Eiser kreeg op 1 april 2023 een jachtakte die geldig was tot 31 maart 2024. Op 29 november 2023 voerde de politie een controle uit in een horecagelegenheid waar jagers aanwezig waren, waaronder eiser. Volgens het proces-verbaal lag het jachtgeweer van eiser onverpakt en open en bloot in een hoek van het café, wat leidde tot de intrekking van zijn jachtakte en de weigering van een omgevingsvergunning voor jachtgeweeractiviteit.
Eiser betwistte de juistheid van het proces-verbaal en stelde dat zijn wapen in een gesloten wapenkoffer lag. Hij overlegde meerdere schriftelijke verklaringen van aanwezigen en getuigenverklaringen onder ede die dit bevestigden. De minister bleef vasthouden aan het proces-verbaal, dat op ambtsbelofte was opgesteld, en betwijfelde de onpartijdigheid van de getuigen.
De rechtbank oordeelde dat er voldoende twijfel bestond over de juistheid van het proces-verbaal, mede door de gedetailleerde en consistente verklaringen van getuigen die dicht bij eiser zaten tijdens de controle. Hierdoor kon niet worden vastgesteld dat het wapen onverpakt lag. De vrees voor misbruik was daarom niet gerechtvaardigd, en de intrekking van de jachtakte en weigering van de vergunning waren onterecht.
De rechtbank vernietigde het besluit van de korpschef en de minister, verklaarde het beroep gegrond en bepaalde dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit. Tevens werd de minister veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.