ECLI:NL:RBGEL:2026:1399

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
26 februari 2026
Publicatiedatum
25 februari 2026
Zaaknummer
ARN 24_6129
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2.10 WhtArt. 2.12 WhtArt. 2.1 WhtArt. 8:42 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep ongegrond tegen hoogte compensatie herstel toeslagen en niet verstrekken persoonlijk dossier

Eiseres, een kind van een gedupeerde ouder, is het niet eens met de hoogte van de compensatie van €2.000 toegekend door de Dienst Toeslagen in het kader van de herstelregeling toeslagen. Daarnaast betwist zij het niet verstrekken van haar persoonlijk dossier door de dienst.

De rechtbank oordeelt dat de dienst geen hogere compensatie hoefde toe te kennen omdat de wetgever bewust beperkte ruimte heeft gelaten voor afwijking van de vastgestelde compensatiebedragen. Ook is het niet verplicht het persoonlijk dossier in te dienen in de beroepsprocedure, conform eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak.

Verder is geoordeeld dat de dienst niet vooringenomen heeft gehandeld door te wijzen op het beperkte bereik van de discussie in bezwaar. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, waardoor het bestreden besluit in stand blijft en eiseres geen proceskostenvergoeding ontvangt.

Uitkomst: Het beroep tegen de hoogte van de compensatie en het niet verstrekken van het persoonlijk dossier wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 24/6129

uitspraak van de enkelvoudige kamer van

in de zaak tussen

[eiseres], uit [plaats], eiseres

wettelijk vertegenwoordiger: [persoon A]
(gemachtigde: mr. N. Köse-Albayrak),
en

Dienst Toeslagen

(gemachtigde: [gemachtigde]).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de hoogte van de aan eiseres toegekende compensatie in het kader van de herstelregeling toeslagen. Deze zaak gaat er ook over dat de dienst het persoonlijk dossier niet heeft verstrekt. Eiseres is het niet eens met de hoogte van de toegekende compensatie en het niet verstrekken van het dossier. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de toegekende compensatie en of de dienst het persoonlijk dossier moest verstrekken.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de dienst geen hogere compensatie hoefde toe te kennen. Ook hoefde de dienst het persoonlijk dossier niet in het kader van de beroepsprocedure te verstrekken. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiseres is een kind van een gedupeerde ouder. De dienst heeft aan eiseres een compensatie van € 2.000 toegekend in het kader van de herstelregeling toeslagen. Met het bestreden besluit van 19 maart 2024 op het bezwaar van eiseres is de dienst bij de hoogte van deze compensatie gebleven.
2.1.
Namens eiseres heeft haar moeder en wettelijk vertegenwoordiger, [persoon A], beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De dienst heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 28 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan heeft deelgenomen: de gemachtigde van de dienst. De wettelijk vertegenwoordiger van eiseres en haar gemachtigde hebben zich afgemeld voor de zitting.

Beoordeling door de rechtbank

Toetsingskader
3. Als iemand die kinderopvangtoeslag heeft gehad, schade heeft geleden omdat er voor 23 oktober 2019 sprake was van institutionele vooringenomenheid of omdat er sprake was van onbillijkheden van overwegende aard (erg oneerlijke gevolgen) door de hardheid waarmee de dienst voor 23 oktober 2019 het wettelijke systeem toepaste, dan kent de dienst op aanvraag compensatie toe. [1]
3.1.
De dienst kent ook compensatie toe aan een kind van degene die recht heeft op deze compensatie, als het kind op 1 januari 2005 jonger was dan 21 jaar of als het kind is geboren tussen 1 januari 2005 en 5 november 2022. [2] De hoogte van dit compensatiebedrag staat in artikel 2.12 van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht).
Had de dienst een hogere compensatie toe moeten kennen?
4. Eiseres betoogt dat het toegekende compensatiebedrag van € 2.000 niet hoog genoeg is om haar schade te vergoeden. Zij heeft namelijk zelf geen toegang tot de procedure voor vergoeding van werkelijke schade en kan dus niet via die procedure haar schade vergoed krijgen.
4.1.
Deze beroepsgrond slaagt niet. De Afdeling heeft op 2 juli 2025 een aantal uitspraken gedaan in soortgelijke zaken. [3] De Afdeling heeft geconcludeerd dat er voor de bestuursrechter geen ruimte is om af te wijken van de hoogte van het compensatiebedrag. De rechtbank ziet geen reden om hier anders over te oordelen.
4.2.
Het verzoek van eiseres aan de rechtbank om de hoogte van de immateriële schadevergoeding vast te stellen, zal de rechtbank niet beoordelen. De ouder van eiseres kan bij de Commissie Werkelijke Schade (CWS) verzoeken om vergoeding van de schade die het hele gezin heeft geleden. De uitkomst van die procedure ligt hier niet voor.
Had de dienst het persoonlijk dossier in moeten dienen?
5. Eiseres betoogt dat de dienst haar persoonlijk dossier en het persoonlijk dossier van haar ouder had moeten toesturen.
5.1.
Deze beroepsgrond slaagt niet. In de uitspraken van 2 juli 2025 heeft de Afdeling ook een oordeel gegeven over een verzoek om het persoonlijk dossier. De Afdeling heeft geconcludeerd dat er geen wettelijke grondslag is op basis waarvan het persoonlijk dossier op verzoek moet worden verstrekt. Op grond van artikel 8:42 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) hoeft het persoonlijk dossier niet als onderdeel van de op de zaak betrekking hebbende stukken in deze procedure te worden overgelegd. [4] Ook hier ziet de rechtbank geen reden anders te oordelen dan de Afdeling heeft gedaan.
Had de dienst de hardheidsclausule toe moeten kunnen passen?
6. Eiseres betoogt dat de dienst ten onrechte heeft overwogen dat de hardheidsclausule niet van toepassing is op de hoogte van de compensatie.
6.1.
Deze beroepsgrond slaagt niet. In de uitspraken van 2 juli 2025 heeft de Afdeling deze rechtsvraag ook beantwoord. De Afdeling concludeert dat het een bewuste keuze van de wetgever is geweest om de dienst weinig ruimte te geven bij de toekenning van de compensatie aan kinderen. Het is niet aan de bestuursrechter om deze bewuste keuze van de wetgever te doorkruisen. Dit laat onverlet dat de ouder voor de schade die het gezin heeft geleden een aanvraag kan doen bij de CWS. [5]
Heeft de dienst vooringenomen gehandeld?
7. Eiseres betoogt dat de dienst vooringenomen heeft gehandeld door in de bezwaarfase aan te geven dat niet van de wettelijk gefixeerde bedragen zal worden afgeweken. Hiermee wordt de bezwaarprocedure inhoudsloos gemaakt.
7.1.
Deze beroepsgrond slaagt niet. In een zaak als deze, waarin wordt opgekomen tegen de hoogte van een wettelijk gefixeerde compensatie, is het onvermijdelijk dat de discussie in bezwaar een beperkt bereik heeft. Dat de dienst hierop heeft gewezen, getuigt niet van vooringenomenheid en ontneemt eiseres geen rechtsbescherming.

Conclusie en gevolgen

8. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiseres geen gelijk krijgt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.A. van Hoof, rechter, in aanwezigheid van mr. C. Ebbers, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Dit volgt uit artikel 2.1 van de Wet hersteloperatie toeslagen (Wht).
2.Dit volgt uit artikel 2.10 van de Wht.
4.ABRvS 2 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2999, ro. 9.2 en 9.3.
5.ABRvS 2 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:2999, ro. 8 – 8.2.