ECLI:NL:RBGEL:2025:9955
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag uitkering Schadefonds Geweldsmisdrijven wegens onvoldoende aannemelijkheid geweldsmisdrijf
Eiser heeft op 15 oktober 2024 een aanvraag ingediend voor een uitkering uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven na een messteekincident op 13 september 2024 waarbij hij letsel aan zijn hand opliep. De commissie heeft de aanvraag afgewezen omdat de toedracht, aanleiding en omstandigheden van het geweldsmisdrijf onvoldoende duidelijk waren, waardoor niet kon worden vastgesteld dat sprake was van een opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf.
Eiser voerde aan dat zijn medische letsel, psychische klachten en de betrokkenheid van de wijkagent de aannemelijkheid van het misdrijf ondersteunen. Hij gaf ook redenen voor de late aangifte, waaronder shock en angst. De commissie stelde echter dat er onvoldoende objectieve onderbouwing was en dat de eigen verklaring van eiser niet werd ondersteund door andere bronnen. De wijkagent kon geen aanvullende informatie geven.
De rechtbank oordeelt dat de commissie op goede gronden heeft besloten de aanvraag af te wijzen. De rechtbank benadrukt dat een uitkering uit het schadefonds een uiting is van maatschappelijke solidariteit en dat daarom voldoende duidelijkheid over de toedracht en omstandigheden van het misdrijf vereist is. De late aangifte en het letsel zelf bieden geen voldoende basis om het geweldsmisdrijf aannemelijk te maken. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiser krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de aanvraag uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven wegens onvoldoende aannemelijkheid van het geweldsmisdrijf.