Eiser werkte tot 1 juni 2022 en meldde zich ziek vanaf 18 januari 2023. Het UWV weigerde ziekengeld omdat eiser niet verzekerd was vanuit de WW en stelde dat hij een benadelingshandeling had gepleegd door het tekenen van een vaststellingsovereenkomst (VSO) tijdens ziekte.
De rechtbank oordeelt dat het UWV terecht stelt dat eiser niet verzekerd was vanuit de WW, omdat een eerder besluit tot intrekking van de WW-uitkering in rechte vaststaat. Dit betekent dat eiser geen recht heeft op ziekengeld vanaf 18 januari 2023.
Echter, de rechtbank vindt dat het UWV onvoldoende heeft gemotiveerd dat de benadelingshandeling (het tekenen van de VSO) eiser in overwegende mate kan worden toegerekend. Medische rapporten tonen aan dat eiser arbeidsongeschikt was en in een verstoorde arbeidsrelatie verkeerde, wat zijn handelingsbekwaamheid beïnvloedde.
Het vertrouwensbeginsel faalt omdat het UWV niet bekend was met de VSO ten tijde van de WW-toekenning en geen toezeggingen deed die eiser mocht vertrouwen. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en beveelt het UWV een nieuw besluit te nemen binnen acht weken na het onherroepelijk worden van deze uitspraak.
Eiser krijgt proceskostenvergoeding en terugbetaling van griffierecht.