Uitspraak
1.De procedure
- het schriftelijke wrakingsverzoek van 13 april 2025;
- de schriftelijke reactie van de rechter van 14 april 2025.
Rechtbank Gelderland
Verzoekster diende twee wrakingsverzoeken in tegen de rechter die de bodemzaak behandelde over ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing van haar minderjarige zoon. Het eerste verzoek werd afgewezen wegens ontbreken van aanwijzingen voor vooringenomenheid. Het tweede verzoek werd ingediend vlak voor een zitting, maar de rechter zag dit pas na het uitspreken van de mondelinge uitspraak.
Hoewel het feit dat de rechter al een beslissing nam voordat op het wrakingsverzoek werd beslist een inbreuk op behoorlijke rechtspleging vormt, verklaarde de wrakingskamer het tweede verzoek niet-ontvankelijk omdat het geen nieuwe feiten bevatte ten opzichte van het eerste verzoek. De wrakingskamer benadrukte dat een rechter alleen gewraakt kan worden bij concrete aanwijzingen van partijdigheid.
De wrakingskamer besloot dat een mondelinge behandeling van het tweede verzoek niet noodzakelijk was en wees het verzoek af. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het tweede wrakingsverzoek werd kennelijk niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van nieuwe feiten en omstandigheden.