Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBGEL:2025:2624

Rechtbank Gelderland

Datum uitspraak
25 februari 2025
Publicatiedatum
4 april 2025
Zaaknummer
C/05/446829 KG RK 25-76
Instantie
Rechtbank Gelderland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Wraking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 79 lid 2 RvHR 18 december 1998, NJ 1999, 271Artikel 1 lid 2 wrakingsprotocol rechtbank Gelderland
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot wraking rechter niet-ontvankelijk wegens ontbreken verplichte procesvertegenwoordiging

In deze zaak heeft de wrakingskamer van de Rechtbank Gelderland een verzoek tot wraking beoordeeld dat was ingediend door de bestuurder van de verzoeker. Het verzoek betrof de wraking van een rechter in een handelszaak met een ander procedurenummer.

De wrakingskamer heeft eerst onderzocht of het verzoek ontvankelijk was. Op grond van artikel 79 lid 2 van Pro het Wetboek van Rechtsvordering geldt in de onderliggende handelszaak verplichte procesvertegenwoordiging. Dit betekent dat een wrakingsverzoek alleen door een advocaat schriftelijk kan worden ingediend. Dit is bevestigd door vaste jurisprudentie van de Hoge Raad en het wrakingsprotocol van de rechtbank.

Het wrakingsverzoek was echter persoonlijk ingediend door de bestuurder van verzoeker en niet door een advocaat. De verzoeker is hierover geïnformeerd en kreeg de mogelijkheid om het verzoek binnen twee weken alsnog door een advocaat te laten indienen. Dit is niet gebeurd.

Daarom heeft de wrakingskamer het verzoek tot wraking niet-ontvankelijk verklaard. Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard omdat het niet door een advocaat is ingediend terwijl verplichte procesvertegenwoordiging geldt.

Uitspraak

beslissing
RECHTBANK GELDERLAND, locatie Arnhem
Wrakingskamer
zaaknummer: C/05/446829 / KG RK 25-76
Beslissing van
van de wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van
[verzoeker],
gevestigd te [plaats]
hierna te noemen: verzoeker,
strekkende tot de wraking van
mr. L.J. de Kerpel - van de Poel,
rechter in deze rechtbank
hierna te noemen: de rechter.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit het wrakingsverzoek per e-mail van 23 januari 2025 van de bestuurder van verzoeker.

2.Het wrakingsverzoek

2.1
Het verzoek strekt tot wraking van de rechter in de handelszaak met procedurenummer C/05/432756 HA ZA 24/113.

3.De beoordeling

3.1.
Voordat tot inhoudelijke behandeling van het verzoek kan worden overgegaan dient te worden beoordeeld of het wrakingsverzoek ontvankelijk is.
3.2.
De wrakingskamer overweegt dat op grond van artikel 79 lid 2 Rechtsvordering Pro (Rv) voor de zaak bekend onder C/05/432756 HA ZA 24/113 verplichte procesvertegenwoordiging geldt. De wet maakt met betrekking tot het doen van een verzoek tot wraking geen uitzondering op de verplichte procesvertegenwoordiging. Dit brengt met zich dat verzoeker slechts met bijstand van een advocaat een schriftelijk wrakingsverzoek kan indienen, wat wordt bevestigd in vaste jurisprudentie van de Hoge Raad (HR 18 december 1998, NJ 1999, 271). Dit volgt eveneens uit artikel 1 lid 2 van Pro het wrakingsprotocol van deze rechtbank, luidende:
“1.2 In zaken waarin de partij zich verplicht moet laten vertegenwoordigen, moet het verzoek tot wraking op straffe van niet-ontvankelijkheid worden ingediend door een advocaat.”
3.3.
Het verzoek tot wraking is door de bestuurder van verzoeker persoonlijk ingediend. Op 30 januari 2025 is aan verzoeker per e-mail medegedeeld dat het schriftelijke wrakingsverzoek door een advocaat ondertekend moet zijn. Verzoeker is in de gelegenheid gesteld om dit gebrek binnen twee weken te herstellen en het wrakingsverzoek in de handelszaak met procedurenummer C/05/432756 HA ZA 24/113 alsnog ondertekend door een advocaat aan de griffie te doen toekomen. Verzoeker heeft dit gebrek echter niet hersteld.
3.4.
Het voorgaande leidt tot de conclusie dat verzoeker niet-ontvankelijk moet worden verklaard in het verzoek tot wraking.

4.De beslissing

De wrakingskamer van de rechtbank:
- verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking.
Deze beslissing is gegeven door mr. M.J.C. van Leeuwen, voorzitter, mr. C.H. van Breevoort - de Bruin en mr. J.M.J.M. Doon, leden in tegenwoordigheid van de griffier [griffier] en in openbaar uitgesproken op 25 februari 2025.
de griffier de voorzitter
Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.