Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de voorzieningenrechter van
in de zaak tussen
de directie van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen
Samenvatting
Procesverloop
.Verzoekster heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
2.2. Verzoekster heeft na sluiting van het onderzoek aanvullende stukken ingediend. De voorzieningenrechter ziet in deze stukken geen reden het onderzoek te heropenen en zal deze stukken niet bij de beoordeling betrekken.
Beoordeling door de voorzieningenrechter
Aan deze conclusie heeft hij de volgende feiten ten grondslag gelegd:
3.3. Gelet op de medische en psychiatrische onderzoeken heeft het CBR met het bestreden besluit vastgesteld dat verzoekster niet geschikt is om te rijden en besloten dat het rijbewijs van verzoekster ongeldig blijft.
.Uit de wet- en regelgeving volgt dat het CBR een rijbewijs ongeldig verklaart als uit het onderzoek naar de rijgeschiktheid blijkt dat verzoekster niet voldoet aan de eisen voor het besturen van een motorvoertuig. In dit geval is door twee artsen en psychiaters in afzonderlijke rapporten geconcludeerd dat er voldoende aanwijzingen zijn om bij verzoekster de diagnose drugsmisbruik te stellen. Volgens de wet- en regelgeving is verzoekster dan niet geschikt om te rijden en moet het rijbewijs ongeldig worden verklaard. [2]
Naar voorlopig oordeel van de voorzieningenrechter heeft het CBR de rapporten van de psychiaters aan het ongeldig verklaren van verzoeksters rijbewijs ten grondslag mogen leggen. Uit dit onderzoek blijkt afdoende dat sprake is drugsmisbruik en onderrapportage. Dat betekent dat verzoekster niet geschikt is om te rijden en moet het rijbewijs ongeldig worden verklaard.