De huurder huurde vanaf februari 2020 zelfstandige woonruimte van Stichting Alani II. Bij aanvang werd een opleveringsrapport opgesteld waarin de woning in goede staat werd bevonden. Tijdens de huur werd de verhuurder geïnformeerd over een hennepkwekerij in het gehuurde. De huurder zegde de huurovereenkomst op en leverde de woning in maart 2022 op, waarbij een eindinspectierapport werd opgesteld met diverse gebreken en onvolkomenheden, waaronder vuil sanitair en noodzakelijke vervanging van sloten.
De verhuurder vorderde betaling van schoonmaak- en herstelkosten, een boete van €5.000 wegens de hennepkwekerij, incassokosten en wettelijke rente. De huurder betwistte de vordering en stelde onder meer dat hij niet in gebreke was gesteld en dat het boetebeding niet overeengekomen was.
De kantonrechter oordeelde dat de huurder tekortgeschoten is in de opleveringsverplichting, dat hij direct in verzuim was zonder ingebrekestelling, en dat het boetebeding rechtsgeldig is overeengekomen door het openen van de huurovereenkomst per e-mail. De gevorderde schadevergoeding, boete, incassokosten en wettelijke rente werden toegewezen. De huurder werd veroordeeld tot betaling van €9.909,61 plus rente en proceskosten.