Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van
[eiser] , uit [plaats] , eiser
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hattem
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
“anders(…)
dan overeenkomstig de publieke functie daarvan”. Met de laadarm ligt de laadkabel bovendien niet op de stoep, maar hangt deze erboven. Er is geen struikelgevaar waardoor van objectieve hinder geen sprake is. De stelling van het college dat het gebruik van de laadarm ertoe zou leiden dat gebruikers de stoep zouden mijden vindt eiser vergezocht. Uitstekende takken van bomen leiden ook niet tot uitwijkgedrag. Ook ontbreekt enig onderzoek van het college dat deze stelling aannemelijk zou maken. Volgens eiser kunnen redelijke eisen van welstand niet aan de orde zijn bij het handhaven van de Apv en is de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit niet bevoegd om te oordelen over het gebruik van de openbare ruimte. Eiser legt daaraan ten grondslag dat regels die zien op wijzigingen in de fysieke leefomgeving volgens eiser thuishoren in het omgevingsplan. Eiser betoogt daarom dat artikel 2:10, eerste lid, onder b, van de Apv onverbindend is.
Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, als dat gebruik:
schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg, de bruikbaarheid van de weg belemmert of kan belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan vormen voor het beheer of onderhoud van de weg; of
niet voldoet aan de redelijke eisen van welstand.
Van een belemmering voor de bruikbaarheid van de weg is in ieder geval sprake wanneer:
Niet ten minste een vrije doorgang wordt gelaten op voetpaden en op de rijbaan voor fietsers of gemotoriseerd verkeer;
(…).
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de beslissing op bezwaar van 19 december 2024, voor zover dat ziet op de last onder dwangsom wegens overtreding van de Omgevingswet;
- herroept het primaire besluit van 10 juni 2024, voor zover dat ziet op de last onder dwangsom wegens overtreding van de Omgevingswet;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats komt van het besluit, voor zover dat is vernietigd;
- bepaalt dat het college het griffierecht van € 194,- aan eiser moet vergoeden;
- veroordeelt het college tot betaling van € 1.814,- aan proceskosten aan eiser.