ECLI:NL:RBGEL:2025:1697
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek eerdere ingangsdatum schuldsaneringsregeling met termijnverkorting
Verzoekster heeft een verzoekschrift ingediend tot toepassing van de wettelijke schuldsaneringsregeling (WSNP). Zij verzocht om de ingangsdatum van de regeling te stellen op 1 januari 2024, omdat zij vanaf dat moment loonbeslag had en aflossingen deed aan een schuldeiser.
De rechtbank constateerde dat het minnelijk traject pas in december 2023 was gestart en dat de schuldhulpverlener de beslaglegger wel had aangeschreven om de vordering in te dienen, maar niet expliciet om opheffing van het loonbeslag had gevraagd. De inventarisatie van schulden nam geruime tijd in beslag.
De rechtbank overwoog dat hoewel loonbeslag niet aan verzoekster te wijten is en ongelijkheid tussen schuldeisers niet haar rekening moet zijn, de schuldhulpverlener het minnelijk traject korter had moeten houden. Een termijn van zes maanden wordt als redelijke termijn beschouwd om opheffing van het beslag te vragen en een volledig verzoekschrift in te dienen.
Daarom werd het verzoek tot eerdere ingang van de schuldsaneringsregeling deels toegewezen en de ingangsdatum vastgesteld op 20 augustus 2024, zes maanden voor de zitting. Tevens werd de regeling uitgesproken, een rechter-commissaris benoemd en een bewindvoerder aangesteld.
De schuldenaar heeft acht dagen na uitspraak de mogelijkheid tot hoger beroep, uitsluitend via advocaat.
Uitkomst: De rechtbank bepaalt de ingangsdatum van de schuldsaneringsregeling op 20 augustus 2024 en wijst het verzoek tot eerdere ingang deels toe.