ECLI:NL:RBGEL:2025:8810

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
22 oktober 2025
Publicatiedatum
21 oktober 2025
Zaaknummer
AWB-25_1309
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing aanvraag noodurgentieverklaring door het college van burgemeester en wethouders van Arnhem

Deze uitspraak betreft de afwijzing van de aanvraag van eiseres om een noodurgentieverklaring door het college van burgemeester en wethouders van Arnhem. Eiseres is het niet eens met deze afwijzing en heeft beroep ingesteld. De rechtbank heeft op 14 oktober 2025 de zaak behandeld. Eiseres voert aan dat er sprake is van een woonnoodsituatie die binnen vier maanden moet worden opgelost, maar de rechtbank oordeelt dat het college terecht heeft geconcludeerd dat dit niet het geval is. Eiseres heeft inmiddels een mantelzorgurgentieverklaring, waarmee zij haar doel kan bereiken. De rechtbank legt uit dat de voorwaarden voor het verkrijgen van een noodurgentieverklaring streng zijn en dat de huidige woning van eiseres adequaat is. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de afwijzing van de aanvraag.

Uitspraak

RECHTBANK GELDERLAND

Zittingsplaats Arnhem
Bestuursrecht
zaaknummer: ARN 25/1309

uitspraak van de enkelvoudige kamer van

in de zaak tussen

[eiseres], uit [plaats 1], eiseres

(gemachtigde: [gemachtigde 1]),
en

het college van burgemeester en wethouders van Arnhem

(gemachtigde: [gemachtigde 2]).

Samenvatting

1. Deze uitspraak gaat over de afwijzing van de aanvraag van eiseres om een urgentieverklaring. Eiseres is het niet eens met de afwijzing. Zij voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. Aan de hand van deze beroepsgronden beoordeelt de rechtbank de afwijzing van de aanvraag.
1.1.
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het college terecht tot de conclusie is gekomen dat er geen sprake is van een woonnoodsituatie die binnen vier maanden moet worden opgelost. Eiseres krijgt dus geen gelijk en het beroep is ongegrond. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiseres heeft een noodurgentieverklaring aangevraagd. Het college heeft deze aanvraag met het besluit van 3 oktober 2024 afgewezen omdat er geen sprake is van een woonnoodsituatie. Met het bestreden besluit van 13 februari 2025 op het bezwaar van eiseres is het college bij de afwijzing van de aanvraag gebleven.
2.1.
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.2.
De rechtbank heeft het beroep op 14 oktober 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, de gemachtigde van eiseres, [persoon A] [1] en de gemachtigde van het college.

Beoordeling door de rechtbank

Het beoordelingskader
3. In de regio Arnhem-Nijmegen is schaarste aan sociale huurwoningen en zijn er veel mensen met spoed op zoek naar een woning. Deze mensen kunnen onder bepaalde voorwaarden in aanmerking komen voor een urgentieverklaring. Omdat woningen schaars zijn, zijn de voorwaarden voor urgentieverklaring streng: als een woningzoekende voorrang krijgt, betekent dat immers dat anderen langer moeten wachten. Eiseres heeft een urgentieaanvraag ingediend bij woningcorporatie Vivare in Arnhem. De voorwaarden voor het verkrijgen van een urgentieverklaring staan in de Huisvestingsverordening Gemeente Arnhem 2024 (Verordening).
3.1.
Op grond van artikel 10, vierde lid, van de Verordening kan het college een noodurgentieverklaring verstrekken aan een woningzoekende die zich in een persoonlijke noodsituatie bevindt, als deze noodsituatie niet door betrokkene zelf is veroorzaakt of kon worden voorkomen, en niet door betrokkene zelf kan worden opgelost. Daarnaast moet de noodsituatie zodanig ernstig zijn dat het onverantwoord is deze situatie langer dan vier maanden te laten voortbestaan, geteld vanaf het moment van de aanvraag om een urgentieverklaring.
De afwijzing van de aanvraag
4. Het college heeft de aanvraag afgewezen omdat in de situatie van eiseres geen sprake is van een woonnoodsituatie die binnen vier maanden moet worden opgelost. Haar huidige woning is adequaat en woonurgentie is niet bedoeld om problemen met betrekking tot vervoer van en naar een werkplek op te lossen.
Is er sprake van een woonnoodsituatie die binnen vier maanden moet worden opgelost?
5. Eiseres betoogt dat het college ten onrechte heeft geconcludeerd dat er geen sprake is van een woonnoodsituatie. Het is voor eiseres niet mogelijk om zelfstandig van en naar haar werk in [plaats 2] te reizen. Daarom brengen en halen haar ouders haar. Omdat haar ouders op leeftijd zijn, kunnen zij dat niet veel langer volhouden. Voor eiseres is het niet mogelijk om dichter bij haar huis te werken. Eiseres heeft veel klachten door de zorgen om deze situatie. Deze problemen maken dat er sprake is van een woonnoodsituatie.
5.1.
Volgens vaste rechtspraak mag het college op het advies van een deskundige afgaan, nadat het is nagegaan of dit advies op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen, de redenering daarin begrijpelijk is en de getrokken conclusies daarop aansluiten. Deze verplichting is neergelegd in artikel 3:9 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) voor de wettelijke adviseur en volgt uit artikel 3:2 van de Awb voor andere adviseurs. Als een partij concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de zorgvuldigheid van de totstandkoming van het advies, de begrijpelijkheid van de in het advies gevolgde redenering of het aansluiten van de conclusies daarop naar voren heeft gebracht, mag het college niet zonder nadere motivering op het advies afgaan. [2]
5.1.1.
De medewerkers van Leijten & Van Hoek beschikken over deskundigheid op medisch, psychiatrisch en psychosociaal gebied en zijn te beschouwen als een externe met specifieke deskundigheid. [3] Het advies is dan ook aan te merken als een deskundigenadvies.
5.2.
Deze beroepsgrond slaagt niet. De rechtbank stel voorop dat zij begrip heeft voor de wens van eiseres om te verhuizen naar [plaats 2], zodat zij dichter bij haar werk kan wonen. Dat mag gelet op haar achtergrond zeker de voorkeur hebben boven het wonen in [plaats 1], dat ‘s avonds vanuit [plaats 2] moeilijk te bereiken is met het openbaar vervoer. Maar het college mocht zich, onder verwijzing naar het advies van Leijten & Van Hoek, op het standpunt stellen dat er geen sprake is van een persoonlijke noodsituatie die binnen vier maanden moet worden opgelost. Het advies van Leijten & Van Hoek voldoet aan de onder 5.1 genoemde eisen van zorgvuldigheid. De adviseur is tot zijn conclusie gekomen op basis van een bezoek aan de woning, een gesprek met eiseres en haar ouders en de door eiseres overgelegde medische informatie. Uit dat advies blijkt niet dat sprake is van een woonnoodsituatie. De woonurgentie is niet bedoeld om problemen met het woon-werkverkeer op te lossen. Eiseres heeft geen concrete aanknopingspunten (zoals een deskundig tegenrapport) naar voren gebracht om te twijfelen aan de zorgvuldigheid van de totstandkoming van het advies of de inhoud ervan.
Mantelzorgurgentieverklaring
6. Ten overvloede overweegt de rechtbank het volgende. Het bestreden besluit gaat niet over de mantelzorgurgentie. Op de zitting heeft (de vader van) eiseres verklaard dat zij wel een mantelzorgurgentieverklaring heeft gekregen en daarmee tot 19 december 2025 op woningen in [plaats 2] kan reageren. Met deze verklaring heeft eiseres meer bereikt dan dat ze met een noodurgentieverklaring zou kunnen bereiken. Met een noodurgentieverklaring moet de woningzoekende namelijk op woningen in de hele regio Arnhem-Nijmegen reageren, terwijl zij met de mantelzorgurgentieverklaringen in aanmerking komt voor een huurwoning in [plaats 2].

Conclusie en gevolgen

7. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat de afwijzing van de noodurgentieverklaring in stand blijft. Eiseres krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. W.P.C.G. Derksen, rechter, in aanwezigheid van mr. C. Ebbers, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Begeleider van eiseres bij MEE Plus.
2.Zie onder meer ABRvS 8 juli 2020 (ECLI:NL:RVS:2020:1581) en ABRvS 8 november 2023 (ECLI:NL:RVS:2023:4128).
3.Zie ABRvS 28 maart 2018 (ECLI:NL:RVS:2018:1060).