Uitspraak
uitspraak van de meervoudige belastingkamer van
[belanghebbende] , uit [plaats] , belanghebbende
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Zwolle, de inspecteur.
Inleiding
Feiten
Beoordeling door de rechtbank
pre-pro-rata’ genoemd. Ter zitting heeft belanghebbende gesteld een pre-pro-rata van 100% passend te vinden, omdat ook een accountantsrapport had moeten worden gemaakt als er geen effectenportefeuille was geweest, maar zij heeft haar stelling niet nader uitgewerkt en ook niet onderbouwd. In zoverre heeft belanghebbende niet voldaan aan haar stelplicht. Dit geldt temeer, omdat de noodzaak voor het maken van een accountantsrapport wordt opgeroepen door de rechtsvorm en niet door de belaste advieswerkzaamheden. Bovendien heeft de accountant ook werkzaamheden moeten verrichten die betrekking hebben op de effectenportefeuille. Over de kantoorkosten heeft belanghebbende niets concreets gesteld. De inspecteur heeft de pre-pro-rata vastgesteld op 50%, omdat de algemene kosten volgens hem ook moeten worden toegerekend aan de niet-economische activiteiten. Ter zitting heeft de inspecteur onweersproken gesteld dat de uitkomst van een berekening aan de hand van de jaarlijkse ontvangsten uit de effectenportefeuille enerzijds en de opbrengsten van de advieswerkzaamheden anderzijds in elk van de jaren op een pre-pro-rata van maximaal 50% uitkomt, zodat de naheffingsaanslagen niet te hoog zijn vastgesteld. Naar het oordeel van de rechtbank is het toegestaan om de voorbelasting in voorkomend geval te splitsen aan de hand van de opbrengsten uit economische activiteiten enerzijds en niet-economische activiteiten anderzijds. [9] Belanghebbende heeft niet aannemelijk gemaakt dat zij recht heeft op een hoger percentage aan aftrek.