Eisers hebben beroep ingesteld tegen de door het college van burgemeester en wethouders van Lingewaard verleende omgevingsvergunning voor het bouwen van een speelfort in een speeltuin te [plaats 1]. Het college had aanvankelijk een vergunning verleend voor een permanent bouwwerk, maar na bezwaar een tijdelijke vergunning met een instandhoudingstermijn van 10 jaar toegekend.
De rechtbank oordeelt dat de aanvraag binnen het bestemmingsplan “Buitengebied Lingewaard” past. Het speelfort wordt aangemerkt als een gebouw en voldoet aan de bouwregels, waaronder oppervlakte en hoogte. De wijziging van een permanente naar een tijdelijke vergunning is volgens vaste rechtspraak van ondergeschikte aard en vereist geen nieuwe aanvraag.
Daarnaast faalden de beroepsgronden over bodemophoging, strijd met bouwhoogte in de vrijwaringszone en archeologisch onderzoek, omdat het speelfort op een bestaande bult wordt geplaatst, geen bouwwerk is dat onder de bouwhoogtebeperking valt, en kleiner is dan 100 m2. Geluidsoverlast en privacy werden niet inhoudelijk beoordeeld omdat de vergunning gebonden is aan het bestemmingsplan.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, waardoor het college de vergunning terecht heeft verleend. Eisers krijgen geen proceskostenvergoeding en het griffierecht wordt niet teruggegeven.