Eiseres exploiteert een hotel, restaurant en evenementenlocatie en is eigenaar van een naastgelegen pand waarin een woning wordt gerealiseerd. Het college heeft maatwerkvoorschriften opgelegd om geluidsoverlast te beperken, waaronder het gebruik van een geluidbegrenzer met specifieke geluidsniveaus.
Eiseres betoogt dat de woning een bedrijfswoning is en daarom geen geluidsbescherming behoeft, en dat het college ten onrechte de maatwerkvoorschriften heeft opgelegd. De rechtbank stelt vast dat het feitelijk gebruik van de woning doorslaggevend is en dat deze niet kwalificeert als dienst- of bedrijfswoning. De woning en de inrichting hebben aparte adressen en toegangen, en bewoning is niet noodzakelijk voor exploitatie.
Het akoestisch onderzoek toont overschrijding van de geluidsnormen uit het Activiteitenbesluit, ook na bouwkundige maatregelen. Het college heeft binnen zijn beleidsruimte gehandeld door de voorschriften op te leggen. Klachten van omwonenden ontbreken, maar dit doet niet af aan de redelijkheid van het besluit.
De rechtbank oordeelt dat het besluit zorgvuldig is genomen ondanks het ontbreken van overleg en de duur van de procedure. Het beroep wordt ongegrond verklaard en eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding.