Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2026:1649

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
18 februari 2026
Publicatiedatum
4 maart 2026
Zaaknummer
11037239
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:162 BWWck
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Onrechtmatige handelwijze Dexia bij effectenlease-overeenkomsten met onaanvaardbare financiële last

In deze civiele bodemzaak vordert Dexia Nederland B.V. dat de kantonrechter verklaart dat zij na betaling van een bedrag van €5.213,87 aan alle verbintenissen uit de tussen partijen gesloten effectenlease-overeenkomsten heeft voldaan. De gedaagde partij voert verweer en vordert in reconventie dat Dexia onrechtmatig heeft gehandeld en dat sprake is van een onaanvaardbaar zware financiële last bij één van de overeenkomsten.

De rechtbank stelt vast dat het gaat om effectenlease-overeenkomsten waarbij de afnemer met geleend geld belegt. Na het instorten van de aandelenmarkt ontstonden restschulden en verliezen, wat tot veel procedures leidde. De jurisprudentie van de Hoge Raad en het gerechtshof Amsterdam wordt als leidraad genomen. De rechtbank oordeelt dat Dexia haar waarschuwingsplicht heeft geschonden en daardoor onrechtmatig heeft gehandeld, wat heeft geleid tot schade bij de gedaagde.

Voor de overeenkomst met contractnummer [contractnummer 1] is vastgesteld dat sprake is van een onaanvaardbaar zware financiële last. Dexia heeft de schade berekend op €5.213,87, welke niet is betwist. De rechtbank wijst de vordering van Dexia toe voor zover zij na betaling van dit bedrag aan haar verbintenissen heeft voldaan. De reconventionele vordering van de gedaagde wordt afgewezen omdat deze schade reeds wordt vergoed. Dexia wordt veroordeeld in de proceskosten.

Uitkomst: Dexia is onrechtmatig jegens de gedaagde en moet €5.213,87 plus wettelijke rente betalen, waarna zij aan al haar verbintenissen heeft voldaan.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: 11037239 \ EL EXPL 24-11
Vonnis van 18 februari 2026
in de zaak van
DEXIA NEDERLAND B.V.,
te Amsterdam,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: Dexia,
gemachtigde: mr. G. van Dijk,
tegen
[naam gedaagde in conventie / eiser in reconventie],
te [woonplaats] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [gedaagde in conventie / eiser in reconventie] ,
gemachtigde: Leaseproces .

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding,
- de conclusie van antwoord en van eis in reconventie,
- de conclusie van repliek in conventie en van antwoord in reconventie, tevens houdende akte wijziging van eis,
- de conclusie van dupliek in conventie en van repliek in reconventie, tevens houdende een vermindering van eis,
- de conclusie van dupliek in reconventie.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[gedaagde in conventie / eiser in reconventie] heeft de volgende leaseovereenkomsten (hierna: de overeenkomsten) ondertekend waarop hij als lessee stond vermeld, met als wederpartij (de rechtsvoorgangster van) Dexia:
Nr
Contractnr.
Datum
Naam overeenkomst
Looptijd
Leasesom
I.
[contractnummer 1]
14-11-2000
WinstVerDriedubbelaar
36 mnd.
€ 47.055,36
II.
[contractnummer 2]
15-04-1998
Triple Effect
36 mnd.
NLG 50.451,63
III.
[contractnummer 3]
05-09-1997
Feestplan
120 mnd.
NLG 100.587,90
IV.
[contractnummer 4]
21-04-1998
Legio Feestplan II
120 mnd.
NLG 101.611,11
V.
[contractnummer 5]
20-06-1997
Click Leasen
84 mnd.
NLG 44.411,07
VI.
[contractnummer 6]
14-11-1996
WinstVerdubbelaar
60 mnd.
NLG 11.209,82
VII.
[contractnummer 7]
09-05-1997
WinstVerdubbelaar
60 mnd.
NLG 36.590,90
VIII.
[contractnummer 8]
13-02-1998
WinstVerDriedubbelaar
36 mnd.
NLG 93.221,79
2.2.
Dexia heeft met betrekking tot de overeenkomsten een eindafrekening opgesteld met de volgende resultaten:
Nr.
Datum eindafrekening
/uitlevering van aandelen
Resultaat
Betaald
I.
10-11-2003
- € 27.757,03
Ja, door [gedaagde in conventie / eiser in reconventie]
II
26-04-2001
- € 18.788,37
Ja, Dexia heeft de aandelen aan [gedaagde in conventie / eiser in reconventie] uitgeleverd tegen betaling van € 18.788,37
III.
24-10-2000
€ 28.004,54
Ja, door Dexia
IV.
29-12-2006
- € 1.381,22
Ja, door [gedaagde in conventie / eiser in reconventie]
V.
21-06-2004
€ 9.285,62
Ja, door Dexia
VI.
15-11-2001
€ 2.506,61
Ja, Dexia heeft de aandelen aan [gedaagde in conventie / eiser in reconventie] uitgeleverd en een bedrag van € 2.506,61 aan hem uitgekeerd
VII.
09-05-2002
€ 3.382,48
Ja, door Dexia
VIII.
12-02-2001
- € 227,43
Ja, Dexia heeft de aandelen aan [gedaagde in conventie / eiser in reconventie] uitgeleverd tegen betaling van € 227,43
2.3.
Dexia heeft meermaals, meest recent bij brief van 19 januari 2024, geprobeerd het geschil tussen partijen buiten rechte te beslechten. [gedaagde in conventie / eiser in reconventie] heeft daarop afwijzend gereageerd. In haar brief van 19 januari 2024 heeft Dexia aangekondigd dat als een inhoudelijke reactie zou uitblijven, Dexia zich genoodzaakt ziet om de zaak aan de rechter voor te leggen. [gedaagde in conventie / eiser in reconventie] heeft hierop niet inhoudelijk gereageerd, waarna Dexia haar dagvaarding heeft uitgebracht.

3.Het geschil

3.1.
Dexia vordert, na wijziging van eis, dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad voor wat betreft de proceskosten, voor recht zal verklaren dat Dexia met betrekking tot de tussen haar en [gedaagde in conventie / eiser in reconventie] gesloten overeenkomsten na betaling van een bedrag van € 5.213,87, te vermeerderen met de wettelijke rente, althans een door de kantonrechter in goede justitie vast te stellen bedrag, aan al haar verbintenissen heeft voldaan, daaronder begrepen schadevergoedingsverbintenissen, en derhalve niets meer aan [gedaagde in conventie / eiser in reconventie] verschuldigd is.
3.2.
[gedaagde in conventie / eiser in reconventie] voert verweer tegen (een deel van) de vordering van Dexia en concludeert tot niet-ontvankelijkheid, althans afwijzing van de vordering, met veroordeling van Dexia in de proceskosten en de nakosten.
3.3.
Het verweer mondt uit in een tegenvordering. [gedaagde in conventie / eiser in reconventie] vordert in reconventie, nadat hij zijn vordering uit onverschuldigde betaling bij conclusie van repliek in reconventie heeft ingetrokken, samengevat, dat de kantonrechter bij vonnis, zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad,
  • voor recht zal verklaren dat Dexia onrechtmatig jegens [gedaagde in conventie / eiser in reconventie] heeft gehandeld en/of toerekenbaar is tekortgeschoten,
  • voor recht zal verklaren dat ten aanzien van de overeenkomst met contractnummer [contractnummer 1] sprake is van een onaanvaardbaar zware financiële last,
  • Dexia zal veroordelen tot (terug)betaling van al hetgeen [gedaagde in conventie / eiser in reconventie] in het kader van de overeenkomst met contractnummer [contractnummer 1] heeft betaald, te vermeerderen met de wettelijke rente, vanaf de dag van betaling totdat alles is betaald,
  • Dexia zal veroordelen in de proceskosten en de nakosten.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

Algemeen4.1. Het gaat in deze zaak om een financieel product dat tussen 1990 en 2003 in Nederland ongeveer één miljoen keer is verkocht, namelijk een effectenlease-overeenkomst. Kenmerk van dit product is, dat de afnemer van het product met geleend geld belegt. Na het instorten van de aandelenmarkt zijn vele afnemers geconfronteerd met restschulden en andere verliezen. In de afgelopen 15 á 20 jaar zijn in Nederland hierover duizenden procedures gevoerd, waarbij Dexia vaak één van de procespartijen was. Door belangenbehartigers van afnemers en vertegenwoordigers van aanbieders van deze producten is, in het kader van de WCAM, een regeling getroffen, die bij beschikking van het gerechtshof Amsterdam van 25 januari 2007 algemeen verbindend is verklaard. Enkele tienduizenden afnemers hebben deze regeling niet geaccepteerd en tijdig een optout-verklaring ingediend, onder wie [gedaagde in conventie / eiser in reconventie] .
4.2.
De procedures hebben geleid tot veel jurisprudentie, waaronder verschillende richtinggevende arresten van de Hoge Raad. Deze jurisprudentie is bij de gemachtigden van partijen bekend. [1] Deze jurisprudentie wordt bij de beoordeling van de vorderingen als leidraad genomen. Door partijen zijn geen (althans onvoldoende) bijzondere omstandigheden gesteld die in deze zaak een afwijking daarvan rechtvaardigen.
4.3.
Toepassing van deze maatstaven en beoordelingskaders leidt in het onderhavige geval tot de volgende conclusies:
er is sprake van huurkoop;
er is geen sprake van dwaling, misleidende reclame en/of misbruik van omstandigheden; evenmin is er sprake van (ver)nietig(baar)heid krachtens de Wck;
Dexia heeft haar bijzondere zorgplichten geschonden, in elk geval de waarschuwingsplicht, en daardoor onrechtmatig gehandeld;
[gedaagde in conventie / eiser in reconventie] heeft schade geleden, bestaande uit betaalde termijnen en restschuld;
er is voldoende causaal verband aanwezig tussen de hiervoor bedoelde schade en de onrechtmatige daad van Dexia.
Ten aanzien van de overeenkomst met contractnummer [contractnummer 1]
4.4.
Partijen zijn het er over eens dat, bij toepassing van de criteria van de Hof-formule, er ten aanzien van de overeenkomst sprake is van een zogeheten ‘onaanvaardbaar zware last’. Dexia heeft aan de hand van het door haar overgelegde financiële overzicht in de conclusie van repliek in conventie/antwoord in reconventie de door [gedaagde in conventie / eiser in reconventie] geleden schade berekend op € 5.213,87, bestaande uit tweede derde van de betaalde inleg en restschuld (na aftrek van de door [gedaagde in conventie / eiser in reconventie] in verband met de overeenkomst genoten voordelen). Omdat [gedaagde in conventie / eiser in reconventie] de berekening van Dexia niet heeft betwist, zal de kantonrechter uitgaan van de juistheid van dit bedrag.
4.5.
In het geval reeds eerder een schadevergoeding door Dexia is betaald, geldt ten aanzien van de verrekening daarvan hetgeen is overwogen in de beslissing van de Rechtbank Amsterdam van 25 november 2021 (ECLI:NL:RBAMS:2021:7910).
4.6.
De wettelijke rente is verschuldigd over het door Dexia te restitueren bedrag volgens de uitgangspunten als geformuleerd in Hoge Raad 1 mei 2015 (ECLI:NL: HR:2015:1198) en Hoge Raad 3 februari 2017 (ECLI:NL:HR:2017:164, r.o. 3.6.3).
Ten aanzien van de overige overeenkomsten
4.7.
Aangezien [gedaagde in conventie / eiser in reconventie] geen verweer heeft gevoerd tegen het deel van de waiver-vordering van Dexia dat ziet op de overeenkomsten met contractnummers [contractnummer 2] , [contractnummer 3] , [contractnummer 4] , [contractnummer 5] , [contractnummer 6] , [contractnummer 7] en [contractnummer 8] , althans zijn aanvankelijk gevoerde verweren later in de procedure heeft ingetrokken, staat ten aanzien van deze overeenkomsten vast dat Dexia aan al haar verbintenissen heeft voldaan en derhalve niets meer aan [gedaagde in conventie / eiser in reconventie] verschuldigd is.
De vordering van Dexia
4.8.
Het voorgaande heeft tot gevolg dat de vordering van Dexia zal worden toegewezen, in die zin dat voor recht zal worden verklaard dat Dexia met betrekking tot de tussen partijen gesloten overeenkomsten na betaling van een bedrag van € 5.213,87, te vermeerderen met de wettelijke rente aan al haar verbintenissen heeft voldaan, daaronder begrepen schadevergoedingsverbintenissen, en dus niets meer aan [gedaagde in conventie / eiser in reconventie] verschuldigd is.
De vorderingen van [gedaagde in conventie / eiser in reconventie]
4.9.
De door [gedaagde in conventie / eiser in reconventie] gevorderde verklaringen voor recht zullen, gelet op de overeenstemming tussen partijen dat ten aanzien van de overeenkomst met contractnummer [contractnummer 1] sprake is van een onaanvaardbaar zware financiële last, worden toegewezen, als na te melden.
4.10.
Omdat Dexia in conventie zal worden veroordeeld tot betaling van dezelfde schade als waarvan [gedaagde in conventie / eiser in reconventie] in reconventie vergoeding van Dexia vordert, zal deze reconventionele vordering van [gedaagde in conventie / eiser in reconventie] worden afgewezen.
De proceskosten
4.11.
Omdat [gedaagde in conventie / eiser in reconventie] inhoudelijk gelijk krijgt, is Dexia aan te merken als de (inhoudelijk) in het ongelijk te stellen partij. Dexia zal worden veroordeeld in de proceskosten (inclusief nakosten) aan de zijde van [gedaagde in conventie / eiser in reconventie] gevallen. De proceskosten van [gedaagde in conventie / eiser in reconventie] worden in conventie begroot op:
- salaris gemachtigde € 576,00 (2,00 x tarief € 288,00)
- nakosten
€ 144,00
Totaal € 720,00
4.12.
Omdat het partijdebat in conventie is samengevallen met het debat in reconventie worden de kosten in conventie tot op heden begroot op nihil.

5.De beslissing

De kantonrechter
in conventie
5.1.
verklaart voor recht dat Dexia, na betaling aan [gedaagde in conventie / eiser in reconventie] van een bedrag van
€ 5.213,87, te vermeerderen de wettelijke rente daarover op de wijze als is uiteengezet in r.o. 4.6., jegens [gedaagde in conventie / eiser in reconventie] aan al haar verbintenissen, daaronder begrepen schadevergoedingsverbintenissen, uit hoofde van de overeenkomsten met contractnummers [contractnummer 1] , [contractnummer 2] , [contractnummer 3] , [contractnummer 4] , [contractnummer 5] , [contractnummer 6] , [contractnummer 7] en [contractnummer 8] heeft voldaan,
5.2.
veroordeelt Dexia in de proceskosten van € 720,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als Dexia niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet Dexia ook de kosten van betekening betalen,
in reconventie
5.3.
verklaart voor recht dat Dexia onrechtmatig jegens [gedaagde in conventie / eiser in reconventie] heeft gehandeld,
5.4.
verklaart voor recht dat ten aanzien van de overeenkomst met contractnummer [contractnummer 1] sprake is van een onaanvaardbaar zware financiële last als bedoeld in de bij partijen bekende Hof-formule,
5.5.
veroordeelt Dexia in de proceskosten van [gedaagde in conventie / eiser in reconventie] , begroot op nihil.
verder in conventie en in reconventie
5.6.
verklaart de veroordelingen uit deze beslissing uitvoerbaar bij voorraad,
5.7.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. M.J.C. van Leeuwen en in het openbaar uitgesproken op 18 februari 2026.
61512/560

Voetnoten

1.In het bijzonder gaat het om de arresten van de Hoge Raad van 28 maart 2008 (ECLI:NL:HR:2008:BC2837), 5 juni 2009 (ECLI:NL:HR:2009:BH 2815), 29 april 2011 (ECLI:NL:HR:2011:BP4003), 3 februari 2017 (ECLI:NL:HR: 2017:164) en 12 april 2019 (ECLI:NL:HR:2019:590) en de arresten van het gerechtshof Amsterdam van 1 december 2009 (ECLI:NL: GHAMS:2009:BK4981) en 1 april 2014 (ECLI:NL:GHAMS:2014:1135).