ECLI:NL:RBGEL:2025:168
Rechtbank Gelderland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek omzetting prestatiebeurs in gift wegens niet-naleving diplomatermijn en ontbreken bijzondere omstandigheden
Eiser heeft een verzoek ingediend om een gedeelte van zijn studieschuld om te zetten in een gift, stellende dat bijzondere omstandigheden zoals ziekte en een wijziging in de studieopzet daartoe aanleiding geven. De minister wees dit verzoek af omdat het niet binnen de vijfjarige diplomatermijn was ingediend en de vereiste medische en onderwijsinstellingsverklaringen ontbraken.
Eiser maakte bezwaar tegen deze afwijzing en voerde aan dat hij vanwege langdurige depressie en de langere duur van zijn studie geneeskunde niet binnen de reguliere diplomatermijn kon afstuderen, waardoor verlenging op grond van bijzondere omstandigheden gerechtvaardigd zou zijn. De rechtbank overwoog dat eiser niet voldeed aan het dwingende vereiste van het overleggen van gedagtekende verklaringen van een arts en de onderwijsinstelling, zoals voorgeschreven in artikel 5.16 Wsf 2000.
Daarnaast oordeelde de rechtbank dat de diplomatermijn van tien jaar ook voor de studie geneeskunde geldt en dat eiser geen vergelijkbare groep studenten kon aanwijzen die anders werd behandeld. Het beroep op redelijkheid en billijkheid kon niet slagen omdat de hardheidsclausule niet van toepassing was zonder de vereiste verklaringen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, wees terugbetaling van griffierecht en vergoeding van proceskosten af en informeerde partijen over de mogelijkheid van hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn verzoek tot omzetting van een deel van de prestatiebeurs in een gift wordt ongegrond verklaard.