Uitspraak
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van
[belanghebbende] , uit [plaats 1] , belanghebbende
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Zwolle, de inspecteur.
Inleiding
Feiten
- de auto’s worden niet getransporteerd naar het bedrijfsadres van de koper;
- het betreft afhaaltransacties, waarbij de goederen afgehaald worden door een ander dan de koper;
- de auto’s worden voor de intracommunautaire transactie op een buitenlands kenteken gezet anders dan een kenteken van het land van de koper;
- personen die gemandateerd zijn om de auto’s te halen doen dat voor meerdere bedrijven in de tijd gezien. Controle van het btw-nummer van bedrijven waarvoor dat in het verleden gebeurde, laat zien dat deze bedrijven geen geldig btw-nummer meer hebben;
- het betreft grensoverschrijdende handel;
rechtbank:van Mededeling 38] gaat in op de leveringen af fabriek dan wel ex works en het intracommunautaire karakter van de levering niet mede kan blijken uit een vrachtbrief. In een dergelijk geval is er sprake van eigen vervoer door de afnemer en zijn de regels met betrekking tot CMR en het internationale goederenvervoer over de weg niet van toepassing. Op professionele vervoerders (en dat is al snel) zijn de regels van CMR van toepassing. Daarnaast dient bij internationaal goederenvervoer (bijna altijd) een vrachtbrief opgemaakt te worden.
- Samenstel van bescheiden in de administratie die op het intracommunautaire karakter duiden en in aanvulling daarop
- vaste afnemer (vanaf de vierde transactie binnen een jaar¹) waarbij de ICP's niet tot problemen hebben geleid en de afnemer heeft een zogenoemde vervoersverklaring afgegeven.
Beoordeling door de rechtbank
- door de brief van 9 juni 2020 het vertrouwen is gewekt dat vanaf de vierde transactie met een nieuwe afnemer sprake is van een vaste afnemer;
- belanghebbende terecht het nultarief heeft toegepast op de transacties met [naam bedrijf 2] en [naam bedrijf 3] ;
- belanghebbende had moeten weten dat de hiervoor genoemde transacties onderdeel waren van een fraudeketen.
- de in de transactiedossiers aanwezige stukken door belanghebbende voorafgaand aan de transacties zijn opgevraagd of ingezien;
- de onder 3. genoemde procedures zijn gevolgd;
- de inspecteur heeft voldaan aan de op hem rustende bewijslast dat de transacties met [naam bedrijf 2] en [naam bedrijf 3] onderdeel hebben uitgemaakt van een fraudeketen;
- belanghebbende ten aanzien van deze transacties vooraf niet wist dat zij leverde binnen een keten waar fraude voorkomt.