ECLI:NL:RBGEL:2026:1678

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
4 maart 2026
Publicatiedatum
5 maart 2026
Zaaknummer
454389
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:33 BWArt. 3:35 BWArt. 3:196 BWArt. 3:199 BWArt. 6:228 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing vordering tot verdeling woning na overeenkomst toedeling en betaling voorschot

Partijen, ex-samenlevers met een samenlevingsovereenkomst, hebben gezamenlijk een woning gekocht en zijn ieder voor de helft eigenaar. Na beëindiging van de relatie heeft de man de woning in gebruik genomen en de lasten voldaan, waarbij hij €80.000 aan de vrouw heeft betaald als voorschot op verrekening.

De vrouw vordert onder meer dat de man meewerkt aan taxatie en verkoop van de woning aan een derde, terwijl de man stelt dat partijen reeds een overeenkomst tot verdeling hebben gesloten waarbij de woning aan hem wordt toegedeeld tegen betaling van €80.000 aan de vrouw.

De rechtbank oordeelt dat uit de e-mailcorrespondentie blijkt dat de vrouw akkoord is gegaan met het voorstel van de man over de financiële afwikkeling en toedeling van de woning. De stelling van dwaling faalt omdat artikel 3:196 BW Pro als lex specialis geldt en onvoldoende concreet is gesteld dat aan de voorwaarden daarvan is voldaan.

De vorderingen van de vrouw tot verkoop aan een derde worden afgewezen. De rechtbank verklaart voor recht dat partijen een overeenkomst tot verdeling hebben gesloten, veroordeelt de vrouw tot medewerking aan levering van haar aandeel aan de man en veroordeelt de man tot betaling van €3.550 aan de vrouw ter verrekening van de inboedel. Proceskosten worden gecompenseerd.

Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot verkoop van de woning af en verklaart dat partijen een geldige overeenkomst tot verdeling hebben gesloten waarbij de woning aan de man wordt toegedeeld tegen betaling van €80.000 aan de vrouw.

Uitspraak

RECHTBANK Gelderland

Civiel recht
Zittingsplaats Zutphen
Zaaknummer: C/05/454389 / HZ ZA 25-190
Vonnis van 4 maart 2026
in de zaak van
[naam eiser in conventie / verweerder in reconventie],
te [woonplaats] ,
eiseres in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: [eiser in conventie] ,
advocaat: mr. N. van de Gevel,
tegen
[naam gedaagde in conventie / eiser in reconventie],
te [woonplaats] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [gedaagde in conventie] ,
advocaat: mr. K. Beumer.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 5 november 2026,
- het bericht van 12 januari 2026 van [gedaagde in conventie] met producties 3, 4, 9A t/m Q en productie 18,
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 22 januari 2026.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
Partijen hebben in de periode van oktober 2016 tot juli 2024 affectief samengeleefd. Zij hebben samen één minderjarig kind.
2.2.
Op 7 oktober 2019 hebben partijen een samenlevingsovereenkomst gesloten (productie 1 van [eiser in conventie] , hierna: de samenlevingsovereenkomst). In deze samenlevingsovereenkomst staat -voor zover van belang-:

(…)
GEMEENSCHAPPELIJKE INBOEDEL
Artikel 5
De inboedel (…) zal partijen ieder voor de onverdeelde helft toebehoren.
(…)
GEMEENSCHAPPELIJK BEWOONDE WONING
Artikel 6(…)
4. Indien door partijen een door hen gezamenlijk te bewonen woning (...) wordt verkregen, zal de partij die uit eigen middelen meer dan haar aandeel van de koopsom en de kosten heeft betaald voor het meerdere een vordering hebben op de andere partij. Deze vordering is opeisbaar bij vervreemding van de woning en bij beëindiging van deze overeenkomst. De vordering zal geen rente dragen.
(…)
Artikel 9
1. Indien de overeenkomst eindigt tengevolge van opzegging (…) zijn zij verplicht er aan mee te werken:
a. (…)
b. (…)
2. Het overige gemeenschappelijke vermogen zal zo spoedig mogelijk door partijen bij helfte worden verdeeld.
De waardering van de goederen, waaronder de woning, geschiedt door taxatie, waarbij de kosten van de taxatie door beide partijen worden gedragen. (…)
2.3.
Partijen zijn ieder voor de onverdeelde helft eigenaar van de woning gelegen aan [adres] [woonplaats] (hierna: de woning). De woning is op 7 mei 2024 door partijen in eigendom verkregen.
2.4.
Na beëindiging van de relatie heeft [eiser in conventie] de woning verlaten en heeft [gedaagde in conventie] het gebruik van de woning voortgezet en de volledige lasten met betrekking tot de woning voldaan. [gedaagde in conventie] heeft een bedrag van in totaal € 80.000,00 via zijn bankrekening overgemaakt naar de bankrekening van [eiser in conventie] . Dit bedrag is in twee termijnen overgemaakt, namelijk op 7 en 27 augustus 2024.
2.5.
Op 7 januari 2025 heeft de advocaat van [gedaagde in conventie] een e-mailbericht aan [eiser in conventie] verzonden. Hierin staat -voor zover van belang- (productie 11 van [gedaagde in conventie] ):

(…)
Ten aanzien van de vermogensrechtelijke afwikkeling heb ik vernomen dat u een gezamenlijke woning hebt, (…). Deze woning is nog niet zo lang geleden aangekocht voor € 990.000,--, exclusief kosten koper en overdrachtsbelasting. De aankoop is gefinancierd middels het aangaan van een geldlening bij de heer [betrokkene] ter hoogte van € 600.000,--, en een geldlening bij de ouders van cliënt ter hoogte van € 190.000,--. Verder is € 200.000,-- eigen geld ingelegd (overwaarde vorige woning) en heeft cliënt voor ongeveer € 200.000,-- verbouwd, eveneens uit eigen vermogen.
Cliënt vertelde mij dat bij de aankoop van uw eerste woning u eigen vermogen hebt ingelegd van een bedrag zo rond de € 50.000,--.
Navraag bij een makelaar leerde cliënt dat de huidige woning thans een waarde zou vertegenwoordigen tussen € 1.075.000,-- en € 1.125.000,-- (k.k.). Rekening houdend met de leningen en de investeringen die zijn gedaan door cliënt privé, is er geen overwaarde.
Immers, uitgaande van de aanschafprijs van de woning ad € 1.012.000,--, vermeerderd met de verbouwingskosten van ongeveer € 200.000,--, beloopt de kostprijs € 1.212.000,--. Uitgaande van de schatting van de makelaar zou de woning op dit moment een waarde vertegenwoordigen van € 1.100.000, hetgeen betekent dat er een verlies zou zijn van € 112.000,--
Evenwel is er in de woning ook de overwaarde van uw vorige woning geïnvesteerd. Deze beloopt ongeveer 220.000,--. Deze overwaarde kwam u voor de helft toe en is, zoals eerder al aangegeven geïnvesteerd in de huidige woning. Rekening houdend met de verliespost van € 112.000, welke u tevens voor de helft kan worden toegerekend, zou u in de visie van cliënt, recht hebben op € 54.000,-- (€ 220.000,-- -/- € 112.000 / 2).
Cliënt heeft reeds € 80.000,-- aan u voldaan als voorschot op de verrekening ter zake de toedeling van de woning aan cliënt. Immers cliënt zal de woning blijven bewonen en van u in eigendom overnemen, met dien verstande dat cliënt ook de schulden zal voldoen als ware zijn eigen schuld.
Ondanks het feit dat de overwaarde beperkt is en het de vraag is in hoeverre er aanspraken bestaan op dat bedrag, in aanmerking nemende het vorenstaande, meent cliënt dat het redelijk is om u in totaal € 80.000,-- te vergoeden, welk bedrag reeds geheel aan u voldaan is.
(…)
2.6.
[eiser in conventie] heeft per e-mailbericht van 9 januari 2025 aan de advocaat van [gedaagde in conventie] onder meer geschreven (productie 12 van [gedaagde in conventie] ):

(…)
Betreft de vermogensrechtelijke afwikkeling ga ik akkoord met de reeds betaalde €. 80.000,- Ik zou dan graag op korte termijn een afspraak willen maken bij de Notaris om het huis op [gedaagde in conventie] zijn naam te laten zetten. (…)
2.7.
De advocaat van [gedaagde in conventie] heeft per e-mailbericht van 24 januari 2025 een concept overeenkomst aan [eiser in conventie] toegezonden waarin een financiële afwikkeling tussen partijen staat opgenomen. Zij heeft [eiser in conventie] verzocht om het concept te ondertekenen en terug te sturen. Nadat een reactie van [eiser in conventie] op dit bericht uitbleef, heeft de advocaat van [gedaagde in conventie] haar verzoek per e-mailbericht van 5 februari 2025 herhaald. [eiser in conventie] heeft de concept overeenkomst tot op heden niet getekend.

3.Het geschil

In conventie
3.1.
[eiser in conventie] vordert - samengevat en na wijziging van eis - dat de rechtbank bij vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
Ten aanzien van de woning
A. [gedaagde in conventie] beveelt om binnen twee weken mee te werken aan het geven van een bindende taxatieopdracht van de woning door makelaarskantoor [makelaar] te [vestigingsplaats] , ten behoeve van verkoop aan een derde, waarbij de kosten van deze taxatie tussen partijen bij helfte zullen worden gedeeld;
[gedaagde in conventie] beveelt om binnen twee weken mee te werken aan het ondertekenen van de verkoop-/bemiddelingsopdracht aan makelaarskantoor [makelaar] te [vestigingsplaats] , ten behoeve van verkoop van de woning aan een derde, waarbij de verkoopkosten tussen partijen bij helfte worden gedeeld;
[gedaagde in conventie] beveelt om alle medewerking te verlenen aan de verkoop van de woning, in die zin dat hij de verkoop niet zal tegenwerken en waarbij het advies van de genoemde makelaar ten aanzien van de vraagprijs bindend zal zijn, tevens inhoudende dat [gedaagde in conventie] zal meewerken aan:
a. het toelaten van de makelaar in de woning;
b. het afgeven van een sleutel van de woning aan de makelaar;
c. het verkoop klaar maken van de woning, waaronder het opruimen en zo nodig ontruimen van de woning;
d. het toelaten van bezichtigingen waarbij de woning tot genoegen van de makelaar is opgeruimd en [gedaagde in conventie] zelf niet aanwezig is;
e. het opvolgen van de aanwijzingen van de makelaar in verband met de (bespoediging van de) verkoop;
en daarbij:
f. beschikbaar zal zijn voor overleg met de makelaar;
g. aan de woning geen waarde verminderende factoren en/of schade zal toebrengen;
h. de woning, uiterlijk twee dagen voor de dag waarop de woning aan de kopende partij moet worden geleverd, te ontruimen en te verlaten en de sleutels ter vrije beschikking van de kopende partij te stellen.
bepaalt dat partijen bij verschil van opvatting over de te hanteren vraagprijs (en de eventuele verlaging daarvan) voor de woning, de noodzaak van aanpassingen daarvan om deze geschikt te maken voor bezichtiging alsmede onenigheid over de vraag of een op de woning gedaan bod al dan niet geaccepteerd zal worden, jegens elkaar gehouden zijn om te handelen in overeenstemming met het ter zake door de genoemde makelaar te geven bindende advies daaromtrent;
een dwangsom verbindt aan de veroordelingen onder C, onder a t/m h, en D, van € 500,- per dag of gedeelte van de dag dat de man na betekening van het vonnis in gebreke blijft daaraan geheel of gedeeltelijk te voldoen met een maximum van € 20.000,-;
[gedaagde in conventie] beveelt om mee te werken aan de totstandkoming van een opdracht tot taxatie, een verkoopovereenkomst en aan de notariële overdracht van de woning;
bepaalt dat indien [gedaagde in conventie] zijn medewerking aan de veroordelingen A – F niet verleent, het vonnis in de plaats treedt van de wilsverklaring van [gedaagde in conventie] ten aanzien van het ondertekenen van de opdracht tot taxatie, de bemiddelings-/verkoopopdracht van de woning aan de hiervoor genoemde makelaar, de koopovereenkomst, voor zover in overeenstemming met het advies van de makelaar en/of de daarop aansluitende leveringsakte bij de notaris, telkens wanneer dit aan de orde is;
bepaalt dat voor zover [gedaagde in conventie] kosten maakt voor het inschakelen van derden bij de ontruiming of het schoonmaken van de woning, deze kosten voor zijn rekening blijven, zonder verrekening met [eiser in conventie] ;
H.A. bepaalt dat de woning dient te worden verkocht aan een derde, dan wel zal worden overgenomen door [gedaagde in conventie] , en dat [eiser in conventie] recht heeft op de helft van de overwaarde zijnde de (verkoop)opbrengst/taxatiewaarde minus de onder randnummer 15 onder A van de conclusie van antwoord in reconventie genoemde openstaande geldlening en minus de (verkoop)kosten, een en ander onder de voorwaarde dat de betreffende geldverstrekker(s) [eiser in conventie] zal/zullen ontstaan uit de hoofdelijke aansprakelijkheid;
Ten aanzien van de inboedel
I. [gedaagde in conventie] veroordeelt om aan [eiser in conventie] te voldoen € 4.050,- ter verrekening van de waarde van de inboedel;
Proceskosten
[gedaagde in conventie] veroordeelt in de proceskosten;
Voorwaardelijk in conventie bepaalt dat, in het geval het primaire standpunt van [gedaagde in conventie] in reconventie zou worden gevolgd,
de overeenkomst op grond van artikel 6:228 van Pro het Burgerlijk Wetboek (hierna: BW) zal worden vernietigd wegens een onjuiste voorstelling van zaken.
3.2.
[gedaagde in conventie] voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eiser in conventie] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eiser in conventie] .
in reconventie
3.3.
[gedaagde in conventie] vordert -samengevat- dat de rechtbank bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad,
Primair
I. voor recht verklaart dat [gedaagde in conventie] en [eiser in conventie] een verbintenisrechtelijke verdeling met elkaar zijn overeengekomen uit hoofde waarvan de tussen hen bestaande eenvoudige gemeenschap met betrekking tot de woning, is verdeeld door voldoening van het bedrag van € 80.000,- aan [eiser in conventie] ;
II. [eiser in conventie] veroordeelt haar medewerking te verlenen aan de goederenrechtelijke levering van haar eigendomsaandeel in de gezamenlijke woning van partijen, binnen één week na een daartoe strekkend verzoek, bij gebreke waarvan dit vonnis de toestemming en/of wilsverklaring en/of handtekening van [eiser in conventie] zal vervangen;
Subsidiair
III. de verdeling vaststelt, met dien verstande dat de woning aan [gedaagde in conventie] wordt toegedeeld tegen de waarde die volgt uit het door makelaarskantoor Taxatie- & Adviesbureau [bedrijf] op te stellen bindende taxatierapport, onder ontslag van de hoofdelijke aansprakelijkheid zijdens [eiser in conventie] en de verplichting om aan haar de helft van de overwaarde te voldoen minus het betaalde voorschot van € 80.000,- en de gedane investeringen als genoemd in randnummer 9 van de conclusie van antwoord in conventie tevens houdende eis in reconventie.
3.4.
[eiser in conventie] voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eiser in conventie] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eiser in conventie] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiser in conventie] in de kosten van deze procedure te vermeerderen met de wettelijke rente over deze kosten vanaf 2 dagen na betekening van het te wijzen vonnis tot de dag van volledige betaling.
in conventie en in reconventie
3.5.
Gelet op de onderlinge samenhang tussen de vorderingen in conventie en in reconventie, zullen deze hierna gezamenlijk worden beoordeeld.

4.De beoordeling

De woning
4.1.
Partijen twisten in de eerste plaats over de vraag of er tussen hen een rechtsgeldige overeenkomst tot stand is gekomen ten aanzien van de verdeling van de gemeenschappelijke woning. Volgens [gedaagde in conventie] is dit het geval en zijn partijen overeengekomen dat de woning aan hem zal worden toegedeeld tegen betaling aan [eiser in conventie] van een bedrag van € 80.000,00 welk bedrag hij bij wijze van voorschot al aan [eiser in conventie] heeft betaald. Ter onderbouwing van zijn standpunt beroept [gedaagde in conventie] zich op de e-mailcorrespondentie tussen zijn advocaat en [eiser in conventie] zoals weergegeven in r.o. 2.5 en 2.6.
4.2.
[eiser in conventie] betwist dat partijen reeds tot overeenstemming zijn gekomen ten aanzien van de verdeling van de woning. Zij verklaart met haar reactie op het bericht van de advocaat van [gedaagde in conventie] te hebben bedoeld dat zij wilde dat de afwikkeling van de samenleving en de overdracht van de woning snel werd geregeld en zag de ontvangst van het bedrag van € 80.000,00 als een voorschot dat alvast voor haar zou zijn bestemd. Er was volgens haar geen sprake van definitieve overeenstemming.
4.3.
Voor de beantwoording van de vraag of [gedaagde in conventie] er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat hij een overeenkomst trof met [eiser in conventie] tot verdeling van de woning, geldt als maatstaf de zogenoemde wilsvertrouwensleer van artikel 3:33 jo Pro 3:35 BW. Aan de hand van wat partijen jegens elkaar hebben verklaard en over en weer uit elkaars verklaringen en gedragingen hebben afgeleid en mochten afleiden, moet worden vastgesteld of [gedaagde in conventie] erop mocht vertrouwen dat [eiser in conventie] instemde met het voorstel van zijn advocaat.
4.4.
In het e-mailbericht van 7 januari 2025 heeft de advocaat van [gedaagde in conventie] concreet uiteengezet hoe volgens [gedaagde in conventie] de vermogensrechtelijke afwikkeling van de woning eruit zou moeten zien. Hierbij is voorgerekend voor welk bedrag de woning is gekocht, hoe deze is gefinancierd, welke investeringen er zijn gedaan en wat de woning nu ongeveer waard is. Vervolgens is voorgerekend wat dit betekent voor de verdeling van de overwaarde. Hierbij is aangegeven dat [eiser in conventie] al € 80.000,- als voorschot heeft ontvangen en dat [gedaagde in conventie] het redelijk acht om in totaal € 80.000,- aan [eiser in conventie] te betalen. In reactie hierop heeft [eiser in conventie] onomwonden verklaard dat zij ten aanzien van deze ‘vermogensrechtelijke afwikkeling’ akkoord is met ‘de reeds betaalde € 80.000,- ’. Vervolgens heeft zij aangegeven graag snel naar de notaris te willen om de woning op naam van [gedaagde in conventie] te laten zetten.
4.5.
Deze verklaring is niet anders te begrijpen dan als een aanvaarding door [eiser in conventie] van het in het e-mailbericht van 7 januari 2025 vervatte voorstel van [gedaagde in conventie] met betrekking tot de financiële afwikkeling van de woning: toedelen aan [gedaagde in conventie] tegen betaling aan [eiser in conventie] van een bedrag van € 80.000,-. Anders dan [eiser in conventie] betoogt, wijst het feit dat de advocaat van [gedaagde in conventie] haar vervolgens een concept overeenkomst heeft toegezonden er niet op dat partijen daarvoor nog niet tot definitieve overeenstemming waren gekomen. Dat het gebruikelijk of wenselijk zou zijn om bij de afwikkeling van een samenlevingsovereenkomst eerst op alle vlakken overeenstemming te bereiken, staat -wat hier ook van zij- er niet aan in de weg dat partijen een afspraak konden maken over de verdeling van de gemeenschappelijke woning zonder de verdeling van andere gemeenschappelijke goederen daarbij te betrekken.
4.6.
Subsidiair stelt [eiser in conventie] dat de tussen partijen gesloten overeenkomst ten aanzien van de woning vernietigbaar is op grond van dwaling als bedoeld in artikel 6:228 BW Pro. [gedaagde in conventie] heeft er ter zitting terecht op gewezen dat voornoemd wetsartikel niet van toepassing is gelet op het bepaalde in artikel 3:199 BW Pro en dat artikel 3:196 BW Pro het juiste toetsingskader vormt. Dat aan dit kader is voldaan, is door [eiser in conventie] niet gesteld. Daarnaast is dit de rechtbank ook niet gebleken. Dat [eiser in conventie] is uitgegaan van een verkeerde veronderstelling ten aanzien van de waarde van de woning, de omvang van de leningen of de omvang van de gedane investeringen is – voor zover dit (gelet op Hoge Raad 10 juli 2025, ECLI:NL:HR:2015:1871) al kan leiden tot dwaling omtrent de waarde van een of meer der te verdelen goederen en schulden – niet concreet gemaakt. Ten aanzien van de waarde van de woning is niet gesteld dat deze in januari 2025 anders was dan de bandbreedte die de advocaat van [gedaagde in conventie] in haar e-mailbericht van 7 januari 2025 aan [eiser in conventie] heeft voorgehouden. Hetzelfde geldt voor (de omvang van) de aangegane lening(en) voor de financiering van de woning. Ten aanzien van de gedane investeringen is niet weersproken dat de door [gedaagde in conventie] gestelde verbouwingen allemaal zijn uitgevoerd. Het lijkt tussen partijen ook niet in geschil te zijn dat die verbouwingen inderdaad allemaal zijn uitgevoerd. Dat hiermee ongeveer het door de advocaat van [gedaagde in conventie] in haar brief genoemde bedrag is gemoeid, is evenmin betwist. Dat ten aanzien van een enkele verbouwingswerkzaamheid de gestelde contante betaling bij gebrek aan wetenschap is betwist, maakt dit niet anders, gelet op het feit dat de uitvoering van de werkzaamheden an sich niet ter discussie staat en er geen aanleiding bestaat (en het ook niet is aangevoerd) dat de opgevoerde kosten niet tot deze werkzaamheden in verhouding zijn. Tot slot is ook niet betwist dat [gedaagde in conventie] heeft zorggedragen voor de betaling van al die kosten, al dan niet via zijn onderneming. In het licht hiervan is het de rechtbank dus ook ten aanzien van de verbouwingskosten niet duidelijk van welke onjuiste veronderstelling [eiser in conventie] is uitgegaan.
4.7.
Tegen deze achtergrond zijn de reconventionele vorderingen genoemd in 3.3 onder I en II toewijsbaar. Dit betreft de primair gevorderde verklaring voor recht dat partijen - kort gezegd - een overeenkomst tot verdeling hebben gesloten (met de inhoud zoals hierna onder ‘de beslissing’ is opgenomen) en de veroordeling van [eiser in conventie] om mee te werken aan levering van de woning aan [gedaagde in conventie] . De vorderingen in conventie genoemd onder 3.1 onder A t/m H.A. die betrekking hebben op de verkoop van de woning aan een derde via een makelaar, zijn allemaal niet toewijsbaar.
Inboedel
4.8.
De rechtbank maakt uit de stellingen van partijen op dat zij beiden voorstaan dat de gemeenschappelijke inboedel wordt toegedeeld aan [gedaagde in conventie] . Hierbij wordt uitgegaan van de goederen genoemd door [eiser in conventie] in randnummer 10 van de dagvaarding, met uitzondering van de hardloopband en de salontafel van Puuur Interiors. [gedaagde in conventie] betwist dat de hardloopband en de salontafel in gemeenschappelijke eigendom zijn van partijen. Ten aanzien van de hardloopband heeft [gedaagde in conventie] verklaard dat deze door partijen werd geleend van een derde en inmiddels is geretourneerd en ten aanzien van de salontafel heeft [gedaagde in conventie] verklaard dat hij deze heeft gekocht en in eigendom heeft gekregen na de peildatum. Gelet op deze gemotiveerde betwisting van [gedaagde in conventie] dat deze goederen tot de te verdelen inboedel behoren, had het op de weg gelegen van [eiser in conventie] om een nadere onderbouwing te geven van haar stelling dat deze goederen tot de te verdelen inboedel behoren. Nu zij dit heeft nagelaten, wordt deze stelling gepasseerd. De hardloopband en de salontafel hoeven dus niet te worden verdeeld.
4.9.
In randnummer 10 van de dagvaarding heeft [eiser in conventie] de waarde van de goederen geschat op een bedrag van € 8.100,00. Verminderd met de door haar opgenomen waarden voor de hardloopband en de salontafel schat zij de waarde van de inboedel in op € 7.100,00. Uit randnummer 30 van de conclusie van antwoord in conventie blijkt dat [gedaagde in conventie] de waarde van de inboedel schat op een bedrag van € 7.128,54. Aangezien [gedaagde in conventie] van hogere waarden is uitgegaan, kan hieruit worden afgeleid dat hij in kan stemmen met de door [eiser in conventie] aangevoerde waarde van de inboedelgoederen. Tegen deze achtergrond zullen de inboedelgoederen worden toebedeeld aan [gedaagde in conventie] en zal [gedaagde in conventie] worden veroordeeld om aan [eiser in conventie] een bedrag [eiser in conventie] te voldoen van € 3.550,- wegens overbedeling.
Overige stellingen [eiser in conventie]
4.10.
[eiser in conventie] stelt in randnummer 3 van de dagvaarding dat naast de woning en de inboedel, ook de gezamenlijke bankrekening van partijen nog ‘geregeld’ moet worden en een gebruiksvergoeding. Omdat [eiser in conventie] in het petitum van de dagvaarding geen vorderingen heeft verbonden aan deze stellingen, zal de rechtbank hieraan voorbijgaan.
Proceskosten
4.11.
Gelet op de relatie tussen partijen zullen de proceskosten (in conventie en in reconventie) tussen hen worden gecompenseerd, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.

5.De beslissing (in conventie en in reconventie)

De rechtbank
5.1.
deelt de in 4.8 genoemde gezamenlijke inboedelgoederen toe aan [gedaagde in conventie] ,
5.2.
veroordeelt [gedaagde in conventie] om aan [eiser in conventie] te voldoen het bedrag van € 3.550,00, ter verrekening van de waarde van de inboedel,
5.3.
verklaart voor recht dat [gedaagde in conventie] en [eiser in conventie] ten aanzien van de gezamenlijke woning een overeenkomst tot verdeling zijn overeengekomen, op grond waarvan deze woning door partijen wordt toebedeeld aan [gedaagde in conventie] tegen betaling door [gedaagde in conventie] aan [eiser in conventie] van een bedrag van € 80.000,-;
5.4.
veroordeelt [eiser in conventie] (ter uitvoering van de onder 5.3 genoemde overeenkomst tot verdeling) haar medewerking te verlenen aan de goederenrechtelijke levering van haar eigendomsaandeel in de gezamenlijke woning van partijen aan [gedaagde in conventie] , binnen één week na een daartoe strekkend verzoek, bij gebreke waarvan dit vonnis de toestemming en/of wilsverklaring en/of handtekening van [eiser in conventie] zal vervangen,
5.5.
compenseert de kosten van de procedure in conventie en in reconventie tussen partijen, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt,
5.6.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
5.7.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. E. Schippers en in het openbaar uitgesproken op 4 maart 2026.
GW/ES