ECLI:NL:RBGEL:2026:1237

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
11 februari 2026
Publicatiedatum
18 februari 2026
Zaaknummer
C/05/454527 / HA ZA 25-299
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Deels toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:217 BWArt. 6:96 BWArt. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling onbetaalde facturen en afwijzing afroepovereenkomst tussen Maral Coatings en leverancier

De commanditaire vennootschap [eiser] vordert betaling van € 67.905,87 aan onbetaalde facturen en een bedrag van € 5.000,- of afname van Ecronova op grond van een vermeende afroepovereenkomst met Maral Coatings B.V. Maral Coatings erkent een deel van de facturen ter hoogte van € 36.879,90, maar betwist het bestaan van een afroepovereenkomst.

De rechtbank stelt vast dat Maral Coatings de erkende facturen moet betalen. De stelling van [eiser] dat een mondelinge afroepovereenkomst is gesloten, wordt niet voldoende onderbouwd en is door Maral Coatings uitdrukkelijk betwist. De rechtbank oordeelt dat geen afroepovereenkomst tot stand is gekomen, ook niet op basis van gedragingen van partijen of correspondentie.

De vordering tot betaling van de Ecronova op basis van de afroepovereenkomst wordt daarom afgewezen. Daarnaast wordt de vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten deels toegewezen conform het Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten. Maral Coatings wordt veroordeeld tot betaling van het erkende factuurbedrag, wettelijke rente, incassokosten en proceskosten. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.

Uitkomst: De rechtbank wijst betaling van erkende facturen en incassokosten toe, maar wijst de vordering op basis van een afroepovereenkomst af wegens ontbreken van bewijs.

Uitspraak

RECHTBANK Gelderland

Civiel recht
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: C/05/454527 / HA ZA 25-299
Vonnis van 11 februari 2026
in de zaak van
de commanditaire vennootschap
[eiser] C.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
advocaat: mr. E.C. Douma,
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
MARAL COATINGS B.V.,
gevestigd te Meppel,
gedaagde partij,
hierna te noemen: Maral Coatings,
advocaat: mr. H. Scheper.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 27 augustus 2025,
- het verkorte proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 5 december 2025.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De zaak in het kort

2.1.
Maral Coatings produceert en verhandelt verf. Voor de productie van deze verf koopt Maral Coatings grondstoffen, waaronder Ecronova, van [eiser] . [eiser] vordert betaling van facturen voor grondstoffen die zij aan Maral Coatings heeft geleverd. Daarnaast vordert zij betaling voor Ecronova die Maral Coatings had moeten afnemen op grond van een afroepovereenkomst en een veroordeling van Maral Coatings om deze Ecronova alsnog op te halen dan wel een bedrag van € 5.000 euro te betalen indien zij de Ecronova niet ophaalt. In totaal vordert [eiser] betaling van € 67.905,87 aan onbetaalde facturen.
2.2.
Maral Coatings erkent dat zij moet betalen voor de geleverde grondstoffen tot een bedrag van € 36.879,90. De vordering tot betaling van dit bedrag zal de rechtbank toewijzen.
2.3.
Maral Coatings betwist dat er in 2023 een afroepovereenkomst tussen partijen tot stand is gekomen. De rechtbank is van oordeel dat er geen afroepovereenkomst tot stand is gekomen en zal dit deel van de vordering afwijzen. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot deze beslissingen is gekomen.

3.De beoordeling

Erkende facturen
3.1.
Volgens [eiser] zijn de producties 2 tot en met 9 facturen die Maral Coatings moet betalen. Er staat volgens [eiser] een bedrag van € 41.285,87 open.
3.2.
Maral Coatings erkent dat zij de facturen in de producties 2 tot en met 7 en 9 moet betalen:
Factuurnummer
Datum
Bedrag
Productie (dagvaarding)
1007181
8 september 2022
€ 4.416,50
2
1007182
8 september 2022
€ 1.418,73
3
1007269
14 september 2022
€ 706,04
4
1007349
16 september 2022
€ 4.416,50
5
1007992
24 oktober 2022
€ 8.833,00
6
1011117
24 april 2023
€ 15.972,00
7
1013708
14 september 2023
€ 1.117,13
9
totaal: € 36.879,90
3.3.
De vordering van [eiser] tot betaling door Maral Coatings van een bedrag ter hoogte van € 36.879,90 zal daarom worden toegewezen.
3.4.
Volgens Maral Coatings is productie 8 geen factuur, maar een orderbevestiging. De rechtbank gaat er op grond van hetgeen ter zitting is besproken van uit dat productie 8 geen factuur is ter onderbouwing van het deel van de vordering van € 41.285,87, maar een orderbevestiging ter onderbouwing van de stelling van [eiser] dat partijen een afroepovereenkomst hebben gesloten. [eiser] heeft bij dagvaarding ook productie 10 ten grondslag gelegd aan haar vordering uit de afroepovereenkomst. Hier wordt hierna op ingegaan.
Geen afroepovereenkomst tot stand gekomen
3.5.
[eiser] stelt dat zij de orderbevestigingen in producties 8 en 10 alleen kan hebben opgesteld indien daar een verzoek van Maral Coatings om Ecronova op afroep beschikbaar te stellen aan vooraf is gegaan. Aangezien een dergelijk verzoek niet in de vorm van een inkooporder in de stukken is terug te vinden, zal er een mondelinge overeenkomst aan vooraf zijn gegaan, waarna [eiser] de orderbevestigingen heeft opgestuurd, aldus [eiser] . [eiser] heeft daarop Ecronova besteld en Maral Coatings is volgens haar verplicht voor deze partij te betalen en deze ook af te nemen. Maral Coatings betwist dat zij in 2023 op afroep Ecronova bij [eiser] heeft besteld en dat zij hiertoe mondeling afspraken hebben gemaakt. Zij heeft daartoe ook geen inkooporder geplaatst. Zij is daarom ook niet gehouden voor deze partij te betalen en deze af te nemen, aldus Maral Coatings.
3.6.
Een overeenkomst komt tot stand door een aanbod en aanvaarding van dit aanbod (artikel 6:217 BW Pro). Of een overeenkomst is tot stand gekomen, is afhankelijk van hetgeen partijen over en weer hebben verklaard en uit elkaars verklaringen hebben afgeleid en in de gegeven omstandigheden redelijkerwijze mochten afleiden. Hiervoor hoeven aanbod en aanvaarding niet uitdrukkelijk plaats te vinden. Zij kunnen ook besloten liggen in een of meer gedragingen. [1]
3.7.
De stelling van [eiser] dat aan de orderbevestigingen opgenomen in producties 8 en 10 een mondelinge overeenkomst vooraf moet zijn gegaan, is door Maral Coatings uitdrukkelijk betwist. Het lag vervolgens op de weg van [eiser] om deze stelling verder te onderbouwen. Dit heeft zij niet gedaan, zodat het bestaan van een mondelinge overeenkomst niet is komen vast te staan.
3.8.
Vervolgens ziet de rechtbank zich voor de vraag gesteld of gedragingen van partijen grond geven voor het oordeel dat een overeenkomst tot stand is gekomen zonder dat hieraan een uitdrukkelijk aanbod of uitdrukkelijke aanvaarding is voorafgegaan.
3.9.
[eiser] beroept zich op een e-mail van [naam] van 10 augustus 2023 namens Maral Coatings. Hij mailde aan [eiser] : “De IBC’s Ecronova die nog op afroep staan, zijn weliswaar zeer duur voor Maral, maar zullen we afnemen”. Daarnaast stelt [eiser] op 11 mei 2023 facturen te hebben gestuurd (producties 8 en 10). Deze heeft Maral Coatings volgens [eiser] zonder protest behouden.
3.10.
Maral Coatings brengt hiertegen het volgende in. De e-mail van [naam] is verstuurd om de goede verstandhouding te bewaren en coulance te tonen. In de e-mail staat volgens Maral Coatings bovendien dat partijen het over de prijs van de Ecronova nog eens moesten worden. Deze e-mail schept geen rechtens afdwingbare verbintenis tot afname en betaling van de Ecronova, aldus Maral Coatings. Producties 8 en 10 zijn volgens Maral Coatings geen facturen maar orderbevestigingen. Zij heeft niet om deze orderbevestigingen verzocht. Daarnaast heeft zij deze orderbevestigingen pas ten tijde van het incassotraject ontvangen, aldus Maral Coatings.
3.11.
Naar het oordeel van de rechtbank ligt in de e-mail van [naam] geen aanvaarding van enig aanbod besloten. In deze e-mail staat dat Maral Coatings de IBC’s Ecronova die nog op afroep staan, zal afnemen. Uit enkel deze e-mail blijkt echter niet hoeveel IBC’s Ecronova nog op afroep staan. Verder geeft Maral Coatings in de e-mail aan dat partijen nog iets moeten bedenken op de prijs. De e-mail op zichzelf verschaft dus geen duidelijkheid over welk aanbod Maral Coatings met deze e-mail zou hebben aanvaard. Daarnaast is het zonder protest behouden van een orderbevestiging op zichzelf geen gedraging waar een aanvaarding van een aanbod in besloten ligt. Of Maral Coatings de orderbevestigingen van 11 mei 2023 heeft ontvangen, kan daarom in het midden blijven. Andere gedragingen waaruit blijkt dat Maral Coatings enig aanbod heeft aanvaard, stelt [eiser] niet.
3.12.
Dat er geen overeenkomst tot stand is gekomen, wordt bevestigd door het volgende. Maral Coatings voert aan dat partijen een standaard werkwijze hanteerden. Als Maral Coatings op afroep Ecronova nodig heeft, stuurt zij eerst een afroeporder. Vervolgens stuurt zij losse inkooporders waarbij zij verwijst naar de onderliggende afroeporder. Het bestaan van deze werkwijze weerspreekt [eiser] niet. In de betreffende orderbevestigingen wordt niet verwezen naar een dergelijke afroeporder. Ten aanzien van de gestelde afroepovereenkomst is de gebruikelijke werkwijze van partijen dus niet gevolgd. Daarnaast voert Maral Coatings aan in april 2023 - voordat [eiser] de orderbevestigingen zou hebben gestuurd - te hebben gemaild of het mogelijk is om de levering van Ecronova te versnellen. Ook dit weerspreekt [eiser] niet. Deze correspondentie duidt erop dat Maral Coatings een maand voor de datum van de orderbevestigingen niet voornemens was Ecronova te bestellen bij [eiser] . Gedragingen waaruit dit voornemen wel blijkt, stelt [eiser] niet. Verder voert Maral Coatings aan op 4 april en 20 juni 2023 nog twee losse orders te hebben geplaatst die niet verwijzen naar een onderliggende afroeporder. Dit weerspreekt [eiser] ook niet. De order van 20 juni is geplaatst nadat [eiser] de orderbevestigingen zou hebben gestuurd.
3.13.
Ten slotte stelt [eiser] dat zij de afgesproken hoeveelheid Ecronova op voorraad had en geen producten op voorraad neemt als daar geen zekerheid van afname tegenover staat. Deze gedraging is gelegen in de sfeer van [eiser] . Het is geen gedraging waaruit Maral Coatings zou hebben kunnen afleiden dat er een overeenkomst is tot stand gekomen. Ook is Maral Coatings volgens [eiser] voor de factuur van 24 april 2023 (productie 7) akkoord gegaan met een prijs van € 4,40 per kilo; dezelfde prijs als genoemd in producties 8 en 10. Het feit dat Maral Coatings eerder met een prijs van € 4,40 per kilo akkoord is gegaan, betekent niet dat zij ditmaal ook met deze prijs akkoord zou gaan. Deze gedragingen maken het oordeel van de rechtbank daarom niet anders.
3.14.
Op grond van het voorgaande oordeelt de rechtbank dat er in 2023 geen overeenkomst tussen partijen tot stand is gekomen over het op afroep bestellen van Ecronova. Om die reden wijst de rechtbank de vordering voor het deel dat betrekking heeft op de gestelde afroepovereenkomst, te weten producties 8 en 10, af.
Afnameverplichting
3.15.
De vordering van [eiser] inhoudende dat Maral Coatings verplicht is de Ecronova op te halen of € 5.000,00 te betalen als zij de Ecronova niet ophaalt, zal de rechtbank in het licht van het voorgaande eveneens afwijzen.
Rente
3.16.
[eiser] vordert de overeengekomen rente op grond van haar algemene voorwaarden over de hoofdsom, op de datum van dagvaarding gesteld op € 5.500,00.
3.17.
De zaak is aanvankelijk aangebracht bij de rechtbank Amsterdam. Maral Coatings wierp toen een bevoegdheidsincident op. In het tussenvonnis in het bevoegdheidsincident van 30 april 2025 heeft de rechtbank Amsterdam beslist dat de algemene voorwaarden van Maral Coatings van toepassing zijn en dat de algemene voorwaarden van [eiser] niet van toepassing zijn. Ter zitting hebben partijen verwezen naar dit vonnis en zich niet nogmaals uitgelaten over de toepasselijkheid van algemene voorwaarden. De rechtbank gaat er daarom van uit dat niet de algemene voorwaarden van [eiser] , maar de algemene voorwaarden van Maral Coatings van toepassing zijn. Dat betekent dat Maral Coatings de wettelijke handelsrente verschuldigd is en niet de rente die in de algemene voorwaarden van [eiser] is opgenomen.
3.18.
[eiser] vordert de rente niet vanaf een bepaalde datum. De ingangsdatum van de rente wordt daarom vastgesteld op de datum van dagvaarding.
Buitengerechtelijke incassokosten
3.19.
[eiser] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De vordering moet worden beoordeeld op grond van artikel 6:96 BW Pro en het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). [eiser] heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. [eiser] heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. Daarom zal conform het Besluit een bedrag van € 1.143,80 worden toegewezen en zal het meer gevorderde worden afgewezen.
3.20.
Maral Coatings is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
115,22
- griffierecht
2.889,00
- salaris advocaat
2.580,00
(2 punten × € 1.290,00)
- nakosten
189,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
5.773,22
3.21.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.

4.De beslissing

De rechtbank
4.1.
veroordeelt Maral Coatings om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 36.879,90, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente over het toegewezen bedrag vanaf de datum van dagvaarding, tot de dag van volledige betaling,
4.2.
veroordeelt Maral Coatings om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 1.143,80 aan buitengerechtelijke incassokosten,
4.3.
veroordeelt Maral Coatings in de proceskosten, aan de zijde van [eiser] begroot op € 5.773,22, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als Maral Coatings niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.4.
veroordeelt Maral Coatings tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten en de nakosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
4.5.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
4.6.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.H. Keijzer en in het openbaar uitgesproken op 11 februari 2026.
822/2075

Voetnoten