ECLI:NL:RBGEL:2026:1566
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring bezwaar innemen wapenverloven en erkenning
Eiser, woonachtig in het buitenland, was in het bezit van wapenverloven en een erkenning die geldig waren tot respectievelijk 30 september 2024 en 30 september 2027. Door persoonlijke omstandigheden kon hij niet tijdig zijn wapenverloven verlengen. Een vriend probeerde namens hem de verlengingsaanvraag in te dienen, maar dit werd geweigerd omdat de aanvraag persoonlijk moest worden gedaan. Eiser diende uiteindelijk op 23 oktober 2024 zelf een verlengingsaanvraag in, maar dit was te laat. De korpschef nam daarop de wapenverloven en erkenning in zonder een formeel besluit te nemen.
Eiser maakte bezwaar tegen het innemen van de documenten zonder besluit, maar de korpschef verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk omdat het innemen een feitelijke handeling was en geen besluit in de zin van de Awb. Eiser stelde dat de vriend op 13 september 2024 een verlengingsaanvraag had ingediend en dat hij op grond van artikel 4:5 Awb Pro in de gelegenheid had moeten worden gesteld om de aanvraag aan te vullen. De rechtbank oordeelde echter dat de vriend geen belanghebbende was en geen aanvraag kon indienen namens eiser, zodat er geen aanvraag was gedaan op die datum.
De rechtbank erkende dat eiser op 23 oktober 2024 een mondelinge aanvraag had ingediend waarop de korpschef had moeten beslissen, maar dat eiser het verkeerde rechtsmiddel had gekozen door bezwaar te maken tegen het niet nemen van een besluit. Hierdoor kon dit niet worden beoordeeld. Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wegens kosten en tijdverlies werd afgewezen omdat er geen onrechtmatig besluit was genomen.
Uitkomst: Het beroep tegen de niet-ontvankelijkverklaring van het bezwaar wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.