Uitspraak
RECHTBANK Gelderland
1.De procedure
2.De feiten
(…)
(…)
(…)
Rechtbank Gelderland
Partijen, ex-samenlevers met een samenlevingsovereenkomst, hebben gezamenlijk een woning gekocht en zijn ieder voor de helft eigenaar. Na beëindiging van de relatie heeft de man de woning in gebruik genomen en de lasten voldaan, waarbij hij €80.000 aan de vrouw heeft betaald als voorschot op verrekening.
De vrouw vordert onder meer dat de man meewerkt aan taxatie en verkoop van de woning aan een derde, terwijl de man stelt dat partijen reeds een overeenkomst tot verdeling hebben gesloten waarbij de woning aan hem wordt toegedeeld tegen betaling van €80.000 aan de vrouw.
De rechtbank oordeelt dat uit de e-mailcorrespondentie blijkt dat de vrouw akkoord is gegaan met het voorstel van de man over de financiële afwikkeling en toedeling van de woning. De stelling van dwaling faalt omdat artikel 3:196 BW Pro als lex specialis geldt en onvoldoende concreet is gesteld dat aan de voorwaarden daarvan is voldaan.
De vorderingen van de vrouw tot verkoop aan een derde worden afgewezen. De rechtbank verklaart voor recht dat partijen een overeenkomst tot verdeling hebben gesloten, veroordeelt de vrouw tot medewerking aan levering van haar aandeel aan de man en veroordeelt de man tot betaling van €3.550 aan de vrouw ter verrekening van de inboedel. Proceskosten worden gecompenseerd.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot verkoop van de woning af en verklaart dat partijen een geldige overeenkomst tot verdeling hebben gesloten waarbij de woning aan de man wordt toegedeeld tegen betaling van €80.000 aan de vrouw.