen voor ouderen die in het buitenland wonen. Eiseres verzoekt, onder verwijzing naar de beleidsregels van de SVB, om het ouderdomspensioen van betrokkene uit te keren vanaf het moment dat betrokkene daar recht op had.
6.1.
De SVB verwijst – kortheidshalve – naar de overwegingen in het bestreden besluit.
6.2.
Tussen partijen is in geschil of de SVB terecht, onder verwijzing naar zijn beleidsregels, heeft afgezien van het postuum toekennen van een ouderdomspensioen met terugwerkende kracht van meer dan één jaar, danwel of hij gebruikmakend van de wettelijke bevoegdheid daartoe, gehouden zou zijn geweest de uitkering aan betrokkene ambtshalve toe te kennen.
6.3.
Artikel 16, tweede lid, van de AOW bepaalt dat de uitkering met niet meer dan één jaar terugwerkende kracht kan worden toegekend en dat de SVB in bijzondere gevallen de bevoegdheid heeft om hiervan af te wijken. De SVB heeft ten aanzien van het postuum toekennen van een ouderdomspensioen beleid geformuleerd, waarin de maximale terugwerkende kracht op één jaar wordt gesteld en waarin tevens is vastgelegd dat verdergaande terugwerkende kracht niet aan de orde kan zijn, nu er geen sprake kan zijn van hardheid bij degene die de postume aanvraag indient. Zoals de Centrale Raad van Beroep (CRvB) reeds eerder heeft overwogen dient het bij de beoordeling of sprake is van een bijzonder geval evenals bij de beoordeling of sprake is van (financiële) hardheid, te gaan om de individuele omstandigheden van de uitkeringsgerechtigde. Bij een postume aanvraag kan een eventueel gunstige uitkomst van de afwegingen ten aanzien van het bestaan van een bijzonder geval en van financiële hardheid nooit aan de uitkeringsgerechtigde ten goede komen. [1] Derhalve kan niet worden geoordeeld dat het beleid van de SVB in strijd komt met geschreven of ongeschreven recht. De SVB heeft de toekenning met terugwerkende kracht terecht beperkt tot één jaar.
6.4.
De rechtbank ziet in deze zaak geen aanleiding om te concluderen dat de SVB gehouden was het ouderdomspensioen ambtshalve toe te kennen, nu de SVB met betrokkene geen uitkeringsrelatie onderhield, er bij de SVB over betrokkene geen voor de beoordeling van het recht op uitkering relevante gegevens voorhanden waren, de SVB geen aanwijzingen had dat betrokkene leed aan een psychische aandoening die eraan in de weg stond een aanvraag voor een ouderdomspensioen in te dienen en de SVB voldoende heeft ondernomen om met betrokkene in contact te treden. [2] Betrokkene heeft op 30 juni 2022 telefonisch contact opgenomen met de SVB over haar AOW-pensioen. Vervolgens is met de brief van 1 juli 2022 aan betrokkene een aanvraagformulier toegestuurd, met het verzoek om dat vóór 12 augustus 2022 ingevuld terug te sturen. Betrokkene heeft dat aanvraagformulier, om haar moverende redenen, niet ingevuld en teruggestuurd. Niet is gebleken dat betrokkene daartoe niet in staat was. Indien dit (wel) het geval was, lag het op haar weg om (opnieuw) (telefonisch) contact op te nemen met de SVB, maar dat is niet gebleken. De rechtbank is daarom van oordeel dat er voor de SVB in de onderhavige zaak op het moment van het bereiken van de leeftijd van 66 jaar en vier maanden door betrokkene, of vanaf 30 juni 2022, geen aanleiding bestond om over te gaan tot het ambtshalve toekennen van een ouderdomspensioen.

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond. Eiseres krijgt geen gelijk. Dit betekent dat het bestreden besluit in stand blijft. Eiseres krijgt het griffierecht niet terug. Ook bestaat er geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. D.J. Post, rechter, in aanwezigheid van mr. C.G.A.J. van der Wielen, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Centrale Raad van Beroep waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan de Centrale Raad van Beroep, Postbus 16002, 3500 DA Utrecht.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Uitspraak van de CRvB van 21 februari 2008, ECLI:NL:CRVB:2008:BC5628.
2.Zie noot 1.