Belanghebbende B.V. maakte in het boekjaar 2018/2019 advieskosten ter hoogte van €31.472 ten laste van het resultaat, verband houdend met de bedrijfsopvolging van de aandelen door de zonen van de overleden aandeelhouder. De inspecteur stelde dat deze kosten niet zakelijk zijn, maar ter bevrediging van persoonlijke behoeften van de aandeelhouder en dus niet aftrekbaar. De rechtbank beoordeelde het beroep tegen de aanslag vennootschapsbelasting en concludeerde dat de advieskosten uitsluitend zijn gemaakt vanwege de wens van de aandeelhouder om zijn aandelen aan zijn zonen te schenken, waarbij gebruik werd gemaakt van de bedrijfsopvolgingsregeling (BOR).
De rechtbank verwierp het standpunt van belanghebbende dat de kosten zakelijk waren vanwege continuïteit en integratievoordelen binnen de ondernemingsstructuur. Ook de verwijzingen naar de parlementaire geschiedenis en fiscale faciliteiten bij afsplitsingen konden dit niet veranderen. De inspecteur had aannemelijk gemaakt dat de kosten een verkapte winstuitdeling vormden. De rechtbank oordeelde dat de kosten ten onrechte ten laste van de winst waren gebracht en verklaarde het beroep ongegrond.
De aanslag bleef in stand, belanghebbende kreeg geen teruggaaf van griffierecht of vergoeding van proceskosten. De uitspraak is gedaan door rechter J.A.L. Heldens in aanwezigheid van griffier R. Roosma en is openbaar bekendgemaakt op 20 augustus 2025.