ECLI:NL:RBGEL:2026:1500

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
11 februari 2026
Publicatiedatum
27 februari 2026
Zaaknummer
11973274
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:441 lid 1 BWArt. 7:225 BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing ontruiming en nevenvorderingen door bewindvoerder in huurovereenkomst

Vivare heeft de bewindvoerder over de goederen van de huurder gedagvaard wegens het niet nakomen van verplichtingen uit de huurovereenkomst. De bewindvoerder heeft de huurovereenkomst opgezegd, maar heeft geen verweer gevoerd tegen de vorderingen tot ontruiming, betaling van huur en herstelkosten.

Tijdens de procedure heeft de onderbewindgestelde zijn situatie toegelicht en aangegeven een advocaat te willen inschakelen, maar formeel is de bewindvoerder de procespartij. De rechtbank oordeelt dat de bewindvoerder verantwoordelijk is voor het voeren van het verweer en het inschakelen van een advocaat, en dat het ontbreken van verweer leidt tot toewijzing van de vorderingen.

De rechtbank veroordeelt de bewindvoerder tot ontruiming van de woning binnen veertien dagen, betaling van herstelkosten, huur tot de datum van beëindiging van de huurovereenkomst en gebruiksvergoeding daarna, alsmede betaling van proceskosten en wettelijke rente. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: De vorderingen van Vivare worden toegewezen en de bewindvoerder wordt veroordeeld tot ontruiming, betaling van huur, gebruiksvergoeding, herstelkosten en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANKGELDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: 11973274 \ CV EXPL 25-9239
Vonnis van 11 februari 2026
in de zaak van
STICHTING VIVARE,
te Arnhem,
eisende partij,
hierna te noemen: Vivare,
gemachtigde: mr. B.H.H.M. Ramakers,
tegen
[naam gedaagde] , IN HAAR HOEDANIGHEID VAN BEWINDVOERDER OVER DE GOEDEREN VAN [onderbewindgestelde],
te [plaatsnaam] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] .,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Bij dagvaarding van 11 november 2025 heeft Vivare [gedaagde] . gedagvaard om op 19 november 2025 bij de kantonrechter te verschijnen.
1.2.
Op de rolzitting van 19 november 2026 is onderbewindgestelde de heer [onderbewindgestelde] verschenen. Hij heeft zijn situatie toegelicht en aangegeven een advocaat te willen zoeken om zijn belangen te behartigen. Daartoe is [gedaagde] . in de gelegenheid gesteld.
1.3.
Bij brief van 12 december 2025 heeft [gedaagde] . medegedeeld dat zij niet in persoon ter zitting zal verschijnen, het haar onbekend is of onderbewindgestelde (met een advocaat) zal verschijnen, ze de huur namens onderbewindgestelde opzegt en de uitspraak afwacht. Op de rolzitting van 17 december 2025 is niemand verschenen.
1.4.
Bij akte van 14 januari 2025 heeft Vivare haar vorderingen gehandhaafd behoudens de gevorderde ontbinding.
1.5.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.Het geschil en de beoordeling

2.1.
Vivare vordert na vermindering van eis bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis de veroordeling van [gedaagde] .:
om binnen veertien dagen na betekening van het te wijzen vonnis de woning c.a. [adres] te [plaatsnaam] , met alle personen en zaken die zich daar bevinden, te ontruimen en te verlaten en aldus ontruimd en verlaten te houden en onder afgifte van de sleutels ter vrije en algehele beschikking van Vivare te stellen;
tot betaling van € 1.500,00 inclusief 21% btw aan herstelkosten/schade, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag van de dagvaarding tot de dag van volledige betaling;
om vanaf 1 december 2025 tot aan de datum van ontbinding van de huurovereenkomst vóór de eerste dag van iedere maand aan Vivare te betalen een bedrag van € 640,79 aan huur, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de vervaldag tot aan de dag van volledige betaling;
om vanaf de datum van ontbinding tot aan de dag waarop [gedaagde] . althans [onderbewindgestelde] de woning ter vrije en algehele beschikking van Vivare stelt, vóór de eerste dag van iedere maand aan Vivare te betalen een bedrag van € 640,79 aan gebruiksvergoeding ex artikel 7:225 BW Pro, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de vervaldag tot aan de dag van volledige betaling;
in de proceskosten en de nakosten, met bepaling dat indien niet binnen veertien dagen na dagtekening van dit vonnis aan de proceskostenveroordeling is voldaan, daarover de wettelijke rente verschuldigd is.
2.2.
De stellingen van Vivare kunnen het gevorderde dragen en zijn door [gedaagde] . niet weersproken. Dat [onderbewindgestelde] tijdens de rolzitting van 19 november 2025 heeft geantwoord doet daar niet aan af. Gelet op het bepaalde in artikel 1:441 lid 1 BW Pro is immers niet [onderbewindgestelde] de formele procespartij maar [gedaagde] ., terwijl evenmin is gebleken van een machtiging van [gedaagde] . om namens haar in de procedure te verschijnen. Anders dan [gedaagde] . kennelijk, gelet op hetgeen zij naar voren heeft gebracht in haar brief van
12 december 2025, meent is zij als formele procespartij verantwoordelijk voor het voeren van het verweer en het inschakelen van een advocaat, dan wel de keuze te maken om geen verweer te voeren. Nu zij geen verweer heeft gevoerd moet het gevorderde daarom worden toegewezen, met dien verstande dat de huur tot de datum van beëindiging daarvan
(18 januari 2026) en de gebruiksvergoeding vanaf deze datum wordt toegewezen.
2.3.
[gedaagde] . is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Vivare worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
148,04
- griffierecht
340,00
- salaris gemachtigde
325,50
(1,5 punten × € 217,00)
- nakosten
108,50
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
922,04
2.4.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
veroordeelt [gedaagde] . om binnen veertien dagen na betekening van het te wijzen vonnis de woning c.a. [adres] te [plaatsnaam] , met alle personen en zaken die zich daar bevinden, te ontruimen en te verlaten en aldus ontruimd en verlaten te houden en onder afgifte van de sleutels ter vrije en algehele beschikking van Vivare te stellen,
3.2.
veroordeelt [gedaagde] . tot betaling van € 1.500,00 inclusief 21% btw aan herstelkosten/schade, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf de dag van de dagvaarding tot de dag van volledige betaling;
3.3.
veroordeelt [gedaagde] . om vanaf 1 december 2025 tot en met 18 januari 2026 vóór de eerste dag van iedere maand aan Vivare te betalen een bedrag van € 640,79 aan huur, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de vervaldag tot aan de dag van volledige betaling;
3.4.
veroordeelt [gedaagde] . om vanaf 19 januari 2026 tot aan de dag waarop [gedaagde] . de woning ter vrije en algehele beschikking van Vivare stelt, vóór de eerste dag van iedere maand aan Vivare te betalen een bedrag van € 640,79 aan gebruiksvergoeding ex artikel 7:225 BW Pro, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de vervaldag tot aan de dag van volledige betaling
3.5.
veroordeelt [gedaagde] . in de proceskosten van € 922,04, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] . niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.6.
veroordeelt [gedaagde] . tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
3.7.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
3.8.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. E.W. de Groot en in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2026.
918 \ 498