De ouders verzochten de rechtbank om de achternaam van hun drie minderjarige kinderen te wijzigen in een dubbele achternaam, bestaande uit de achternamen van beide ouders. De ambtenaar van de burgerlijke stand had dit verzoek afgewezen omdat het oudste kind vóór 1 januari 2016 was geboren, waardoor de overgangsregeling van de Wet Invoering Gecombineerde Geslachtsnaam (WIGG) niet van toepassing is.
De ouders stelden dat deze beperking in strijd is met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) en het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, met name vanwege discriminatie op grond van leeftijd en schending van het recht op familieleven. De rechtbank oordeelde echter dat de wetgever een ruime beoordelingsvrijheid heeft en dat de leeftijdsgrens van 8 jaar objectief en zorgvuldig is onderbouwd, mede gelet op de belangen van het kind en de uitvoerbaarheid.
De rechtbank verwees naar jurisprudentie van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens waarin werd bevestigd dat de keuze van de geslachtsnaam binnen de marge van de wetgever valt en niet discriminerend is. Verder wees de rechtbank de overige argumenten van de ouders af, waaronder het beroep op het evenredigheidsbeginsel en de mogelijkheid tot naamswijziging via Dienst Justis, omdat die niet van toepassing zijn op de situatie van de kinderen.
Geconcludeerd werd dat de ambtenaar terecht het verzoek heeft afgewezen wegens het ontbreken van een wettelijke grondslag en dat de wet niet in strijd is met internationale bepalingen. De rechtbank wees het verzoek af en veroordeelde de ambtenaar niet in de kosten van het geding.