ECLI:NL:RBGEL:2025:5146
Rechtbank Gelderland
- Op tegenspraak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing ontbinding huurovereenkomst wegens onvoldoende bewijs geen hoofdverblijf
Baston Wonen vorderde ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning omdat [opposant in verzet] niet haar hoofdverblijf zou hebben in het gehuurde en het gehuurde aan een derde zou hebben onderverhuurd. De huurder stond ingeschreven op een ander adres en had een huurovereenkomst voor dat adres gesloten.
De kantonrechter overweegt dat het niet ingeschreven staan op het adres slechts een vermoeden geeft, dat onvoldoende is om het hoofdverblijf te ontkennen. Verhuurder heeft geen feitelijk onderzoek gedaan, zoals huisbezoeken of buurtonderzoek, en heeft daarmee haar stelplicht niet vervuld.
Ook het onderverhuren of in gebruik geven aan de broer is niet bewezen, mede omdat de huurder tijdig had gemeld dat haar broer tijdelijk bij haar zou inwonen en verhuurder hier geen bezwaar tegen had zolang de huurder haar hoofdverblijf in de woning had.
De vordering wordt afgewezen, het verstekvonnis vernietigd en verhuurder wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot ontbinding en ontruiming wordt afgewezen wegens onvoldoende bewijs dat huurder niet haar hoofdverblijf had in het gehuurde.