ECLI:NL:RBGEL:2025:5779
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag uitkering Schadefonds Geweldsmisdrijven wegens onvoldoende duidelijkheid over toedracht mishandeling
Eiser heeft een aanvraag ingediend bij het Schadefonds Geweldsmisdrijven voor een uitkering naar aanleiding van letsel opgelopen bij een mishandeling in augustus 2023. De commissie heeft deze aanvraag afgewezen omdat de aanleiding, toedracht en omstandigheden van het voorval onvoldoende duidelijk waren. De eigen verklaring van eiser was tegenstrijdig met verklaringen van de verdachte en andere bevindingen in het dossier.
Eiser heeft bezwaar gemaakt tegen deze afwijzing en vervolgens beroep ingesteld bij de rechtbank Gelderland. Hij stelde dat de verklaring van de verdachte onbetrouwbaar was en verwees naar het vonnis van de politierechter waarin de verdachte was veroordeeld zonder dat het noodweer-verweer werd aangenomen. Eiser voerde aan dat het civiele recht dwingende bewijskracht toekent aan strafvonnissen en dat er geen sprake was van eigen aandeel van eiser.
De rechtbank overwoog dat de commissie op goede gronden tot afwijzing was gekomen omdat onvoldoende objectieve aanwijzingen aanwezig waren om de aanvraag toe te wijzen. Het vonnis van de politierechter gaf geen duidelijkheid over de toedracht en omstandigheden, en de procedure bij het schadefonds is bestuursrechtelijk met een eigen beoordelingskader. Ook zonder de verklaring van de verdachte bleef onvoldoende duidelijkheid bestaan. De vraag naar eigen aandeel was niet aan de orde omdat de aanvraag niet was toegewezen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om vergoeding van proceskosten af. Eiser kan tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven wordt ongegrond verklaard.