In deze civiele procedure vordert VGZ terugbetaling van zorgkosten die onterecht zijn gedeclareerd door de gedaagden. Het tussenvonnis van mei 2024 stelde reeds vast dat een bedrag van €208.456,00 terugbetaald moet worden wegens onverschuldigde betaling in 183 zorgdossiers. Daarnaast werd vastgesteld dat in 76 dossiers zorg gedeclareerd was die niet verleend of niet verzekerd was. De gedaagden hebben afgezien van het leveren van tegenbewijs, waardoor deze onrechtmatigheid definitief vaststaat.
VGZ heeft vervolgens een uitsplitsing gegeven welke bedragen door welke gedaagde zijn gedeclareerd, welke door de rechtbank als juist is aangenomen. Hierdoor is vastgesteld dat [gedaagde 1] en [gedaagde 3] respectievelijk €50.065,00 en €44.246,50 moeten terugbetalen naast het eerder genoemde bedrag, wat voor [gedaagde 3] neerkomt op in totaal €252.702,50.
De rechtbank veroordeelt de gedaagden hoofdelijk tot betaling van deze bedragen met wettelijke rente vanaf 12 januari 2023. Daarnaast worden beslagkosten van €3.647,05 aan [gedaagde 1] opgelegd en proceskosten van €10.802,53 hoofdelijk aan alle gedaagden. De gevorderde onderzoekskosten worden afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing door VGZ. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.