Uitspraak
RECHTBANK GELDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van
[eiser 1] ;
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lochem, het college
Waterschap Rijn en IJsseluit Doetinchem, het waterschap
Rechtbank Gelderland
Deze bestuursrechtelijke zaak betreft een beroep tegen de verlening van een omgevingsvergunning voor de bouw van een klepstuw in de Barchemse Veengoot, gelegen in het natuurgebied Hagenbeek. Eisers, bestaande uit meerdere bewoners en bedrijven uit de omgeving, betwisten de vergunning en voeren verschillende beroepsgronden aan, waaronder het ontbreken van belanghebbendheid en schending van het EVRM.
De rechtbank oordeelt dat de eerste groep eisers geen belanghebbende is omdat zij geen eigendommen of huurrechten bezitten die grenzen aan de locatie van de klepstuw en geen andere gevolgen van betekenis ondervinden dan de mogelijke verhoging van het grondwaterpeil, welke niet het gevolg is van de vergunning maar van een apart projectplan en peilbesluit. Deze groep is daarom niet ontvankelijk in hun bezwaar.
Verder stelt de rechtbank vast dat de vergunning terecht is verleend omdat het bouwplan niet in strijd is met het bestemmingsplan, er geen welstandseisen gelden en aan het Bouwbesluit 2012 en de gemeentelijke bouwverordening wordt voldaan. De weigeringsgronden zijn limitatief en imperatief, waardoor het college geen ruimte had om de vergunning te weigeren.
De door eisers aangevoerde schendingen van artikel 8 EVRM Pro en artikel 1 van Pro het eerste protocol bij het EVRM worden verworpen, omdat de vermeende nadelige gevolgen niet het gevolg zijn van de vergunning zelf maar van het projectplan, dat reeds eerder is beoordeeld. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en wijst de proceskostenvergoedingen af.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning voor de bouw van de klepstuw wordt ongegrond verklaard.