3.3.1De kasopstelling
De politie heeft in het rapport een eenvoudige kasopstelling gemaakt voor [veroordeelde] en [medeveroordeelde 1] gezamenlijk over de periode van 1 januari 2018 tot en met 30 juli 2020 (hierna: de onderzoeksperiode). In die eenvoudige kasopstelling is berekend hoeveel contant geld [veroordeelde] en [medeveroordeelde 1] in de genoemde periode legaal beschikbaar hadden voor het doen van uitgaven en hoeveel contant geld zij in die periode hebben uitgegeven. Als uit die berekening volgt dat er meer contant geld is uitgegeven dan legaal beschikbaar was, dan is sprake van wederrechtelijk verkregen voordeel. Een persoon kan immers niet meer contant uitgeven dan die persoon fysiek aan kasgeld beschikbaar heeft.
Dat tussen [veroordeelde] en [medeveroordeelde 1] in de onderzoeksperiode sprake was van een economische eenheid heeft de verdediging niet betwist. De rechtbank ziet ook geen reden om daar anders over te oordelen. De rechtbank zal daarom uitgaan van een kasopstelling van [veroordeelde] en [medeveroordeelde 1] gezamenlijk.
Uit de het rapport volgt een kastekort voor [veroordeelde] en [medeveroordeelde 1] samen over de periode van
1. januari 2018 tot en met 30 juli 2020 van € 176.394,07.
Beginvermogen
De rechtbank ziet geen reden af te wijken van het beginvermogen zoals vastgesteld in het rapport. De rechtbank heeft in het vonnis in de hoofdzaak tegen [veroordeelde] , specifiek in de paragraaf ‘De criminele herkomst’ van de bespreking van het onder feit 10 tenlastegelegde (gewoontewitwassen), al geoordeeld dat zij de verklaring van [veroordeelde] over zijn vermogen volstrekt ongeloofwaardig en bovendien niet verifieerbaar vindt. De rechtbank ziet geen reden in het kader van de ontnemingsprocedure anders te oordelen.
NIBUD-normen
De rechtbank verwerpt het verweer van de verdediging dat de posten die zien op de uitgaven voor levensonderhoud buiten beschouwing moeten worden gelaten. De berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel betreft een schatting. Indien de verdediging een in het rapport gemaakte schatting betwist, mag van haar in een ontnemingsprocedure worden verwacht dat zij een alternatieve berekening presenteert en die berekening ook onderbouwt. Dat heeft de verdediging niet gedaan. Echter, nu de verdediging van medeveroordeelde [medeveroordeelde 1] wel een alternatieve berekening naar voren heeft gebracht en zij deze berekening ook heeft onderbouwd, ziet de rechtbank aanleiding daarop ook in deze beslissing nader in te gaan. De officier van justitie heeft weliswaar in de zaak [veroordeelde] niet op deze berekening kunnen reageren, maar omdat hij dat wel heeft kunnen doen en ook heeft gedaan in de zaak van [medeveroordeelde 1] , acht de rechtbank het niet in strijd met de goede procesorde om ook in deze zaak hierop in te gaan.
De verdediging van [medeveroordeelde 1] heeft aangevoerd dat het prijspeil in Duitsland en België lager ligt dan in Nederland. Ter onderbouwing is gewezen op twee (digitale) artikelen van de Consumentenbond voor de jaren 2024 en 2025 en op een (digitaal) artikel van Omroep Brabant. De uitgaven voor levensonderhoud moeten daarom 10-20% lager worden vastgesteld. De officier van justitie heeft deze stelling van de verdediging (zonder onderbouwing) betwist en zich subsidiair op het standpunt gesteld dat er eventueel een aftrek moet plaatvinden.
Uit de door de verdediging genoemde artikelen van de Consumentenbond, die zijn gebaseerd op een onderzoek dat is uitgevoerd in 2024 en 2025, blijkt dat in België het prijspeil voor basisboodschappen 12 tot 18% lager ligt dan in Nederland. Het prijspeil voor deze basisboodschappen lag in Duitsland in 2024 3% hoger dan in Nederland, maar in 2025 weer 15% lager. In Duitsland lag het prijspeil in 2024 voor A-merken zelfs weer 29% lager dan in Nederland.Gelet hierop acht de rechtbank het aannemelijk dat de in het rapport gehanteerde NIBUD-norm, die is opgesteld naar de maatstaven van het Nederlandse prijspeil, voor de schatting van de uitgaven voor levensonderhoud van [veroordeelde] en [medeveroordeelde 1] naar beneden dient te worden bijgesteld. De rechtbank acht een gemiddeld prijspeil voor België en Duitsland van 15% lager dan het prijspeil in Nederland aannemelijk en zal de uitgaven voor levensonderhoud in zoverre naar beneden bijstellen.
In de bijlagen 1 tot en met 3 van het rapport zijn de uitgaven voor levensonderhoud per maand weergegeven.Daaruit volgt voor de onderzoeksperiode een totaal aan uitgaven voor levensonderhoud per jaar van:
2018 : € 5.055,52
2019 : € 5.134,92
2020 (tot en met juli) :
€ 3.296,17 +
Totaal : € 13.486,61
De rechtbank zal dat bedrag van € 2.022,99 (= 15% x € 13.486,61) in mindering brengen op het totale hiervoor vermelde kastekort.
Uitgaven voor kraamzorg
In het rapport is voor het jaar 2018 een bedrag van € 4.385,46 opgenomen als kosten voor kraamhulp.
In de iPhone X (beslagcode [IBN-code] ) in beslag genomen en in gebruik bij [medeveroordeelde 3]is een WhatsApp-conversatie aangetroffen tussen ‘owner’ ( [medeveroordeelde 3] ) en een persoon die is aangeduid als ‘Kraamzorg’. In de (niet uitputtend weergegeven) chat wordt onder meer het volgende gezegd:
Op 5 juli 2018
[medeveroordeelde 3] : Hoi [naam 1]
Zojuist gesproken
7 november uitgerekend
Qua uren wil ze de benodigde uren die normaal zijn qua zorg
Ik weet niet wat normaal is per keer?
Kraamzorg:Normaal is 49 uur verdeeld over 8 dagen
Ik zal vanavond nog even in mijn planning kijken of ik nog tijd heb voor een kraambed in november.
Ik laat het vanavond weten.
Mag ik al wel het adres?
Verder is er altijd mogelijk om meer uren te indiceren indien nodig.
[medeveroordeelde 3] : Geen punt
Is een kennismaking gepast?
Kraamzorg:Ja kan. Ik doe altijd een intake thuis.
Maar daar zijn dan ook kosten aan verbonden.
Dat is 60 70 ex reistijd en klm vergoeding.
[medeveroordeelde 3] : Oké ik zal het even overleggen.
Kraamzorg: Prima.
[medeveroordeelde 3] :Intake is akkoord
Wanneer schikt het?
Kraamzorg: Laat het vanavond weten
Wat is het adres?
Ik ben nu aan het werk t/m volgende week vrijdag.
Ik wil het op een vrije dag plannen.
Dus wordt dan in de week van 16 juli.
(…)
[medeveroordeelde 3] :[adres 3]sorry
Kraamzorg:
(…)
Kraamzorg: Wil je me nog even naam en achternaam en geboortedatum doorgeven
Dan noteer ik die vast in mijn administratie
[medeveroordeelde 3] : Heb ik nu niet bij de hand
Kan je straks even geven
Kraamzorg: Ik
Oke
Oja ook telefoonnummer
[medeveroordeelde 3] :[medeveroordeelde 1]
[geboortedatum 2] -1987
[telefoonnummer]
Kraamzorg: Dank je
(…)
Op 9 juli 2018
Kraamzorg: Hallo [naam 2]
Ik kan zaterdag 28 juni[de rechtbank begrijpt: 28 juli]
langskomen voor een kennismaking/intake gesprek.
Eerder lukt echt niet
Hopelijk komt dat uit.
Gr. [naam 1]
[medeveroordeelde 3] : Hoi
Ik ga even overleggen
Is goed
Hoelaat
Kraamzorg: Rond 12.00 uur.
[medeveroordeelde 3] : Is goed
Kraamzorg:Ik wil graag contant afrekenen als het kan.
66 is de intake.
Uurtarief is 47.70 euro.
En klm is 133 enkele reis