AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Niet-ontvankelijkheid eiser wegens schending waarheidsplicht bij opzegging bancaire relatie
Eiser, een 85-jarige particuliere klant van ASN Bank, vorderde in kort geding dat ASN Bank de opzegging van zijn bancaire relatie zou opschorten en hem toegang tot zijn betaalrekening zou blijven verlenen. ASN Bank had de relatie opgezegd wegens klantonderzoek en opname van eiser op een interne BOVA-lijst. Eiser stelde dat hij geen andere Nederlandse bankrekening had en daardoor acuut in betalingsproblemen zou komen.
ASN Bank betwistte dit en toonde aan dat eiser meerdere binnenlandse en buitenlandse bankrekeningen bezit, waardoor eiser de waarheidsplicht van artikel 21 RvPro had geschonden. De voorzieningenrechter oordeelde dat deze onjuiste informatie essentieel was voor de beoordeling van het spoedeisend belang en de ontvankelijkheid van eiser.
De rechtbank stelde vast dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat hij acuut in problemen zou komen en dat hij onvoldoende had toegelicht waarom een kort geding noodzakelijk was, mede omdat ASN Bank een verlenging van de opzegtermijn had geaccepteerd. Daarom werd eiser niet-ontvankelijk verklaard en veroordeeld tot betaling van de proceskosten.
Uitkomst: Eiser wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens schending van de waarheidsplicht en veroordeeld tot betaling van proceskosten.
Uitspraak
RECHTBANK Gelderland
Civiel recht
Zittingsplaats Arnhem
Zaaknummer: C/05/456200 / KG ZA 25-311
Vonnis in kort geding van 22 oktober 2025
in de zaak van
[eiser],
te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiser] ,
advocaten: mr. F.L.P. Vulto en mr. C.J. van der Have,
tegen
ASN BANK N.V.,
te Utrecht,
gedaagde partij,
hierna te noemen: ASN,
advocaat: mr. G.T. Flapper.
1.De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties - de conclusie van antwoord met producties
- de e-mail van 6 oktober 2025 van [eiser] aan ASN - de mondelinge behandeling van 8 oktober 2025 - de pleitnota van [eiser]
2.De feiten
2.1.
[eiser] heeft samen met zijn echtgenote (hierna: [naam 1] ) een particuliere bankrekening (hierna: de bankrekening) bij ASN (voorheen SNS) sinds eind jaren ’80.
2.2.
ASN is een klantonderzoek naar [eiser] en [naam 1] gestart. Op 12 juni 2024 stuurt ASN in dat kader een brief naar [eiser] en [naam 1] met het verzoek om diverse vragen te beantwoorden over transacties die ASN heeft aangetroffen op de rekening. ASN waarschuwt daarbij [eiser] en [naam 1] dat de bankrekening niet zakelijk gebruikt mag worden.
2.3.
[eiser] heeft op 27 juni 2024 per e-mail gereageerd. Per e-mail van 1 juli 2024 stelt ASN dat zij nog niet alle informatie heeft ontvangen en verzoekt zij onder andere om onderliggende documentatie. Op 24 juli 2024 en 15 augustus 2024 stuurt [eiser] per e-mail meer informatie. ASN stelt per brief van 4 februari 2025 nieuwe (vervolg)vragen aan [eiser] . Partijen hebben daarna herhaaldelijk contact. Samengevat stelt [eiser] zich in de correspondentie op het standpunt dat hij niet gehouden is om de vervolgvragen te beantwoorden dan wel dat hij de vragen al heeft beantwoord en herhaalt ASN het verzoek om alle vragen te beantwoorden. Op 28 mei 2025 heeft ASN de bankrelatie met [eiser] en [naam 1] opgezegd per 29 juli 2025. ASN kondigt in de brief verder aan dat [eiser] en [naam 1] worden opgenomen in de interne Bancaire Opzeggingshistorie en Verscherpte Acceptatiecriterialijst (hierna: de BOVA-lijst). In zijn reactie van 9 juni 2025 op schrijft [eiser] onder andere:
“ In reactie op uw schrijven van 28 mei 2025 (“We heffen uw bankrekening op”) wordt, na 38 jaar, het afscheid van een financiële instelling als de SNS met een bewezen crimineel verleden (Klimop zaak) zeker niet als straf ondervonden, maar een maand is wel heel kort om alle zaken zorgvuldig over te zetten.
De overstapservice van een andere bank is inmiddels in werking gesteld maar het proces vergt nu eenmaal tijd, overzicht en controle achteraf of wel ‘aan alles is gedacht’,
Uitlooptijd / Kort geding
Een uitlooptermijn tot medio september – zo’n drie maanden – lijkt mij dan ook redelijk en in ieders belang, waarbij ik er zonder tegenbericht van uitga, dat SNS net zo weinig trek heeft in een kort geding als ikzelf en met deze uitloopt instemt.”
(…)
61. Hoewel SNS mij ten onrechte van non-compliance beticht, vertrouw ik erop dat zij – ter voorkoming van een kort geding instemt met de in het begin van dit schrijven gesuggereerde verlengde overstaptermijn.”
2.4.
[eiser] heeft ASN gedagvaard om op 8 oktober 2025 te verschijnen op de terechtzitting van de voorzieningenrechter van deze rechtbank. In de dagvaarding staat onder het kopje ‘§ 4. Spoedeisend belang’ het volgende:
“ 27. [eiser] wordt geconfronteerd met de aanstaande beëindiging van zijn
betaalrekeningen bij ASN Bank per 15 september 2025, wat hem direct afsluit
van het maatschappelijk en economisch verkeer. Deze rekeningen zijn
essentieel voor het dagelijks leven; hierop ontvangt hij zijn AOW, pensioen en
overige inkomsten, en betaalt hij al zijn vaste lasten, zoals belastingen,
zorgpremies en medische kosten. Zonder toegang tot deze rekeningen kan hij
geen dagelijkse transacties meer verrichten, wat onmiddellijk zal leiden tot
betalingsproblemen.
28. [eiser] heeft een kwetsbare positie. Als 85-jarige zonder andere Nederlandse bankrekening is het voor hem, zeker na opname op de interne BOVA-lijst van de bank, onzeker of en hoe snel hij een nieuwe rekening kan openen. Het verlies van zijn rekening betekent dat zijn vermogen feitelijk wordt geblokkeerd en hij geen toegang meer heeft tot zijn geld. De gevolgen zijn diepgaand en onomkeerbaar, met betalingsachterstanden, incassomaatregelen en reputatieschade als direct risico.
29. De urgentie wordt verder benadrukt doordat ASN Bank weigert de opzegging vrijwillig op te schorten en enkel uitstel verleent als er daadwerkelijk een kort geding wordt aangespannen. Eerdere verzoeken om uitstel zijn, op een minimale verlenging na, geweigerd. De dreiging van afsluiting en de onzekerheid over de afwikkeling veroorzaken bovendien ernstige stress. Het beëindigen van een bancaire relatie, waardoor iemand wordt buitengesloten van het economisch verkeer, wordt in de rechtspraak als spoedeisend
beschouwd. Het verlies van toegang tot betaaldiensten, met name voor een kwetsbare particulier, is een belang is dat met spoed beschermd dient te worden.”
3.Het geschil
3.1.
[eiser] vordert - samengevat - dat het ASN op straffe van een dwangsom wordt verboden om de bancaire relatie met [eiser] te beëindigen althans dat de beëindiging wordt opgeschort totdat in een bodemprocedure wordt beslist en dat ASN wordt verplicht [eiser] alle functionaliteiten en toegang te blijven verlenen tot diens betaalrekening. Verder vordert [eiser] dat het ASN wordt verboden om hem gedurende de opschorting van de beëindiging te registreren in een intern of extern register zoals de BOVA-lijst met veroordeling van ASN in de kosten van de procedure.
3.2.
[eiser] legt aan de vordering het volgende ten grondslag. [eiser] wordt door het afsluiten van zijn bankrekening afgesloten van het maatschappelijk en economisch verkeer. Zonder toegang tot zijn bankrekening kan hij geen dagelijkse transacties meer verrichten, wat onmiddellijk zal leiden tot betalingsproblemen. [eiser] heeft een kwetsbare positie. Zonder andere Nederlandse bankrekening is het voor hem onzeker of en hoe snel hij een nieuwe rekening kan openen. Het verlies van zijn bankrekening betekent dat zijn vermogen feitelijk wordt geblokkeerd en [eiser] geen toegang meer heeft tot zijn geld. Zonder deze bankrekening kan [eiser] zijn AOW en pensioen niet ontvangen en zijn vaste lasten niet betalen, met acute betalingsproblemen en onomkeerbare schade tot gevolg.
3.3.
ASN voert verweer. ASN concludeert tot niet-ontvankelijkheid van [eiser] , dan wel tot afwijzing van de vorderingen van [eiser] , met uitvoerbaar bij voorraad te verklaren veroordeling van [eiser] in de kosten van deze procedure.
3.4.
ASN voert het volgende aan. [eiser] handelt in strijd met de waarheidsplicht van artikel 21 vanPro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) door te stellen dat hij geen andere Nederlandse bankrekening heeft. [eiser] heeft twee bankrekeningen bij de Rabobank en een bankrekening bij de ING-bank. Daarnaast heeft [eiser] nog vier buitenlandse bankrekeningen. [eiser] heeft verder geen spoedeisend belang bij zijn vorderingen. [eiser] heeft in zijn brief van 9 juni 2025 ingestemd met de opzegging en beëindiging van de bankrekening. In deze brief geeft [eiser] ook aan dat de overstapservice van een andere bank inmiddels in werking is gesteld. ASN heeft het verzoek van [eiser] om de termijn voor de opzegging van de bancaire relatie te verlengen tot medio september geaccepteerd. Daarna is door [eiser] en zijn advocaat nog aangegeven dat [eiser] voornemens was om de beëindiging van de klantrelatie aan de civiele bodemrechter te willen voorleggen. Ook [eiser] en diens advocaat hadden dus niet de overtuiging dat sprake was van spoedeisendheid. Bovendien ontvangt [eiser] geen AOW of pensioen op deze bankrekening en worden er ook geen dagelijkse uitgaven vanaf de bankrekening betaald.
3.5.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.
Op grond van artikel 21 RvPro zijn partijen verplicht om de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren. Als de verplichting niet wordt nageleefd, kan de rechter daaruit de gevolgtrekking maken die hij geraden acht. Op grond van artikel 254 lid 1 RvPro is de eiser in kort geding alleen ontvankelijk indien hij een spoedeisend belang heeft bij de gevraagde voorziening. [eiser] stelt dat hij wordt afgesloten van het maatschappelijk en economisch verkeer, dat hij wordt afgesloten van het betalingsverkeer en dat hij niet bij meer bij zijn geld kan indien de bankrekening wordt opgezegd. Verder stelt [eiser] in randnummer 28 van de dagvaarding dat hij geen andere Nederlandse bankrekening heeft. De vraag in hoeverre [eiser] (acuut) in de problemen komt als de bankrekening wordt opgezegd is zowel van belang voor de beoordeling van het spoedeisend belang als voor de inhoudelijke beoordeling van de vordering. Indien [eiser] immers niet direct in de problemen komt maar een bodemprocedure kan afwachten, is hij in beginsel niet ontvankelijk in kort geding. En de vraag in welke mate de belangen van [eiser] worden geschaad bij opzeggen van de rekening is van belang bij de beoordeling of de ASN in strijd met de redelijkheid en billijkheid heeft gehandeld door de bankrekening van [eiser] op te zeggen. Uit de stukken van ASN en ter zitting is gebleken dat het onjuist is dat [eiser] geen andere Nederlandse bankrekening heeft. Namens [eiser] is dat ook erkend. [eiser] heeft nog drie andere Nederlandse bankrekeningen (en vier buitenlandse). [eiser] heeft hiermee van belang zijnde informatie niet naar waarheid aangevoerd. De voorzieningenrechter acht deze informatie van zodanig essentieel belang dat [eiser] niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in zijn vorderingen.
4.2.
De toelichting door de advocaten van [eiser] ter zitting, waar [eiser] persoonlijk niet aanwezig was, is gezien het navolgende niet toereikend om daaraan te kunnen afdoen. Volgens de advocaten ging het om zakelijke rekeningen en is de af te sluiten bankrekening de enige particuliere rekening van [eiser] . ASN heeft daartegenover aangevoerd dat de overige bankrekeningen op naam staan van [eiser] , niet op een bedrijfsnaam, en dat de op te heffen bankrekening niet wordt gebruikt voor AOW, pensioen of dagelijkse uitgaven zoals boodschappen. Dat laatste is door de advocaten van [eiser] betwist. Maar het betrof een blote betwisting, kennelijk bij gebrek aan wetenschap, nu de advocaten daarvan niet op de hoogte waren en [eiser] zelf geen toelichting kon geven. Bovendien geldt dat ook als het gaat om zakelijke rekeningen [eiser] in de dagvaarding wordt afgeschilderd als een kwetsbare 85-jarige man wiens vermogen wordt geblokkeerd door afsluiting van de particuliere rekening en die daardoor geen toegang meer heeft tot zijn geld. Dit correspondeert niet met de omstandigheden dat [eiser] deelneemt aan meerdere vastgoedprojecten en meerdere binnenlandse en buitenlandse bankrekeningen heeft. [eiser] had daarom al in de dagvaarding de voorzieningenrechter moeten informeren over de vraag waarom hij ondanks zijn (ogenschijnlijke) actieve deelname aan het economisch verkeer toch acuut in de problemen komt door het afsluiten van deze specifieke bankrekening. Daar komt bij dat [eiser] in zijn reactie van 9 juni 2025 heeft geschreven dat hij bezig was met een overstapservice en dat ASN een kort geding kon voorkomen als zij akkoord ging met een langere termijn voor afsluiting. ASN heeft ingestemd met de langere termijn die [eiser] had gevraagd, maar [eiser] heeft niet toegelicht waarom hij toch genoodzaakt was om een kort gedingprocedure te starten. Ook dit is informatie die van belang is voor de beoordeling van het spoedeisend belang en die niet genoemd is in de dagvaarding.
4.3.
Ten overvloede wordt opgemerkt dat op grond van hetgeen hierboven is overwogen ook het spoedeisend belang van [eiser] bij beoordeling van de vordering in kort geding onvoldoende vast is komen te staan.
4.4.
Daargelaten dat de gestelde niet-naleving door ASN van de verplichting van artikel 21 RvPro de niet-naleving door [eiser] zelf van die verplichting niet kan wegnemen, heeft, anders dan [eiser] stelt, ASN artikel 21 RvPro niet geschonden door niet het volledige klantdossier van [eiser] in het geding te brengen. Partijen zijn verplicht om de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig aan te voeren maar dit betekent niet dat een volledige klantdossier overgelegd moeten worden. In tegendeel, dat is juist niet wenselijk. Het is aan partijen om alleen de stukken die van belang zijn voor de beoordeling van de vordering in het geding te brengen en duidelijk te maken op welk in die stukken genoemd feit de partij ter ondersteuning van zijn standpunt zich beroept (vgl. HR 10 maart 2017, ECLI:NL:HR:2017:404). Door [eiser] is niet aangevoerd waarom het klantdossier, voor zover de inhoud daarvan niet al in het geding is gebracht, van belang is voor deze zaak.
4.5.
Voorgaande in acht genomen wordt aan de inhoudelijke beoordeling van de vordering niet toegekomen.
4.6.
[eiser] is in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van ASN worden begroot op:
- griffierecht
€
714,00
- salaris advocaat
€
1.107,00
- nakosten
€
178,00
(plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
€
1.999,00
4.7.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
5.De beslissing
De voorzieningenrechter
5.1.
verklaart [eiser] in zijn vorderingen niet-ontvankelijk,
5.2.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten van € 1.999,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als [eiser] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
5.3.
veroordeelt [eiser] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BWPro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
5.4.
verklaart dit vonnis wat betreft de veroordelingen onder 5.2 en 5.3 uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. O. Nijhuis en in het openbaar uitgesproken op 22 oktober 2025.