4.1.Volgens het UWV bepaalt artikel 63a, eerste en tweede lid, van de ZW dat de eigenrisicodrager de verantwoording draagt voor de werkzaamheden met betrekking tot de voorbereiding van besluiten, het betalen van ziekengeld en verzekeringsgeneeskundige onderzoeken. Ook als achteraf is gebleken dat het besluit van 24 augustus 2010 (de hersteld melding) onjuist is geweest, komt dat niet voor rekening van het UWV, maar van de eigenrisicodragende werkgever. Voor geleden schade zal verzoeker zich dan ook tot [naam bedrijf] moeten richten en niet tot het UWV.
5. Op grond van artikel 8:88, aanhef en onder a en b, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is de bestuursrechter bevoegd op verzoek van een belanghebbende een bestuursorgaan te veroordelen tot vergoeding van de schade, die belanghebbende lijdt of zal lijden als gevolg van een onrechtmatig besluit of een andere onrechtmatige handeling ter voorbereiding van een onrechtmatig besluit.
6. Het is vaste rechtspraak dat de bestuursrechter bij het beantwoorden van de vraag of er voldoende aanleiding is om een gevraagde schadevergoeding toe te kennen, zoveel mogelijk aansluiting moet zoeken bij het civielrechtelijke schadevergoedingsrecht. Voor vergoeding van schade is, in aansluiting op de artikelen 6:162 en 6:98 van het Burgerlijk Wetboek, vereist dat de gestelde schade verband houdt met een onrechtmatig besluit of een andere onrechtmatige handeling ter voorbereiding van een onrechtmatig besluit. Vervolgens komen alleen die schadeposten voor vergoeding in aanmerking die in een zodanig verband staan met dat besluit of die andere onrechtmatige handeling, dat zij het bestuursorgaan, mede gezien de aard van de aansprakelijkheid en van de schade, als een gevolg van dat besluit kunnen worden toegerekend.
7. Niet in geschil is dat er sprake is van een onrechtmatig besluit. Het UWV zal daarom, in beginsel, de schade die is ontstaan, ten gevolge van het ten onrechte beëindigen van het ziekengeld per 23 augustus 2010, en voor zover die schade het UWV gezien de aard van de aansprakelijkheid kan worden toegerekend, moeten vergoeden. Verzoeker heeft gesteld dat hij schade heeft geleden in de vorm van het betalen van meer inkomstenbelasting, een lager bedrag aan huur- en zorgtoeslag, het terugbetalen van bijstand en wettelijke rente. De rechtbank zal hierna beoordelen of het UWV die schade moet vergoeden.
De rechtbank is van oordeel dat de gestelde schade als gevolg van de drie nabetalingen van het UWV op 4, 11 en 27 januari 2022 niet voor vergoeding in aanmerking komt, omdat het causaal verband tussen de gestelde schade en het onrechtmatige besluit van 24 augustus 2010 ontbreekt. Het onrechtmatige besluit is immers niet terug te voeren op handelen of nalaten van het UWV, maar van [naam bedrijf] als eigenrisicodrager. Zoals het UWV terecht opmerkt, draagt [naam bedrijf] de verantwoordelijkheid voor de werkzaamheden met betrekking tot de voorbereiding van besluiten, het betalen van ziekengeld en verzekeringsgeneeskundige onderzoeken. Eventuele misslagen of nalatigheden met betrekking tot de beoordeling van de arbeidsgeschiktheid komen daarom voor rekening van [naam bedrijf] en niet van het UWV. Voor zover het betalen van meer inkomstenbelasting, een lager bedrag aan huur- en zorgtoeslag, het terugbetalen van bijstand en de wettelijke rente het rechtstreeks en onmiddellijk gevolg zijn van het ten onrechte beëindigen van het ziekengeld van verzoeker per 23 augustus 2010, zijn deze niet het gevolg van het besluit van 24 augustus 2010. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding meer voor beantwoording van de vraag of de schade voor vergoeding in aanmerking komt.