ECLI:NL:RBGEL:2025:2889
Rechtbank Gelderland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond tegen last onder dwangsom wegens vermeende permanente bewoning recreatiewoning
Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente West Maas en Waal legde aan eiser een last onder dwangsom op wegens het vermeende gebruik van een recreatiewoning voor permanent verblijf, wat in strijd zou zijn met het tijdelijk deel van het omgevingsplan en waarvoor geen omgevingsvergunning was verleend.
Eiser betwistte dat hij de recreatiewoning als hoofdverblijf gebruikt en stelde dat hij voornamelijk in het buitenland verblijft en zijn woning in de gemeente West Maas en Waal slechts recreatief gebruikt. Het college baseerde haar besluit op een enkele controle en het feit dat eiser niet op het BRP-adres woonde, maar onvoldoende op concrete feiten die permanente bewoning aannemelijk maken.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het college onvoldoende bewijs had geleverd om het vermoeden van permanente bewoning te rechtvaardigen. De enkele controle en het ontbreken van hoofdverblijf op het BRP-adres zijn onvoldoende om aan te nemen dat eiser zijn hoofdverblijf in de recreatiewoning heeft.
Daarom werd het beroep van eiser gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het primaire besluit herroepen. Tevens werd het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen en het college veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, de last onder dwangsom wordt vernietigd en het primaire besluit herroepen.