Eisers, buren van vergunninghouders die hun woning in 2021 aan de achterzijde hebben uitgebouwd, hebben bezwaar gemaakt tegen een last onder dwangsom en de afwijzing van een invorderingsverzoek door het college van burgemeester en wethouders van Harderwijk. Het college had een last onder dwangsom opgelegd voor de verwijdering van een constructieve wijziging aan de keukenmuur, omdat hiervoor een omgevingsvergunning nodig was. Later verleende het college een omgevingsvergunning voor de interne verbouwing, waarmee de overtreding werd gelegaliseerd.
De rechtbank oordeelt dat de last onder dwangsom terecht is beperkt tot de verwijdering van de keukenmuur, omdat de uitbouw zelf vergunningsvrij is. De bestaande berging is functioneel ondergeschikt aan het hoofdgebouw en maakt de uitbouw niet dieper dan vier meter. Eisers maken geen misbruik van procesrecht, maar hebben geen belang meer bij verdere handhaving of invordering omdat de overtreding is beëindigd door de vergunning.
De beroepen van eisers worden ongegrond verklaard, waardoor de besluiten van het college ongewijzigd blijven. Eisers krijgen geen proceskostenvergoeding en het griffierecht wordt niet teruggegeven. De uitspraak is gedaan door rechter J.M. Emaus en griffier M.M. Verschuren.