ECLI:NL:RBGEL:2026:16
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid bevestigd
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een WIA-uitkering, die door het UWV is afgewezen omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt is op de datum in geding. Eiser betwist deze beoordeling en voert meerdere beroepsgronden aan, waaronder een verzoek tot benoeming van een onafhankelijk deskundige en het aanvoeren van aanvullende medische stukken.
De rechtbank heeft de medische rapporten van de verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen bestudeerd, die de beperkingen van eiser op overtuigende wijze hebben gemotiveerd. De door eiser ingebrachte aanvullende medische stukken en rapporten van een andere arts bieden onvoldoende aanleiding om aan de juistheid van de UWV-beoordeling te twijfelen. Ook de latere toekenning van een WIA-uitkering op basis van een behandeltraject is niet relevant voor de situatie op de datum in geding.
De arbeidsdeskundige rapporten tonen aan dat de functies die aan eiser zijn toegerekend binnen zijn medische belastbaarheid vallen. De rechtbank wijst het beroep af, maar erkent dat de redelijke termijn voor de behandeling van de zaak is overschreden. Daarom wordt een schadevergoeding toegekend, waarbij de Staat en het UWV gezamenlijk aansprakelijk worden gesteld voor het bedrag.
De rechtbank veroordeelt de Staat tot betaling van proceskosten en een groot deel van de schadevergoeding, en het UWV tot betaling van een kleiner deel van de schadevergoeding. Het beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de WIA-uitkering blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard, maar eiser krijgt een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.