ECLI:NL:RBGEL:2025:2624
Rechtbank Gelderland
- Wraking
- M.J.C. van Leeuwen
- C.H. van Breevoort - de Bruin
- J.M.J.M. Doon
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot wraking rechter niet-ontvankelijk wegens ontbreken verplichte procesvertegenwoordiging
In deze zaak heeft de wrakingskamer van de Rechtbank Gelderland een verzoek tot wraking beoordeeld dat was ingediend door de bestuurder van de verzoeker. Het verzoek betrof de wraking van een rechter in een handelszaak met een ander procedurenummer.
De wrakingskamer heeft eerst onderzocht of het verzoek ontvankelijk was. Op grond van artikel 79 lid 2 van Pro het Wetboek van Rechtsvordering geldt in de onderliggende handelszaak verplichte procesvertegenwoordiging. Dit betekent dat een wrakingsverzoek alleen door een advocaat schriftelijk kan worden ingediend. Dit is bevestigd door vaste jurisprudentie van de Hoge Raad en het wrakingsprotocol van de rechtbank.
Het wrakingsverzoek was echter persoonlijk ingediend door de bestuurder van verzoeker en niet door een advocaat. De verzoeker is hierover geïnformeerd en kreeg de mogelijkheid om het verzoek binnen twee weken alsnog door een advocaat te laten indienen. Dit is niet gebeurd.
Daarom heeft de wrakingskamer het verzoek tot wraking niet-ontvankelijk verklaard. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard omdat het niet door een advocaat is ingediend terwijl verplichte procesvertegenwoordiging geldt.