Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:1710

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
4 maart 2026
Publicatiedatum
5 maart 2026
Zaaknummer
05/289158-25 en 05/032657-26 (gev. ttz)
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 57 SrArt. 63 SrArt. 10 OpiumwetArt. 10b OpiumwetArt. 2 Opiumwet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor bezit harddrugs, nieuwe psychoactieve stoffen en een getransformeerd vuurwapen

Op 29 oktober 2025 werd verdachte staande gehouden in Elst met een sporttas vol harddrugs en nieuwe psychoactieve stoffen. Tevens werd in zijn woning een kluisje met drugs aangetroffen en een getransformeerd gaspistool met munitie. Verdachte bekende het bezit van de stoffen in de sporttas en kluis.

De rechtbank achtte bewezen dat verdachte opzettelijk ongeveer 277 gram GHB, 30 gram MDMA, 9,6 gram amfetamine, 0,6 gram cocaïne, 22 gram 2-MMC en 1,97 gram cathinone bij zich had. Ook het bezit van het gaspistool en zes kogels werd bewezen. Vrijspraak werd gegeven voor het bezit van kentekenplaten die als door misdrijf verkregen goed werden beschouwd.

De rechtbank nam de ernst van de feiten, het strafblad van verdachte en het reclasseringsadvies mee in de strafbepaling. Gezien het gevaar van het wapen en de hoeveelheid drugs werd een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 9 maanden opgelegd, met aftrek van voorarrest. De strafuitvoering vindt volledig plaats in de inrichting, tenzij verdachte in aanmerking komt voor een penitentiair programma of voorwaardelijke invrijheidstelling.

Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 9 maanden gevangenisstraf voor bezit van harddrugs, nieuwe psychoactieve stoffen en een getransformeerd vuurwapen, met vrijspraak voor schuldheling kentekenplaten.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND
Team strafrecht
Zittingsplaats Arnhem
Parketnummers: 05/289158-25 en 05/032657-26 (gev. ttz)
Datum uitspraak : 4 maart 2026
Tegenspraak
vonnis van de meervoudige kamer
in de zaak van
de officier van justitie
tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1988 in [geboorteplaats],
zonder vaste woon- of verblijfsplaats hier ten lande,
op dit moment gedetineerd in de P.I. [verblijfsplaats].
Raadsman: mr. B.C.M. Sprenger, advocaat in Utrecht.
Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op een openbare terechtzitting.

1.De inhoud van de tenlastelegging

Aan verdachte is ten laste gelegd dat:
Parketnummer 05/289158-25
1.
hij op of omstreeks 29 oktober 2025 te Elst, gemeente Overbetuwe, al dan niet opzettelijk aanwezig heeft gehad
- (ongeveer) 339,1 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende GHB, zijnde 4-hydroxyboterzuur en/of
- (ongeveer) 30,32 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA en/of
- (ongeveer) 9,63 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine, zijnde amfetamine en/of
- (ongeveer) 0,6 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne,
(telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
2.
hij op of omstreeks 29 oktober 2025 te Elst, gemeente Overbetuwe, al dan niet opzettelijk een substantie die deel uitmaakt van een stofgroep als bedoeld in de bij de
Opiumwet behorende lijst IA en/of een preparaat daarvan, te weten
- (ongeveer) 22,21 gram, althans een hoeveelheid 2-MMC en/of
- (ongeveer) 1,97 gram, althans een hoeveelheid N-Ethylpentedrone (cathinone),
aanwezig heeft gehad;
3.
hij op of omstreeks 29 oktober 2025 te Elst, gemeente Overbetuwe,
- een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een (getransformeerd) gaspistool, van het merk Blow, type TR914, kaliber 9mm knal,
zijnde een vuurwapen in de vorm van een geweer, revolver en/of pistool
- munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten 6 stuks, althans een hoeveelheid, kogelpatronen van het kaliber 9x17 mm,
voorhanden heeft gehad;
5.
hij op of omstreeks 27 oktober 2025 te Elst, gemeente Overbetuwe, een of meerdere (2) kentekenplaten, althans een goed heeft verworven en/of voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het een door misdrijf verkregen goed betrof.
Parketnummer 05/032657-26hij op of omstreeks 21 juli 2025 te Ede opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer
- 47,46 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende GHB en/of
- 5,60 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of
- 2,44 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroïne en/of
- 1,94 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine,
zijnde GHB en/of cocaïne en/of heroïne en/of amfetamine,(telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.

2.Overwegingen ten aanzien van het bewijs

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde feiten, met uitzondering van feit 5 onder parketnummer 05/289158-25.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat feit 3 onder parketnummer 05/289158-25 en het feit onder parketnummer 05/032657-26 wettig en overtuigend kunnen worden bewezen. Ten aanzien van het eerste en tweede feit heeft de raadsman zich op het standpunt gesteld dat ‘een hoeveelheid’ bewezen kan worden, maar niet de genoemde hoeveelheden in de tenlastelegging. Daartoe is aangevoerd dat niet te herleiden is waar de geteste stoffen zijn aangetroffen en verdachte geen wetenschap heeft gehad van de in de kluis aangetroffen verdovende middelen. Ten aanzien van feit 5 onder parketnummer 05/289158-25 heeft hij vrijspraak bepleit.
Beoordeling door de rechtbank
Parketnummer 05/289158-25 [1]
Feit 1 en 2
Doorzoeking sporttas
Op 29 oktober 2025 is verdachte staande gehouden aan de Prins Alexanderstraat in Elst. Verdachte had een zwarte sporttas bij zich waarin diverse stoffen zijn aangetroffen die wijzen op verdovende middelen. [2] Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat de aangetroffen stoffen in de sporttas van hem waren. Hij had ongeveer 250 ml
GHBbij zich. Deze was voor eigen gebruik. Ook de aangetroffen hoeveelheid
2-MMCwas voor eigen gebruik. [3] Verdachte heeft bij de politie verklaard dat het wit poeder in een gripzakje
cocaïnezal zijn geweest en dat de verschillende soorten en kleuren pillen, ook de bruine, XTC-pillen zijn (de rechtbank begrijpt:
MDMA). [4]
Doorzoeking woning en auto
Op 29 oktober 2025 is daarnaast de woning van [naam] aan de [adres] in Elst doorzocht. In een kluisje werden diverse stoffen aangetroffen die wijzen op verdovende middelen. [5] In deze woning verbleef verdachte. Ook werd op dezelfde dag een Volkswagen Polo, in gebruik bij [naam] en op naam gesteld van haar moeder, doorzocht. Daarin werd een plastic flesje onder de bestuurdersstoel aangetroffen.
De rechtbank overweegt over de wetenschap van de aangetroffen drugs in de auto en de kluis het volgende.
Auto
In de auto is, voor wat betreft verdovende middelen, enkel een doorzichtig flesje met stroperige doorzichtige vloeistof aangetroffen. De rechtbank is van oordeel dat op basis van het dossier niet kan worden vastgesteld dat verdachte wetenschap heeft gehad van het flesje met 62,37 gram GHB dat onder de bijrijdersstoel in de auto van [naam] werd aangetroffen (goednummer PL0600-2025524910-3565642, AATB5070NL; p. 98, 197 en 116). Verdachte zal daarom van deze hoeveelheid GHB worden vrijgesproken.
Kluis
De rechtbank is van oordeel dat op basis van het dossier wel kan worden vastgesteld dat verdachte wetenschap heeft gehad van de aangetroffen verdovende middelen in het kluisje in de woning van [naam].
In de eerste plaats heeft [naam] verklaard dat het kluisje van verdachte was. [6] Verder had verdachte de sleutel van de kluis bij zich in zijn fouillering. [7]
Verdachte heeft in zijn verhoor bij de politie daarnaast uitgebreid verklaard wat er in het kluisje zou zitten:
“Dat is drugs geloof ik. Volgens mij 3mmc. Dat is wel een dingentje wat ik ook regelmatig doe naast speed en GHB. Volgens mij een pilletje of drie a vier. (…)
V: Wat zit er in het Ikea gripzakje met kristallen?
A: Denk dat 3mmc of poes.
(…)
V: Wat zit er in de geopende wikkel met gele kristallen?
A: Ja dat is ook Poes alleen dan verkleurd. (…)
V: Wat zit er in het gripzakje met gele plakkerige substantie?
A: Dat is monkey dust maar dan een andere variant.
(…)
V: Wat zit er in het gripzakje met roze pillen?
A: XTC.
(…)
V: Wat zit er in het gripzakje met roze poeder?
A: Dat is gruis van kapotte pillen XTC.
(…)
V: Wat zit er in het gripzakje met witte kristallen en daarin nog een gripzakje met
kristallen?
A: Dat zal ook iets van de MMC reeks zijn.
(…)
V: Wat zit er in de drie gripzakjes met crèmekleurige kristallen?
A: Weet ik niet meer.
(…)
V: Wat zit er in het gripzakje met bruine kristallen?
A: Er lag een zakje met verkleurde MMC. Dat is dit denk ik.
(…)”. [8]
Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat het klopt dat het zijn kluisje was en dat [naam] het kluisje voor hem had gehaald. [9] Op grond van het vorenstaande stelt de rechtbank vast dat verdachte wetenschap had van de drugs in het kluisje. Verdachtes verklaring, voor het eerst afgelegd ter terechtzitting, dat hij niet geweten zou hebben wat er in het kluisje zat, is in het licht van de hiervoor genoemde bewijsmiddelen niet aannemelijk en schuift de rechtbank dan ook terzijde. Voor zover de verdediging heeft willen betogen dat de aangetroffen hoeveelheden in het kluisje niet bewezen kunnen worden verklaard, gaat dit verweer daarom niet op.
Onderzochte stoffen
De rechtbank is van oordeel dat de zogenaamde ‘chain of custody’ tussen de aangetroffen stoffen en de geteste stoffen op basis van het politiedossier in deze zaak lastig
maar (grotendeels) niet onmogelijkte reconstrueren is. De rechtbank overweegt hierover het volgende. De stoffen uit de sporttas, het kluisje en de auto zijn allemaal inbeslaggenomen in Elst op 29 oktober 2025. Van de 35 aangeboden stoffen voor forensisch onderzoek zijn er slechts 20 onderzocht vanwege capaciteitsoverwegingen (p. 87). Over de ingestuurde stoffen voor onderzoek is geverbaliseerd dat er van alle verschillende vermoedelijke drugssoorten ten minste één goed ingestuurd werd. Uit de hieronder opgenomen bewijsmiddelen is op te maken dat wanneer meerdere gripzakjes met dezelfde substantie in beslag zijn genomen, de inhoud van maar één of enkele van die gripzakjes is onderzocht. De geteste verdovende middelen staan genoemd in het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen (p. 89-103). De daarin genoemde goednummers staan opgenomen in de ‘Kennisgeving van inbeslagname’ (p. 189-202). De omschrijvingen van de onderzochte goederen in het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen passen bij de beschrijvingen in de processen-verbaal van bevindingen waarin staat geverbaliseerd wat er in sporttas, kluis en auto is aangetroffen.
Met uitzondering van 62,37 gram GHB die uit de auto afkomstig is (zie de hiervoor genoemde deelvrijspraak), acht de rechtbank bewezen dat verdachte de in de tenlastelegging genoemde hoeveelheden harddrugs (feit 1) en lijst IA-middelen (feit 2) opzettelijk aanwezig heeft gehad, nu deze voor het overige allemaal afkomstig zijn uit de kluis of de sporttas. Zij neemt daartoe de volgende bewijsmiddelen in aanmerking per soort drugs:
GHB (feit 1)
In de zwarte sporttas is een AH-flesje met een transparante vloeistof aangetroffen. [10] Een AH-flesje is inbeslaggenomen onder goednummer PL0600-2025524910-3565717 (met SIN-nummer AATB5090NL). [11] De inhoud van het flesje, een kleurloze stroperige transparante vloeistof met een nettogewicht van 276,93 gram [12] is onderzocht en bevat GHB. [13]
Tussenconclusie
De rechtbank acht gelet hierop bewezen dat verdachte op 29 oktober 2025 opzettelijk
276,93 gram GHBvoorhanden heeft gehad.
MDMA (feit 1)
In de zwarte sporttas zijn 2 gripzakjes met roze brokjes aangetroffen. [14]
- Een gripzakje met een paarse substantie is inbeslaggenomen onder goednummer PL0600-2025524910-3565612. [15] De inhoud van het gripzakje, paars gekleurde poeder en brokken, met een nettogewicht van
1,98 gram(SIN AATB5084NL) [16] is onderzocht en bevat MDMA. [17]
In het kluisje zijn 3 gripzakjes met daarin bruine pillen met de vorm van een gezicht aangetroffen. [18]
- Een gripzakje met bruine pillen is in beslag genomen onder goednummer PL0600-2025524910-3565628. [19] De inhoud van het gripzakje, 25 bruin gekleurde tabletten in de vorm van het hoofd van Kim Jung Un en met indruk KJU, met een nettogewicht van
12,01 gram(SIN AATB5080NL) [20] is onderzocht en bevat MDMA. [21]
- Een gripzakje met bruine pillen is in beslag genomen onder goednummer PL0600-2025524910-3565630. [22] De inhoud van het gripzakje, 17 bruin gekleurde tabletten in de vorm van het hoofd van Kim Jong Un en met indruk KJU, met een nettogewicht van
8,61 gram(SIN AATB5079NL) [23] is onderzocht en bevat MDMA. [24]
- Een gripzakje met bruine substantie is in beslag genomen onder goednummer PL0600-2025524910-3565631. [25] De inhoud van het gripzakje, 2 hele bruin gekleurde tabletten in de vorm van het hoofd van Kim Jung Un en met indruk KJU en brokjes, met een nettogewicht van
1,76 gram(SIN AATB5078NL) [26] is onderzocht en bevat MDMA. [27]
In het kluisje is een gripzakje met roze poeder aangetroffen. [28] Een roze gripzakje met een witte substantie is in beslaggenomen onder goednummer PL0600-2025524910-3565633. [29] De inhoud van het gripzakje, paars gekleurd poeder en brokjes, met een nettogewicht van
5,02 gram(SIN AATB5077NL) [30] is onderzocht en bevat MDMA. [31]
In het kluisje of de sporttas is een wit/rode gripzak met een doorzichtig substantie in beslaggenomen onder goednummer PL0600-2025524910-3565655. [32] De inhoud van de sluitzak, crème gekleurde kristalachtige poeder en brokjes, met een nettogewicht van
0,94 gram(SIN AATB5068NL) [33] is onderzocht en bevat MDMA. [34]
Tussenconclusie
De rechtbank acht gelet hierop bewezen dat verdachte op 29 oktober 2025 opzettelijk
30,32 gram MDMAvoorhanden heeft gehad (1,98, 12,01, 8,61, 1,76, 5,02 en 0,94 gram).
Amfetamine (feit 1)
In het kluisje is een gripzakje met wit gele plakkerige substantie aangetroffen. [35] Een Marlboro pakje met daarin een zakje met witte substantie is in beslag genomen onder goednummer PL0600-2025524910-3565660. [36] De inhoud van het gripzakje, wit gekleurde natte kleverige substantie, met een nettogewicht van
6,42 gram(SIN AATB5069NL) [37] is onderzocht en bevat amfetamine. [38]
In het kluisje of de sporttas is een gripzakje met wit kristalpoeder in beslag genomen onder goednummer PL0600-2025524910-3565714. [39] De inhoud van het gripzakje, crème gekleurd poeder, met een nettogewicht van
3,21 gram(SIN AATB5074NL) [40] is onderzocht en bevat amfetamine. [41]
Tussenconclusie
De rechtbank acht gelet hierop bewezen dat verdachte opzettelijk
9,36 gram amfetaminevoorhanden heeft gehad (6,42 en 3,21 gram).
Cocaïne (feit 1)
In de zwarte sporttas is een gripzakje met wit poeder aangetroffen. [42] Een gripzakje met witte substantie is in beslag genomen onder goednummer PL0600-2025524910-3565635. [43] De inhoud van het gripzakje, wit gekleurd poeder en brokjes, met een nettogewicht van
0,6 gram(AATB5072NL) [44] is onderzocht en bevat cocaïne. [45]
Tussenconclusie
De rechtbank acht gelet hierop bewezen dat verdachte opzettelijk
0,6 gram cocaïneaanwezig heeft gehad.
2-MMC (feit 2)
In het kluisje is een geopende wikkel met gele kristallen aangetroffen. [46] Een envelopje met gele substantie is in beslag genomen onder goednummer PL0600-2025524910-3565640. [47] De inhoud van de open gevouwen wikkel, crème gekleurde kristalachtige poeder en brokjes, met een nettogewicht van
2,19 gram(AATB5064NL) is bemonsterd. Het monster (SIN AASY4535NL) is onderzocht en bevat indicatief 2-MMC. [48]
In het kluisje is een gripzakje met daarin witte kristallen en daarin nog een gripzakje met witte kristallen aangetroffen. [49] Een gripzakje met witte brokken is in beslag genomen onder goednummer PL0600-2025524910-3565711. [50] De inhoud van het gripzakje, een wit gekleurde kristalachtige brok en daarbij een gripzak met daarin een wit gekleurde kristalachtige brok, met een nettogewicht van
17,17 gram(SIN AATB5065) is bemonsterd. Monstername 1 van 2 (SIN AASY4528NL) bevat indicatief 2-MMC. Monstername 2 van 2 (SIN AASY4529NL) is onderzocht en bevat indicatief 2-MMC. [51]
In het kluisje zijn 3 gripzakjes met crèmekleurige kristallen aangetroffen. [52]
- een gripzakje met een witte substantie is in beslag genomen onder goednummer PL0600-2025524910-3565638. [53] De inhoud van het gripzakje, een crème gekleurde kristalachtige brokjes, met een nettogewicht van
0,97 gram(SIN AATB5073NL) is bemonsterd. Het monster (SIN AASY4603NL) bevat indicatief 2-MMC. [54]
- Een gripzakje met wit poeder is in beslag genomen onder goednummer PL0600-2025524910-33565639. [55] De inhoud van het gripzakje, créme gekleurd poeder, met een nettogewicht van
1,88 gram(SIN AATB5075NL) is bemonsterd. Het monster (SIN AASY4533NL) bevat indicatief 2-MMC. [56]
Tussenconclusie
De rechtbank acht gelet hierop bewezen dat verdachte opzettelijk
22,21 gram 2-MMCaanwezig heeft gehad (2,19, 17,17, 0,97 en 1,88 gram).
Cathinone (feit 2)
In het kluisje is een gripzakje met crème kleurig residu aangetroffen. [57] Een gripzakje met een witte substantie is in beslag genomen onder goednummer PL0600-2025524910-3565636. [58] De inhoud van het gripzakje, crème gekleurd kristalachtig poeder, met een nettogewicht van 1,97 gram (SIN AATB5076NL) is onderzocht en bevat indicatief cathinone. [59]
Tussenconclusie
De rechtbank acht gelet hierop bewezen dat verdachte opzettelijk
1,97 gram cathinoneaanwezig heeft gehad.
Eindconclusie
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan feit 1 (met dien verstande dat een hoeveelheid GHB van 276,93 gram bewezen kan worden verklaard in plaats van de tenlastegelegde hoeveelheid van 339,1 gram) en 2.
Feit 3
Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:
  • het proces-verbaal van bevindingen, p. 18-19.
  • het proces-verbaal van bevindingen, p. 28.
  • het proces-verbaal van forensisch onderzoek, p. 21-25.
  • het proces-verbaal onderzoek wapen, p. 136-137.
  • de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 11 februari 2026.
Feit 5
Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het tenlastegelegde onder feit 5 niet wettig en overtuigend kan worden bewezen. Het dossier biedt hiertoe onvoldoende bewijs. Verdachte zal van dit feit dan ook worden vrijgesproken.
Parketnummer 05/032657-26 [60]
Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin, van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Bewijsmiddelen:
  • de kennisgevingen van inbeslagname, p. 78-81;
  • het proces-verbaal van forensisch onderzoek aan onderzoeksitems Identificerend onderzoek, p. 28-30;
  • de rapporten NFiDENT, p. 39-45;
  • de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 11 februari 2026.

3.De bewezenverklaring

Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde van parketnummer 05/289158-25 en het tenlastegelegde onder parketnummer 05/032657-26 heeft begaan, te weten dat:
parketnummer 05/289158-25
1.
hij op
of omstreeks29 oktober 2025 te Elst, gemeente Overbetuwe,
al dan nietopzettelijk aanwezig heeft gehad
-
(ongeveer) 339,1276,93 gram
, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattendeGHB, zijnde 4-hydroxyboterzuur en
/of-
(ongeveer)30,32 gram
, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattendeMDMA, zijnde MDMA en
/of-
(ongeveer)9,63 gram
, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattendeamfetamine, zijnde amfetamine en
/of-
(ongeveer)0,6 gram
, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattendecocaïne, zijnde cocaïne,
(telkens
)een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet;
2.
hij op
of omstreeks29 oktober 2025 te Elst, gemeente Overbetuwe,
al dan nietopzettelijk een substantie die deel uitmaakt van een stofgroep als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst IA en/of een preparaat daarvan, te weten
-
(ongeveer)22,21 gram
, althans een hoeveelheid2-MMC en
/of-
(ongeveer)1,97 gram
, althans een hoeveelheidN-Ethylpentedrone (cathinone),
aanwezig heeft gehad;
3.
hij op
of omstreeks29 oktober 2025 te Elst, gemeente Overbetuwe,
- een wapen van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een (getransformeerd) gaspistool, van het merk Blow, type TR914, kaliber 9mm knal, zijnde een vuurwapen in de vorm van een
geweer, revolver en/ofpistool
en
- munitie van categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten 6 stuks,
althans een hoeveelheid,kogelpatronen van het kaliber 9x17 mm,
voorhanden heeft gehad;
Parketnummer 05/032657-26hij op of omstreeks 21 juli 2025 te Ede opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer
- 47,46 gram
, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattendeGHB en
/of- 5,60 gram
, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattendecocaïne en
/of- 2,44 gram
, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattendeheroïne en
/of- 1,94 gram
, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattendeamfetamine,
zijnde GHB en/of cocaïne en/of heroïne en/of amfetamine,
(telkens
)een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.
Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen.
Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.

4.De kwalificatie van het bewezenverklaarde

Het bewezenverklaarde levert op:
parketnummer 05/289158-25, feit 1 en parketnummer 05/032657-26, telkens:
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder Pro C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;
parketnummer 05/289158-25, feit 2:
opzettelijk handelen in strijd met het onder artikel 2a, eerste lid, onder C van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd;
parketnummer 05/289158-25, feit 3:
handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd.

5.De strafbaarheid van de feiten

De feiten zijn strafbaar.

6.De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk is geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.

7.De overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel

Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot
een gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft bepleit dat een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden passend is gelet op de geïndiceerde straffen voor dergelijke feiten. In dat kader heeft de raadsman onder meer aangegeven dat er sprake is van een onbruikbaar gaspistool. De raadsman heeft verder aangevoerd, dat mocht de rechtbank een voorwaardelijke straf overwegen, hij zich refereert ten aanzien van de hoogte, maar verzoekt om geen bijzondere voorwaarden op te leggen. De raadsman heeft daartoe aangevoerd dat het beter gaat met verdachte dan op het moment dat hij gedetineerd raakte, dat hij zelfstandig contact heeft opgenomen met een begeleider voor mensen met een verslavingsprobleem en dat hij bezig is met een leven buiten de gevangenis.
De beoordeling door de rechtbank
De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf rekening gehouden met de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard en de omstandigheden waaronder dit is begaan. De rechtbank heeft verder rekening gehouden met de persoon en de omstandigheden van verdachte.
Ernst van de feiten
Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een getransformeerd gaspistool en munitie. Het getransformeerde gaspistool en de munitie had verdachte bij zich in de openbare ruimte. Er is daarmee sprake geweest van ongecontroleerd bezit van een wapen en munitie. Dit brengt een onaanvaardbaar risico voor de veiligheid van personen met zich en leidt tot gevoelens van onveiligheid in de samenleving, waarin fors geweld met wapens zeker de laatste tijd regelmatig in de mediaberichtgeving komt.
Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het bezit van zo’n 375 gram aan verschillende soorten harddrugs. Ook heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan het bezit van zo’n 24 gram substanties van lijst IA van de Opiumwet (Nieuwe Psychoactieve Stoffen). Het is een feit van algemene bekendheid dat (hard)drugs een bedreiging vormen voor de volksgezondheid. Het gaat om verslavende en bewustzijnsbeïnvloedende middelen die direct en indirect zorgen voor vele vormen van overlast en die daarnaast een crimineel circuit in stand houden. De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij aan deze drugscriminaliteit een bijdrage heeft geleverd. Voor dergelijke feiten dient een onvoorwaardelijke gevangenisstraf het uitgangspunt te zijn.
Strafblad
Uit het strafblad van 2 februari 2026 betreffende verdachte volgt dat hij in de vijf jaren voorafgaand aan de bewezenverklaarde feiten eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke feiten. Ook volgt daaruit dat verdachte na het plegen van het onder parketnummer 05/032657-26 bewezenverklaarde onherroepelijk is veroordeeld. Artikel 63 van Pro het Wetboek van Strafrecht is daarom van toepassing. Verder houdt de rechtbank in strafverzwarende zin rekening met het feit dat de eerdere veroordelingen verdachte er niet van hebben weerhouden om opnieuw (soortgelijke) strafbare feiten te plegen.
Reclasseringsadvies
Uit het reclasseringsadvies van 15 januari 2026 volgt dat bij verdachte ten tijde van het ten laste gelegde sprake was van instabiliteit op nagenoeg alle leefgebieden. Verdachte kent een langdurige geschiedenis van middelenafhankelijkheid en slaagt er niet in om abstinentie duurzaam te behouden. Tevens is sprake van een pro-criminele houding. De risico’s op recidive en onttrekking aan voorwaarden worden hoog ingeschat. Het risico op letsel wordt ingeschat als gemiddeld-hoog. De reclassering adviseert een straf zonder bijzondere voorwaarden. Zij zien geen mogelijkheden om met interventies of toezicht de risico's te beperken of het gedrag te veranderen, gelet op een gebrek aan intrinsieke motivatie en het moeizame verloop van eerdere reclasseringstoezichten.
Oriëntatiepunten LOVS
Voor de bepaling van de straf heeft de rechtbank gekeken naar de oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht (LOVS). Voor het aanwezig hebben van harddrugs tussen 200 en 500 gram wordt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 2 maanden als uitgangspunt genomen.
Voor het voorhanden hebben van een gaspistool (categorie III, onder 1 van de Wet Wapens en Munitie (hierna: WWM) wordt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van één maand als uitgangspunt genomen. Voor het voorhanden hebben – in de openbare ruimte – van een pistool (categorie III, onder 1 WWM) wordt een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden als uitgangspunt genomen. Voornoemde oriëntatiepunten zien op het verschil tussen een wapen (gaspistool) en een vuurwapen (pistool). De rechtbank heeft voor de bepaling van de straf aansluiting gezocht bij het oriëntatiepunt voor een vuurwapen (pistool). Zij overweegt hiertoe het volgende.
Artikel 1 van Pro de Wet Wapens en Munitie bepaalt dat een vuurwapen een voorwerp is dat is
bestemdof
geschiktom projectielen of stoffen door een loop af te schieten, waarvan de werking berust op het teweegbrengen van een scheikundige ontploffing of een andere scheikundige reactie. Met de woorden ‘bestemd of geschikt’ heeft de wetgever duidelijkheid geschapen over de toepasselijkheid op vuurwapens die oorspronkelijk wel bestemd waren, maar op een gegeven moment, bijvoorbeeld door ouderdom of een defect, niet meer geschikt zijn om projectielen of stoffen af te schieten. Ook die voorwerpen worden aangemerkt als vuurwapen.
De Hoge Raad heeft in het arrest van 20 juni 2023 hieromtrent overwogen dat het er om gaat
“of een voorwerp bestemd of geschikt is om projectielen of stoffen door een loop af te schieten. De enkele omstandigheid dat het voorwerp in gedemonteerde staat wordt aangetroffen of dat het voorwerp door het ontbreken van een onderdeel of onderdelen niet gereed is voor direct gebruik, brengt niet met zich dat die bestemming of geschiktheid van dat voorwerp als vuurwapen ontbreekt.”(HR 20 juni 2023, ECLI:NL:HR:2023:936, r.o. 2.4).
Uit het proces-verbaal onderzoek wapen (p. 136-137) volgt dat inbeslaggenomen voorwerp van oorsprong een gaspistool is, echter betreft het een gaspistool dat getransformeerd is naar een projectiel verschietend pistool. Uit voornoemd proces-verbaal volgt ook dat het getransformeerd gaspistool op het moment van aantreffen niet geschikt was om projectielen af te voeren.
De rechtbank overweegt dat het pistool is getransformeerd naar een projectiel verschietend pistool, maar niet goed functioneerde. Dat kan als een defect worden aangemerkt. Uit het dossier en hetgeen ter terechtzitting naar voren is gekomen, volgt dat verdachte de opdracht had om het wapen te laten verbouwen. De kogels die bij verdachte zijn aangetroffen, had hij meegekregen met de bedoeling het wapen geschikt te maken om die kogels te kunnen verschieten. Dat het wapen, op het moment van inbeslagneming onder verdachte niet geschikt was om projectielen te verschieten, neemt niet weg dat het wapen – ook in de huidige toestand –
bestemdis voor het afschieten van projectielen. Die bestemming stelt de rechtbank vast aan de hand van het feit dat het wapen is omgebouwd tot een projectiel verschietend pistool en volgt ook uit de eigen verklaring van verdachte. Gelet op de bestemming van het wapen, merkt de rechtbank het voorwerp aan als een projectiel verschietend pistool en dus als een vuurwapen. De rechtbank neemt daarom, zoals reeds benoemd, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 8 maanden als uitgangspunt.
De op te leggen straf
Alles afwegende zal de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van negen maanden opleggen met aftrek van de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.
Tenuitvoerlegging
Tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat verdachte in aanmerking komt voor deelname aan een penitentiair programma, als bedoeld in artikel 4 Penitentiaire Pro beginselenwet, dan wel de regeling van voorwaardelijke invrijheidstelling, als bedoeld in artikel 6:2:10 Wetboek Pro van Strafvordering, aan de orde is.

8.De toegepaste wettelijke bepalingen

De oplegging van de straf en/of maatregel is gegrond op de artikelen:
  • 57 en 63 van het Wetboek van Strafrecht;
  • 10, 10b, 2 en 2a van de Opiumwet;
  • 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

9.De beslissing

De rechtbank:
 spreekt verdachte vrij van het onder feit 5 van parketnummer 05/289158 ten laste gelegde;
 verklaart bewezen dat verdachte de overige ten laste gelegde feiten, zoals vermeld onder ‘De bewezenverklaring’, heeft begaan;
 verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;
 verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder ‘De kwalificatie van het bewezenverklaarde’;
 verklaart verdachte hiervoor strafbaar;
 veroordeelt verdachte tot een
gevangenisstrafvoor de duur van
9 maanden;
 beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.
Dit vonnis is gewezen door mr. S. Jansen (voorzitter), mr. M. Rietveld en mr. T.M.A. Arts, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.M.P. van der Meulen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 4 maart 2026.

Voetnoten

1.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 1] van de politie Eenheid Oost-Nederland, Basisteam Recherche Elst/Wageningen, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2025524654, gesloten op 2 januari 2026 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.
2.Proces-verbaal van bevindingen, p. 18, 19; proces-verbaal forensisch onderzoek, p. 21-23.
3.Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 11 februari 2026.
4.Proces-verbaal van verhoor van de verdacht d.d. 30 oktober 2025, 172.
5.Proces-verbaal van bevindingen, p. 30-31.
6.Proces-verbaal van bevindingen, p. 30.
7.Proces-verbaal van bevindingen, p. 28; Proces-verbaal van bevindingen, p. 30.
8.Proces-verbaal van verhoor van de verdachte d.d. 30 oktober 2025, 173-175.
9.Verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 11 februari 2026.
10.Proces-verbaal van bevindingen, p. 22.
11.Kennisgeving van inbeslagname, p. 202.
12.Proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, p. 94.
13.NFiDENT-rapport, p. 115.
14.Proces-verbaal van bevindingen, p. 23.
15.Kennisgeving van inbeslagname, p. 191.
16.Proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, p. 94-95.
17.NFiDENT-rapport, p. 110.
18.Proces-verbaal van bevindingen, p. 31.
19.Kennisgeving van inbeslagname, p. 194.
20.Proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, p. 100-101.
21.NFiDENT-rapport, p. 112.
22.Kennisgeving van inbeslagname, p. 194.
23.Proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, p. 98-99.
24.NFiDENT-rapport, p. 114.
25.Kennisgeving van inbeslagname, p. 194.
26.Proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, p. 97.
27.NFiDENT-rapport, p. 105.
28.Proces-verbaal van bevindingen, p. 31.
29.Kennisgeving van inbeslagname, p. 195.
30.Proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, p. 102.
31.NFiDENT-rapport, p. 109.
32.Kennisgeving van inbeslagname, p. 199.
33.Proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, p. 96.
34.NFiDENT-rapport, p. 107.
35.Proces-verbaal van bevindingen, p. 30.
36.Kennisgeving van inbeslagname, p. 199.
37.Proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, p. 92-93.
38.NFiDENT-rapport, p. 111.
39.Kennisgeving van inbeslagname, p. 201.
40.Proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, p. 97.
41.NFiDENT-rapport, p. 108.
42.Proces-verbaal van bevindingen, p. 22.
43.Kennisgeving van inbeslagname, p. 195.
44.Proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, p. 100.
45.NFiDENT-rapport, p. 106.
46.Proces-verbaal van bevindingen, p. 30.
47.Kennisgeving van inbeslagname, p. 196-197.
48.Proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, p. 95.
49.Proces-verbaal van bevindingen, p. 31.
50.Kennisgeving van inbeslagname, p. 200.
51.Proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, p. 93-94.
52.Proces-verbaal van bevindingen, p. 31.
53.Kennisgeving van inbeslagname, p. 196.
54.Proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, p. 101.
55.Kennisgeving van inbeslagname, p. 196.
56.Proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, p. 102.
57.Proces-verbaal van bevindingen, p. 31.
58.Kennisgeving van inbeslagname, p. 195.
59.Proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, p. 99.
60.Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 2] van de politie Eenheid Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2025350180, gesloten op 23 juli 2025 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.